Leven
Reni Pittaki werd in Athene geboren; naslagwerken noemen meestal 28 oktober 1945. Haar vader was legerofficier, en zijn overplaatsingen betekenden vaak verhuizen tussen steden en scholen. Het was haar moeder die haar aanspoorde auditie te doen bij Karolos Koun. In het keldertheater van het Kunsttheater droeg ze gedichten van Kavafis voor voor een commissie met onder anderen Koun, Giorgos Lazanis en Mimis Kougioumtzis, en ze werd toegelaten tot de toneelschool. Ze studeerde ook filologie aan de universiteit, maar koos voor het toneel.
Met Pasen 1966 stond ze voor het eerst op het toneel, nog als leerling, in Marat/Sade van Peter Weiss, geregisseerd door Koun. Haar eerste hoofdrol, herinnerde ze zich, was in Pinters Thuiskomst, eveneens onder Koun; de voorstelling werd ongeveer een maand na de première afgevoerd, toen de dictatuur van 1967 tanks en censuur bracht. Van haar eerste vijftig jaar in het theater, zei ze in 2015, bracht ze er veertig door in het Kunsttheater.
Na Kouns dood in 1987 deelde ze de leiding van het theater met Lazanis en Kougioumtzis. In 2003, enkele maanden na de dood van Kougioumtzis, trad ze af uit het bestuur, omdat ze het oneens was met wat zij zag als kortetermijnplanning. In 2016 keerde ze na vijftien jaar terug op het kelderpodium met Ibsens Wanneer wij doden ontwaken, vijftig jaar na haar eerste optreden daar.
Werk
Onder Koun speelde Pittaki in het hele repertoire van het Kunsttheater. Rolverdelingen in het archief plaatsen haar in Shakespeares Een midzomernachtsdroom (1971–72), waarin ze Titania speelde, en in Gombrowicz’ Operette (1972–73), een rol die ze in verband brengt met haar Kotopouli-prijs, genoemd naar de actrice Marika Kotopouli. In het antieke drama speelde ze Io in De geketende Prometheus, trad ze in 1975 op in Aristophanes’ De vogels in Epidauros en was ze Elektra in De plengoffersters (Χοηφόροι) in Kouns Oresteia van 1980. Modern werk was even belangrijk: Genets Οι Δούλες (De meiden) in de vertaling van Odysseas Elytis, Lorca’s Yerma, Becketts Niet ik, en Katia in Loula Anagnostaki’s Ο ήχος του όπλου (Het geluid van het geweer), een rol die zij tot de hoogtepunten van haar loopbaan rekent.
In het seizoen 1996–97 speelde ze Martha in Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf?, tegenover Kougioumtzis, die ook regisseerde. Buiten het Kunsttheater speelde ze in 2015 Klytaimnestra in Euripides’ Elektra, haar eerste samenwerking met regisseur Spyros Evangelatos, en in 2018 Annie Wilkes in een toneelversie van Misery. Op het witte doek leverde haar rol in Alexandros Avranas’ film Miss Violence (2013) haar in 2014 de prijs van de Griekse Filmacademie voor beste vrouwelijke bijrol op.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
In oktober 2023 kende de Griekse Vereniging van Theater- en Podiumkunstcritici Pittaki haar Grote Theaterprijs toe; voorzitter Savvas Patsalidis zei dat zij het toneel liefhad zoals het toneel haar liefhad. Haar loopbaan leeft ook voort in het online-archief van het Kunsttheater, waarvan de productiepagina’s vertaler, regisseur en rolverdeling vermelden. Open de pagina van Ποιος φοβάται τη Βιρτζίνια Γουλφ (Wie is er bang voor Virginia Woolf?, 1996–97). Zoek de regel Μάρθα…Ρένη Πιττακή en merk op dat Μίμης Κουγιουμτζής twee keer voorkomt: als σκηνοθέτης (regisseur) en als de acteur die George speelt. Vat de voorstelling daarna samen in één precieze zin: Τη Μάρθα την υποδύθηκε η Ρένη Πιττακή, σε σκηνοθεσία Μίμη Κουγιουμτζή (Martha werd gespeeld door Reni Pittaki, in een regie van Mimis Kougioumtzis). Herhaal de oefening met een tweede programma uit het archief.
Wist je dat?
- Bij haar auditie voor de toneelschool droeg ze gedichten van Kavafis voor.
- Haar eerste hoofdrol, in Pinters Thuiskomst, werd ongeveer een maand na de première afgevoerd toen de dictatuur van 1967 kwam.
- Genets De meiden, waarin ze in het seizoen 1967–68 een van de drie rollen speelde, was door de dichter Odysseas Elytis in het Grieks vertaald.
- In 2016 keerde ze na vijftien jaar afwezigheid terug op het kelderpodium van het Kunsttheater.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Η δολοφονία του Ζαν-Πολ Μαρά | Marat/Sade — toneeldebuut | 1966 |
| Οι Δούλες | De meiden | 1967 |
| Οπερέτα | Operette | 1972 |
| Ορέστεια — Χοηφόροι | Oresteia — Elektra in De plengoffersters | 1980 |
| Ποιος φοβάται τη Βιρτζίνια Γουλφ; | Wie is er bang voor Virginia Woolf? — Martha | 1996 |
| Όταν ξυπνήσουμε εμείς οι νεκροί | Wanneer wij doden ontwaken | 2016 |
Een zin om te onthouden
Έγινα ηθοποιός χάρη στον Κάρολο Κουν που ήταν δάσκαλός μου και πατέρας μου.
Égina ithopiós chári ston Károlo Koun pou ítan dáskalós mou ke patéras mou.
Ik ben actrice geworden dankzij Karolos Koun, die mijn leraar en mijn vader was.


























































