Leven
Koun werd op 13 september 1908 geboren in Bursa (Proesa) in Klein-Azië, als zoon van een vader van Duitse afkomst en een Griekse moeder, en groeide op in Constantinopel, waar hij het Amerikaanse Robert College bezocht. Na een jaar aan de Sorbonne kwam hij in 1929 naar Athene om Engels te geven aan het Athens College, en met zijn leerlingen regisseerde hij daar voor het eerst: Aristophanes’ De vogels, De kikkers en De cycloop in de schooltuin, gespeeld met maskers en volkskostuums. In 1934 richtte hij met de schilder Giannis Tsarouchis en de acteur Dionysis Devaris de kortstondige Λαϊκή Σκηνή (Volkstoneel) op, waar hij de Kretenzische tragedie Ερωφίλη en Euripides’ Alkestis opvoerde in een stijl die hij «Grieks volksexpressionisme» noemde.
In de herfst van 1942, midden in de Duitse bezetting en de hongersnood, opende hij het Θέατρο Τέχνης met Ibsens De wilde eend en een gezelschap van onbekende jonge acteurs die ook zijn leerlingen waren, onder wie de jonge Melina Mercouri. Het theater sloot in 1949 wegens geldgebrek, en toen het in 1954 heropende, was dat in het Υπόγειο, een kelder onder de Orfeas-passage in de Pesmazogloustraat, honderdvijftig stoelen rond een kaal toneel, dat zijn thuis en symbool bleef.
Hij bleef werken tijdens de dictatuur van 1967–74, toen het publiek zijn Aristophanes-voorstellingen las als daden van verzet, en stierf op 14 februari 1987 in Athene. Het Kunsttheater, de school en de twee podia, het Υπόγειο en het huis in de Frynichoustraat in de Plaka, gaan verder onder de naam Θέατρο Τέχνης Καρόλου Κουν.
Werk

Kouns eerste verdienste was dat hij de twintigste eeuw op het Griekse toneel bracht. Het Kunsttheater gaf Griekenland zijn eerste Pirandello, Lorca en Tennessee Williams; zijn Tramlijn Begeerte van 1949, met Mercouri als Blanche en muziek van Manos Hadjidakis, waaronder het lied «Χάρτινο το φεγγαράκι», is een mijlpaal in het Atheense geheugen. In de jaren 1950 en 1960 volgden Brecht, Ionesco, Beckett en Pinter, gespeeld door een ensemble dat samen werkte en studeerde, als reactie op het sterrensysteem van het commerciële theater. Zijn tweede verdienste was het Griekse schrijven: in 1957 bracht hij Η αυλή των θαυμάτων (Het hof der wonderen) van de onbekende Iakovos Kambanellis, het stuk dat het moderne Griekse drama grondvestte, en later lanceerde hij Loula Anagnostaki, Dimitris Kehaidis en anderen.
De derde was Aristophanes. Zijn Όρνιθες (De vogels) in het Herodes Atticustheater in augustus 1959, in de vertaling van Vasilis Rotas, met muziek van Hadjidakis, decor en kostuums van Tsarouchis en choreografie van Zouzou Nikoloudi, behandelde de komedie als een levend volksfeest, met Byzantijns gezang en gebaren uit het schimmenspel. Een priester die in de stijl van een orthodoxe liturgie werd geparodieerd, veroorzaakte een schandaal; minister Konstantinos Tsatsos verbood na de première verdere voorstellingen. In 1960 opnieuw opgevoerd, won de productie in 1962 de eerste prijs op het Théâtre des Nations in Parijs en toerde ze decennialang. Daarna volgden Πέρσες (De Perzen, Londen 1965), Βάτραχοι, Αχαρνής, Οιδίπους Τύραννος en Βάκχες, en zijn manier om de ouden te spelen, koraal, muzikaal, geworteld in het volksritueel eerder dan in marmer, werd de Griekse manier.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Daal de trap af naar het Υπόγειο in de Pesmazogloustraat of stap het Kunsttheater in de Frynichoustraat in de Plaka binnen en je bent in Kouns huis; het gezelschap en de toneelschool dragen nog steeds zijn naam, en de afgestudeerden, van Giorgos Lazanis, Mimis Kouyoumtzis en Reni Pittaki tot de televisieacteurs van vandaag, worden in Griekenland eenvoudig «από το Θέατρο Τέχνης» genoemd. Zijn Vogels zijn keer op keer hernomen, en de muziek van Hadjidakis is op plaat verschenen. Een fragment uit Kambanellis’ Hof der wonderen, die hij ontdekte, wordt op het lyceum gelezen. Zijn verzamelde lezingen en geschriften verschenen als Κάνουμε θέατρο για την ψυχή μας (We maken theater voor onze ziel, 1987), een titel die Griekse theatermensen als credo citeren.
Wist je dat?
- Zijn eerste producties waren schoolvoorstellingen: Aristophanes, begin jaren 1930 opgevoerd met de jongens van het Athens College, in maskers en volkskostuums.
- Het Kunsttheater opende in 1942, tijdens de hongersnood van de bezetting, met Ibsens De wilde eend en een gezelschap van leerlingen.
- De vogels van 1959 werden na één voorstelling door de Griekse regering verboden en wonnen drie jaar later de eerste prijs op het Théâtre des Nations in Parijs.
- Zijn Tramlijn Begeerte van 1949 gaf Griekenland een van zijn geliefdste liederen, Hadjidakis’ «Χάρτινο το φεγγαράκι», gezongen door Melina Mercouri als Blanche.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ίδρυση του Θεάτρου Τέχνης (Η αγριόπαπια του Ίψεν) | Oprichting van het Kunsttheater, geopend met Ibsens De wilde eend | 1942 |
| Λεωφορείον ο Πόθος | Tramlijn Begeerte (met Melina Mercouri, muziek van Hadjidakis) | 1949 |
| Η αυλή των θαυμάτων | Het hof der wonderen (Iakovos Kambanellis, eerste opvoering) | 1957 |
| Όρνιθες | De vogels van Aristophanes (verboden in Athene, eerste prijs in Parijs 1962) | 1959 |
| Πέρσες | De Perzen van Aischylos (World Theatre Season in Londen) | 1965 |
| Κάνουμε θέατρο για την ψυχή μας | We maken theater voor onze ziel (verzamelde geschriften) | 1987 |
Uit het werk



Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Δεν κάνουμε θέατρο για το θέατρο. Δεν κάνουμε θέατρο για να ζήσουμε. Κάνουμε θέατρο για να πλουτίσουμε τους εαυτούς μας, το κοινό που μας παρακολουθεί.
Den kanoume theatro gia to theatro. Den kanoume theatro gia na zisoume. Kanoume theatro gia na ploutisoume tous eaftous mas, to koino pou mas parakolouthei.
We maken geen theater omwille van het theater. We maken geen theater om de kost te verdienen. We maken theater om onszelf en het publiek dat naar ons kijkt te verrijken.














