Leven
Apelles (in het Grieks Απελλής) werkte in de tweede helft van de 4e eeuw v.Chr. Antieke auteurs zijn het oneens over zijn herkomst. Het Byzantijnse lexicon dat bekendstaat als de Suda noemt hem een geboren Kolophoniër die door adoptie Efeziër werd, en noemt als leraren Ephoros van Efeze en later Pamphilos van Amphipolis. De geograaf Strabo rekent hem tot de beroemde mannen van Efeze, terwijl de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere hem Apelles van Kos noemt en zijn bloeitijd in de 112e Olympiade plaatst, 332–329 v.Chr. Exacte geboorte- of sterfdata zijn niet bekend.
Plinius zegt dat Apelles Philippus II en Alexander de Grote zo vaak schilderde dat het zinloos zou zijn de portretten op te sommen, en dat Alexander, die iedereen anders had verboden hem te schilderen, vaak zijn werkplaats bezocht. Plinius meldt ook dat Apelles boeken schreef over de theorie van de schilderkunst, die nu verloren zijn, en dat hij stierf terwijl hij aan een tweede Aphrodite voor Kos werkte, die onvoltooid bleef.
Het meeste wat over zijn leven wordt verteld, komt uit anekdotes die eeuwen later werden opgetekend. Plinius beschrijft een bezoek aan de schilder Protogenes op Rhodos, de gewoonte om zich achter zijn panelen te verstoppen om het commentaar van voorbijgangers te horen, en een diner in Alexandrië waar hij met houtskool op de muur de man tekende die hem met een list had laten komen. Deze verhalen horen bij zijn antieke reputatie en niet bij een gedocumenteerde biografie.
Werk

Geen enkel schilderij van Apelles is bewaard, en geen bewaard beeld kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven. Zijn werk kennen we uit teksten, vooral uit boek 35 van de Naturalis historia van Plinius. Plinius noemt als zijn bijzondere kwaliteit de gratie, die de Grieken volgens hem χάρις (charis) noemden. Volgens Plinius bewonderde Apelles zijn rivalen, maar beweerde hij dat niemand hem daarin evenaarde, en zei hij dat Protogenes niet wist wanneer hij zijn hand van het paneel moest halen. Plinius schrijft hem ook een zeer dunne donkere vernis toe die zijn kleuren beschermde en hun glans verzachtte.
In de tempel van Artemis in Efeze, schrijft Plinius, schilderde Apelles Alexander met een bliksemschicht in de hand, met vingers die uit het paneel leken te steken. Zijn Aphrodite Ἀναδυομένη (oprijzend uit de zee) stond volgens Strabo in het heiligdom van Asklepios op Kos, tot Augustus haar naar Rome bracht. Plinius voegt er een portret van koning Antigonos aan toe, schuin weergegeven om zijn verloren oog te verbergen.
De invloedrijkste beschrijving komt van de Griekse schrijver Lucianus, in de 2e eeuw n.Chr. Hij beschrijft een allegorie van de Διαβολή (Laster): een zittende man met enorme oren, Onwetendheid en Achterdocht naast hem, Laster die een jongeman aan zijn haar meesleurt, Afgunst die voorop gaat en Berouw dat zich naar de Waarheid omdraait. Lucianus verbindt het met een valse beschuldiging voor een koning Ptolemaeus, maar de opstand die hij noemt dateert uit 219 v.Chr., lang na de dood van Apelles.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Apelles leeft voort in de teksten die hem beschrijven. Plinius zegt dat twee van zijn gewoonten spreekwoordelijk werden: elke dag minstens één lijn trekken, en een schoenmaker die meer dan de sandaal bekritiseerde, zeggen niet boven de schoen te oordelen. Lucianus’ beschrijving inspireerde renaissanceschilders, vooral Sandro Botticelli, wiens Laster van Apelles (rond 1495) in de Uffizi in Florence hangt; het is een reconstructie uit woorden, geen kopie. Probeer een korte oefening met het beeld van Botticelli op deze pagina. Schrijf eerst wat zichtbaar is: Βλέπω μια γυναίκα με αναμμένο δαυλό (Ik zie een vrouw met een brandende fakkel). Voeg dan een interpretatie toe: Μου φαίνεται ότι είναι η Διαβολή (Het lijkt me dat zij de Laster is). Lucianus zelf formuleert in zijn oud-Grieks even voorzichtig, dus lees hem via onze moderne Griekse weergave.
Wist je dat?
- Volgens Plinius wedijverden Apelles en Protogenes door steeds fijnere lijnen op één paneel te trekken, dat later verbrandde bij een brand op de Palatijn in Rome.
- Volgens Strabo kreeg Kos een verlaging van 100 talenten schatting in ruil voor de Aphrodite die uit de zee oprijst.
- Plinius beweert dat paarden alleen hinnikten bij een door Apelles geschilderd paard.
- Lucianus zegt dat een gids hem de namen van enkele figuren in de Laster vertelde.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Αλέξανδρος κεραυνοφόρος | Alexander met de bliksem: verloren paneel, Efeze | 4th c. BC |
| Αφροδίτη Αναδυομένη | Aphrodite oprijzend uit de zee: verloren paneel, Kos | 4th c. BC |
| Πορτρέτο του Αντιγόνου | Portret van koning Antigonos: verloren, beschreven door Plinius | 4th c. BC |
| Διαβολή | De Laster: verloren allegorie, bekend via Lucianus | 4th c. BC |
| Συγγράμματα περί ζωγραφικής | Geschriften over schilderkunst: verloren, vermeld door Plinius | 4th c. BC |
Een zin om te onthouden
περὶ δὲ αὐτὸν ἑστᾶσι δύο γυναῖκες, Ἄγνοιά μοι δοκεῖ καὶ Ὑπόληψις
In het Grieks van nuΓύρω του στέκονται δύο γυναίκες, η Άγνοια, μου φαίνεται, και η Υποψία.
perì dè autòn hestâsi dýo gynaîkes, Ágnoiá moi dokeî kaì Hypólēpsis
Om hem heen staan twee vrouwen, de Onwetendheid, lijkt me, en de Achterdocht.










































