Leven
Isocrates werd in 436 v.Chr. in Athene geboren, vijf jaar voor het begin van de Peloponnesische Oorlog. Volgens de latere Levens van de tien redenaars had zijn vader Theodorus uit de demos Erchia een werkplaats waar slaven auloi maakten, de dubbele rietblaasinstrumenten die vaak als ‘fluiten’ worden vertaald, en kon hij zijn kinderen een uitstekende opleiding geven. Dezelfde overlevering noemt Prodicus, Gorgias en Tisias onder de leraren van de jongeman. De oorlog kostte de familie een groot deel van haar bezit. Na de nederlaag van Athene in 404 v.Chr. werkte Isocrates enkele jaren als logograaf, een beroepsschrijver van pleidooien die zijn cliënten zelf uitspraken.
Rond 390 v.Chr. opende hij een eigen school voor retorica, die hij liever filosofie noemde. Hij gaf ruim vijftig jaar les en werd rijk genoeg om een oorlogsschip te bekostigen. Tot de leerlingen die met hem in verband worden gebracht behoren de historici Ephorus en Theopompus, de veldheer Timotheus, Nicocles van Cyprus en de redenaars Isaeus, Lycurgus en Hyperides, al berusten sommige namen alleen op de antieke overlevering. Hij meed de volksvergadering en verwees naar zijn zwakke stem en verlegenheid. Hij schreef de Antidosis op zijn 82e en voltooide de Panathenaicus rond zijn 97e. Hij stierf in 338 v.Chr., kort na de slag bij Chaeronea. Het antieke verhaal dat hij zich uit verdriet doodhongerde is onzeker, want een brief aan Philippus die aan zijn laatste dagen wordt toegeschreven, klinkt nog hoopvol.
Werk

Isocrates schreef proza om gelezen en niet alleen gehoord te worden. Zijn zes bewaarde pleidooien, zoals de Αἰγινητικός (Aegineticus), stammen uit zijn jaren als logograaf en verdedigen privézaken over erfenissen, geld en bezit. Zijn schoolredes zijn anders: ze circuleerden op schrift als voorbeelden van stijl en politiek denken, vaak in de vorm van redevoeringen die nooit zijn uitgesproken. In Κατὰ τῶν σοφιστῶν (Tegen de sofisten), rond 390 v.Chr., viel hij leraren aan die te veel beloofden en presenteerde hij zijn eigen programma: aanleg, onderwijs en oefening. Zijn Ἑλένης ἐγκώμιον (Lofrede op Helena) bekritiseert een eerdere behandeling van dezelfde heldin, meestal vereenzelvigd met de rede van Gorgias, en biedt een eigen voorbeeld.
Zijn bekendste werk, de Πανηγυρικός (Panegyricus), verscheen rond 380 v.Chr. Het roept de Grieken op hun ruzies te beëindigen en zich tegen Perzië te verenigen, onder leiding van Athene en Sparta. Later, in de Φίλιππος (Philippus) van 346 v.Chr., nodigde hij Philippus II van Macedonië uit die veldtocht te leiden. De Περὶ ἀντιδόσεως (Antidosis) verdedigt zijn leven en onderwijs in de vorm van een denkbeeldig proces. Zijn stijl staat bekend om lange, zorgvuldig gebouwde perioden met evenwichtige zinsdelen, gelijke uitgangen en een vloeiende klank. Voor Isocrates was oefening in het spreken ook oefening in oordeel en karakter, en latere leraren retorica bestudeerden hem nauwkeurig.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Isocrates blijft standaardlectuur in de klassieke studies, en de bloemlezing van het Centrum voor de Griekse Taal biedt zijn Helena met een Nieuwgriekse vertaling. Zijn zin uit de Panegyricus over Grieken en onderwijs wordt veel geciteerd, soms ver buiten de context: in de rede is het een lofprijzing van Athene en zijn cultuur. Begin met het citaat op deze pagina en onze Nieuwgriekse weergave. Zoek de twee tegenstellingen in het origineel: μηκέτι… ἀλλά (niet langer… maar) en μᾶλλον… ἤ (eerder… dan). Schrijf daarna twee eigen zinnen in het Nieuwgrieks, een aanbeveling en de reden ervan, bijvoorbeeld: Προτείνω να διαβάζεις λίγα ελληνικά κάθε μέρα, γιατί η γλώσσα θέλει επιμονή (ik stel voor dat je elke dag een beetje Grieks leest, omdat taal volharding vraagt). Bepaal ten slotte of je zinnen klinken als advies in de klas of als argument in de rechtszaal.
Wist je dat?
- Volgens een latere anekdote vergeleek Isocrates zichzelf met een wetsteen: die snijdt zelf niet, maar maakt het ijzer scherp.
- In de Panathenaicus zegt hij dat hij 94 was toen hij eraan begon en 97 toen hij terugkeerde om het af te maken.
- Onder zijn naam zijn negen brieven bewaard, maar niet alle zijn zeker van hem.
- Zijn school was een rivaal van Plato’s Academie in het Athene van de 4e eeuw v.Chr.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Αἰγινητικός | Aegineticus — een pleidooi | ? |
| Κατὰ τῶν σοφιστῶν | Tegen de sofisten | c. 390 BC |
| Πανηγυρικός | Panegyricus (feestrede) | c. 380 BC |
| Περὶ ἀντιδόσεως | Antidosis (Over de ruil van vermogen) | 354/353 BC |
| Φίλιππος | Philippus | 346 BC |
| Παναθηναϊκός | Panathenaicus | c. 339 BC |
Een zin om te onthouden
τὸ τῶν Ἑλλήνων ὄνομα πεποίηκε μηκέτι τοῦ γένους ἀλλὰ τῆς διανοίας δοκεῖν εἶναι, καὶ μᾶλλον Ἕλληνας καλεῖσθαι τοὺς τῆς παιδεύσεως τῆς ἡμετέρας ἢ τοὺς τῆς κοινῆς φύσεως μετέχοντας
In het Grieks van nuΗ πόλη μας έκανε το όνομα των Ελλήνων να δηλώνει όχι πια την καταγωγή αλλά τη σκέψη, και να λέγονται Έλληνες περισσότερο όσοι μετέχουν στην παιδεία μας παρά όσοι έχουν απλώς την ίδια καταγωγή.
tò tôn Hellḗnōn ónoma pepoíēke mēkéti toû génous allà tês dianoías dokeîn eînai, kaì mâllon Héllēnas kaleîsthai toùs tês paideúseōs tês hēmetéras ḕ toùs tês koinês phýseōs metéchontas
Onze stad heeft ervoor gezorgd dat de naam van de Grieken niet langer een afkomst maar een manier van denken aanduidt, zodat eerder zij Grieken heten die delen in ons onderwijs dan zij die alleen een gemeenschappelijke oorsprong hebben.










































