Leven
Psycharis werd op 15 mei 1854 in Odessa geboren in een welgestelde familie van Chiotische afkomst; na de vroege dood van zijn moeder groeide hij op in Constantinopel en daarna in Marseille en Parijs, zodat Frans, niet Grieks, de taal van zijn schooltijd was. Hij studeerde klassieke en middeleeuwse filologie in Parijs en Duitsland, trad in 1885 toe tot de École pratique des hautes études en volgde in 1904 Émile Legrand op als hoogleraar Nieuwgrieks aan de École des langues orientales, een leerstoel die hij tot 1928 bekleedde. In 1882 trouwde hij met Noémi Renan, dochter van de historicus Ernest Renan; hun zoon Ernest Psichari werd een bekend Frans schrijver en sneuvelde in de eerste weken van de Eerste Wereldoorlog.
In 1886 maakte hij de reis naar Constantinopel, Chios en Athene die Το ταξίδι μου (Mijn reis, 1888) werd. Het boek maakte van een Parijse academicus de leider van een beweging in een land waar hij nooit had gewoond: jonge schrijvers schaarden zich achter hem, onder wie Kostis Palamas, terwijl het Atheense establishment en de universiteit hem behandelden als een verrader die de heilige taal wilde verloederen. Veertig jaar lang zette hij de campagne vanuit Parijs voort met artikelen, open brieven, grammatica's en romans, en bezocht hij Griekenland slechts af en toe.
Hij was strijdlustig tot op het onverdraagzame af en kreeg uiteindelijk ruzie met de meeste van zijn bondgenoten, ook met Palamas, over details van zijn systeem. Hij stierf op 29 september 1929 in Parijs en werd op eigen verzoek begraven op Chios, het eiland van zijn voorouders, in de grond van de taal waarvoor hij had gestreden.
Werk

Eerst kwam de geleerde. Psycharis' Essais de grammaire historique néo-grecque (1886–89) en zijn vele studies toonden aan dat het gesproken Grieks van de negentiende eeuw geen verbastering was van de oude taal maar de natuurlijke voortzetting ervan, met eigen wetten, en dus even waardig om geschreven te worden als het Frans of het Italiaans. Uit die conclusie volgde het manifest. Το ταξίδι μου (Mijn reis, 1888) is reisboek en pamflet tegelijk: geheel in de demotiki geschreven, betoogt het dat een natie maar één taal heeft, die welke haar volk spreekt, dat de katharevousa een masker is dat de Grieken half ongeletterd houdt, en dat «taal en vaderland hetzelfde zijn», zodat strijden voor de nationale taal strijden voor de natie is.
Om te bewijzen dat de demotiki alles kon, schreef Psycharis er romans in, Τ' όνειρο του Γιαννίρη (De droom van Jannieris, 1897), Ζωή κι αγάπη στη μοναξιά (Leven en liefde in eenzaamheid, 1904), Τα δυο αδέρφια (De twee broers, 1911), Αγνή (Agni, 1913), en daarnaast essays, gebundeld als Ρόδα και μήλα (Rozen en appels, 1902–09). De romans worden nu weinig gelezen; waar het om ging, was het voorbeeld. Zijn eigen demotiki was echter eerder een systeem dan een weergave: hij paste de klankregels van de spreektaal mechanisch toe, zelfs op geleerde woorden, wat vormen opleverde als «Αθήνα» voor Athene, maar ook eigenaardigheden die Grieken even kunstmatig vonden als de katharevousa, en «ψυχαρισμός» werd een woord voor dogmatisch taalextremisme. De volgende generatie, met Manolis Triantafyllidis voorop, behield zijn principe en verzachtte zijn praktijk, en het is hun gematigde demotiki die gewonnen heeft.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Elke bladzijde Nieuwgrieks die een leerder leest, is in zekere zin de nalatenschap van Psycharis. De γλωσσικό ζήτημα (taalkwestie) die hij ontstak, verdeelde Griekenland negentig jaar lang, met rellen in Athene in 1901 om een demotische vertaling van de Evangeliën, de invoering van de demotiki op de lagere scholen onder Venizelos in 1917, het verbod erop door de dictaturen en ten slotte de wet van 1976 die de demotiki tot taal van de staat en het onderwijs maakte; de schoolgrammatica die nog steeds wordt gebruikt, stamt af van de grammatica van Triantafyllidis uit 1941, die voortbouwde op zijn werk. Το ταξίδι μου wordt op Griekse lycea in fragmenten gelezen als de stichtingstekst van de demotische beweging, en de zin «γλώσσα και πατρίδα είναι το ίδιο» is de leus die elke Griekse scholier met zijn naam verbindt. Straten in Athene en op Chios dragen zijn naam, en zijn graf kan op Chios worden bezocht.
Wist je dat?
- Frans, niet Grieks, was de taal van zijn schooltijd; hij werd de voorvechter van het gesproken Grieks vanaf een leerstoel in Parijs en heeft nooit in Griekenland gewoond.
- Hij was de schoonzoon van Ernest Renan, en zijn zoon Ernest Psichari was een Franse romanschrijver die in augustus 1914 aan het front sneuvelde.
- «Ψυχαρισμός» leeft in het Grieks voort als woord voor overdreven, dogmatisch demoticisme, hoewel zijn grondgedachte gewonnen heeft.
- Hoewel hij zijn hele leven in het buitenland woonde, vroeg hij om begraven te worden op Chios, het eiland van zijn familie.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Essais de grammaire historique néo-grecque | Essays over de historische grammatica van het Nieuwgrieks | 1886–1889 |
| Το ταξίδι μου | Mijn reis, het manifest van het demoticisme | 1888 |
| Τ' όνειρο του Γιαννίρη | De droom van Jannieris (roman) | 1897 |
| Ρόδα και μήλα | Rozen en appels (essays, vijf delen) | 1902–1909 |
| Ζωή κι αγάπη στη μοναξιά | Leven en liefde in eenzaamheid (roman) | 1904 |
| Αγνή | Agni (roman) | 1913 |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Γλώσσα και πατρίδα είναι το ίδιο. Να πολεμά κανείς για την πατρίδα του ή για την εθνική τη γλώσσα, ένας είναι ο αγώνας.
Glossa kai patrida einai to idio. Na polema kaneis gia tin patrida tou i gia tin ethniki ti glossa, enas einai o agonas.
Taal en vaderland zijn hetzelfde. Of men nu strijdt voor zijn vaderland of voor de nationale taal, het is één en dezelfde strijd.
Uit het origineel
De tekst zoals Jannis Psycharis hem schreef, rechtenvrij, met onze eigen vertaling ernaast.
«Τὸ ταξίδι μου»Mijn reis
De ‘Twee woorden’ waarmee ‘Mijn reis’ opent, het boek uit 1888 dat de demoticistische beweging op gang bracht: Psycharis, hoogleraar in Parijs, legt uit waarom schrijven in de gesproken taal een vaderlandslievende strijd is. Let op zijn eigen fonetische spellingen, zoals ἀφτή voor αὐτή.
«Τὸ ταξίδι μου» (1888), «Δυὸ λόγια», the opening; text of the 1905 second edition · Tekst uit het publieke domein, bron: el.wikisource.org














