Leven
Tsatsos werd op 1 juli 1899 in Athene geboren. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Athene (1914–1918) en volgde vanaf 1925 vervolgstudies in Heidelberg, waar de rechtsfilosofie van de neokantiaanse scholen zijn denken vormde. Terug in Griekenland promoveerde hij in 1929 in Athene in de rechten en kreeg hij in 1933 een leerstoel Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Athene; met zijn colleges en boeken was hij voor een generatie studenten de stem van een liberale, humanistische opvatting van recht en staat.
Hij was nauw verbonden met de literaire wereld. In 1930 trouwde hij met Ioanna Seferiadi, de zus van de dichter Giorgos Seferis en zelf schrijfster, en hij behoorde tot de kring van de zogeheten Generatie van de jaren dertig, de schrijvers en kunstenaars die een moderne Griekse cultuur zochten. Met Seferis voerde hij in 1938–39 een openbare uitwisseling van essays over poëzie die nog altijd wordt gelezen.
Na de bevrijding ging hij de politiek in: hij was minister in 1945, werd in 1946 voor het eerst in het parlement gekozen en bekleedde ministersposten in verscheidene regeringen, waaronder Onderwijs (1949–1950); hij was vele jaren een naaste medewerker van Konstantinos Karamanlis. Na de val van de dictatuur in 1974 zat hij de parlementaire commissie voor die de nieuwe Grondwet van 1975 opstelde. In juni 1975 koos het parlement hem tot president van de Republiek, een ambt dat hij tot 1980 bekleedde, toen Karamanlis hem opvolgde. Hij was in 1961 in de Academie van Athene gekozen en was er in 1966 voorzitter van. Hij bleef schrijven tot het einde van zijn leven en stierf op 8 oktober 1987 in Athene.
Werk

Als filosoof hield Tsatsos zich bezig met de aard van het recht en de interpretatie ervan, met de verhouding tussen recht, moraal en staat, en met het sociale en politieke denken van de oude Grieken. Hij behoorde tot de humanistische traditie: voor hem was het recht niet alleen een techniek van regels maar een uitdrukking van waarden, en de polis van de Grieken bleef het model van de gemeenschap van vrije burgers. Zijn stijl was klassiek en helder, dichter bij het essay dan bij de verhandeling, en hij schreef een omvangrijke studie over Kostis Palamas, Παλαμάς (Palamas, 1936).
Zijn meest gelezen literaire moment is de dialoog over poëzie met Seferis. In 1938 bekritiseerde Tsatsos, schrijvend als een in de klassieke esthetica geschoolde lezer, de moderne poëzie om haar duisterheid en haar breuk met heldere betekenis en vorm. Seferis antwoordde met zijn Διάλογος πάνω στην ποίηση (Dialoog over poëzie), waarin hij de vrijheid en de moeilijkheid van het moderne vers verdedigde, en Tsatsos repliceerde op zijn beurt. De uitwisseling werd het klassieke Griekse debat over het modernisme, het moment waarop de twee kanten van de Generatie van de jaren dertig hun ideeën onder woorden brachten. De teksten werden later gebundeld als Ένας διάλογος για την ποίηση (Een dialoog over poëzie, 1975). Later legde Tsatsos zich toe op de korte vorm en publiceerde hij de delen Αφορισμοί και διαλογισμοί (Aforismen en overpeinzingen, 1965–1969), korte bespiegelingen over leven, kunst, macht en dood in de lijn van de Franse moralisten.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Tsatsos is een van die Griekse figuren die universiteit, literatuur en staat met elkaar verbonden. Zijn rol in de eerste jaren van de na 1974 herstelde democratie hoort bij de moderne geschiedenis die elke Griekse scholier leert. Voor lezers is de essentiële tekst de uitwisseling Seferis–Tsatsos over poëzie, regelmatig herdrukt en bestudeerd als het klassieke Griekse debat over moderne poëzie: lees haar naast een gedicht van Seferis en beslis aan welke kant u staat. Zijn aforismen zijn kort genoeg om er als gevorderde leerling elke dag één te lezen, als oefening in compact, verfijnd Grieks proza.
Wist je dat?
- Hij was de zwager van Giorgos Seferis: zijn vrouw, Ioanna Tsatsou, was de zus van de dichter.
- Hij werd in 1961 in de Academie van Athene gekozen en was er in 1966 voorzitter van.
- Hij was de eerste president van de Republiek die werd gekozen volgens de Grondwet van 1975.
- Op latere leeftijd schreef hij bundels aforismen, een zeldzaam genre in het Grieks.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Παλαμάς | Palamas (kritische studie) | 1936 |
| Διάλογος για την ποίηση (με τον Γιώργο Σεφέρη) | De dialoog over poëzie met Giorgos Seferis | 1938–1939 |
| Αφορισμοί και διαλογισμοί | Aforismen en overpeinzingen (meerdere delen) | 1965–1969 |
| Σύνταγμα του 1975 | Voorzitter van de commissie die de Grondwet van 1975 opstelde | 1975 |
| Πρόεδρος της Δημοκρατίας | President van de Helleense Republiek | 1975–1980 |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Αφορισμοί και διαλογισμοί
Aforismoi kai dialogismoi
Aforismen en overpeinzingen






















