Leven
Martha Karagianni werd op 6 november 1939 geboren als enig kind van vluchtelingenouders uit Pontus en groeide op in Keratsini, bij Piraeus; sommige berichten noemen Piraeus of Athene als geboorteplaats. Op achtjarige leeftijd, na een jaar les aan de dansschool Morianoff, werd ze toegelaten tot het kinderballet van het Lyrisch Toneel, en toen dat programma stopte, volgde ze haar lerares naar een nieuwe dansschool. Haar particuliere middelbare school gaf ook les in dans en toneel. Bij een schoolvoorstelling viel ze op bij regisseur Orestis Laskos, die haar uitnodigde voor een screentest bij Finos Film. Nog voor haar zeventiende speelde ze de geliefde van Alekos Alexandrakis in Η Άγνωστος (De onbekende), uitgebracht in 1956. Ze volgde nooit een toneelschool, maar kreeg een acteerlicentie als ‘uitzonderlijk talent’.
Haar toneeldebuut volgde in 1957 in de revue Ελέφαντες και ψύλλοι (Olifanten en vlooien), waar ze Giannis Dalianidis leerde kennen, toen acteur en danser. Vanaf 1961 was haar filmcarrière nauw verbonden met Dalianidis en Finos Film, en van 1964 tot 1972 werkte ze uitsluitend voor Finos. Daarna richtte ze zich op het theater, van musicals en komedies in de jaren zeventig en tachtig naar drama in de jaren negentig, en vanaf 1977 speelde ze in televisieseries. Haar autobiografie, Ο έρωτας μωρό μου είναι γλέντι (Liefde, schatje, is een feest), verscheen in 2001. Ze overleed op 18 september 2022.
Werk
Karagianni’s filmpersonage kreeg vorm in de komedies en musicals van Finos Film uit de jaren zestig. Dalianidis castte haar voor het eerst in Ζητείται ψεύτης (Leugenaar gezocht, 1961). Μερικοί το προτιμούν κρύο (Sommigen houden van koud, 1963), dat Finos presenteert als de eerste Griekse musical, bracht haar groot succes als verloofde van Dinos Iliopoulos. Daarna werd ze een vast gezicht in de musicals van Dalianidis, waaronder Κάτι να καίει (Er brandt iets, 1964), Κορίτσια για φίλημα (Meisjes om te kussen, 1965), Ραντεβού στον αέρα (Rendez-vous in de lucht, 1966), Μια κυρία στα μπουζούκια (Een dame bij de bouzoukia, 1968), Γοργόνες και μάγκες (Zeemeerminnen en boefjes, 1968) en Μαριχουάνα στοπ (Marihuana stop, 1971). Ze danste in alle, maar zong in maar één: Ο άντρας που θα παντρευτώ (De man met wie ik ga trouwen), van Mimis Plessas en Lefteris Papadopoulos, in Zeemeerminnen en boefjes.
Met Kostas Voutsas vormde ze een geliefd filmduo, vooral in Το ανθρωπάκι (Het mannetje, 1969). Πεθαίνω κάθε ξημέρωμα (Ik sterf elke dageraad, 1969) van Nikos Foskolos gaf haar haar enige dramatische rol bij Finos. Finos Film telt twintig van haar tweeënveertig films. Op het toneel bracht ze in de winter van 1972 een ambitieuze Cabaret, oogstte ze in de jaren negentig lof in Pirandello, Goldoni en Kesselring, en in 2004 speelde ze Praxagora in Aristophanes’ Εκκλησιάζουσες (De vrouwenvolksvergadering), op tournee langs Griekse festivals tot in het Odeion van Herodes Atticus.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Finos Film, dat de rechten op haar films bezit, bewaart op zijn website Karagianni’s filmografie, drie video-eerbetonen en een selectie van haar uitspraken; bij haar dood nam het bedrijf afscheid van haar als ‘onze zeemeermin’. Ze zei ooit dat je mensen aan het lachen maken niet kunt leren: je hebt het of je hebt het niet. Komische timing is misschien aangeboren, maar komische dialoog is een uitstekend klaslokaal. Kies een korte scène uit een vermelde Griekstalige Finos-komedie, zoals Το ανθρωπάκι (Het mannetje), en noteer hoe de personages een verzoek doen, elkaar onderbreken en van toon veranderen. Schrijf daarna in je eigen woorden een nieuwe wisseling van vier tot zes regels voor dezelfde situatie, in plaats van het script over te nemen, en speel die met een partner.
Wist je dat?
- Ze kreeg een acteerlicentie als ‘uitzonderlijk talent’ zonder ooit een toneelschool te volgen.
- In de musicals van Dalianidis danste ze altijd, maar zong ze maar één keer, in Zeemeerminnen en boefjes (1968).
- In 2002 keerde ze terug naar het Lyrisch Toneel met de operette Το κορίτσι της γειτονιάς (Het meisje van hiernaast), meer dan vijftig jaar na het kinderballet.
- Haar eerste antieke komedie kwam pas in 2004, toen ze Praxagora speelde in De vrouwenvolksvergadering van Aristophanes.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Η Άγνωστος | De onbekende — filmdebuut | 1956 |
| Μερικοί το προτιμούν κρύο | Sommigen houden van koud — muziekfilm | 1963 |
| Κορίτσια για φίλημα | Meisjes om te kussen — muziekfilm | 1965 |
| Γοργόνες και μάγκες | Zeemeerminnen en boefjes — muziekfilm | 1968 |
| Το ανθρωπάκι | Het mannetje — komedie met Kostas Voutsas | 1969 |
| Εκκλησιάζουσες | De vrouwenvolksvergadering — Praxagora, op het toneel | 2004 |
Een zin om te onthouden
Δηλώνω μαθήτρια μια ζωή.
Dilóno mathítria mia zoí.
Ik verklaar mezelf levenslang leerling.










































