Leven
Castoriadis werd op 11 maart 1922 in Constantinopel geboren, en zijn familie verhuisde een paar maanden later naar Athene, toen de Griekse aanwezigheid in Turkije ten einde liep. Hij studeerde rechten, economie en politicologie aan de Universiteit van Athene en sloot zich als tiener aan bij de communistische jeugd onder de dictatuur van Metaxas. Tijdens de Bezetting brak hij met de Communistische Partij en voegde hij zich bij een trotskistische groep, waardoor hij een doelwit werd van zowel de stalinisten als rechts.
In december 1945 verliet hij Piraeus aan boord van het schip de Mataroa, dat een groep jonge Griekse intellectuelen en kunstenaars met Franse beurzen naar Parijs bracht, onder wie Kostas Axelos en Kostas Papaioannou. In Parijs verliet hij al snel de trotskistische beweging en richtte hij met Claude Lefort de groep en het tijdschrift Socialisme ou Barbarie (1949–1965) op, waarvan de kritiek op de bureaucratie in Oost en West de generatie van mei 1968 beïnvloedde. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkte hij van 1948 tot 1970 als econoom bij de OEES, later de OESO; als buitenlander schreef hij zijn politieke teksten onder pseudoniemen als Pierre Chaulieu en Paul Cardan.
Nadat hij in 1970 Frans staatsburger was geworden, verliet hij de OESO, liet hij zich opleiden tot psychoanalyticus en praktiseerde hij vanaf het begin van de jaren zeventig. In 1980 werd hij studiedirecteur aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales. Hij keerde vaak terug naar Griekenland voor lezingen en interviews, die een groot publiek trokken. Hij overleed op 26 december 1997 in Parijs.
Werk

Castoriadis begon als marxistisch criticus van de Sovjet-Unie, die hij analyseerde als een samenleving beheerst door een nieuwe bureaucratische klasse. Begin jaren zestig concludeerde hij dat het marxisme zelf, met zijn geloof in economische wetten en historische noodzaak, niet kon verklaren hoe samenlevingen werkelijk veranderen, en hij liet het los.
Zijn antwoord staat in L'Institution imaginaire de la société (1975), in het Grieks Η φαντασιακή θέσμιση της κοινωνίας (De imaginaire institutie van de maatschappij). Elke samenleving, betoogt hij, schept zichzelf: haar goden, wetten, waarden en betekenissen worden niet gedicteerd door de natuur, God of de geschiedenis, maar zijn uitvindingen van een collectief «radicaal imaginair». De meeste samenlevingen verbergen dit voor zichzelf en schrijven hun regels toe aan een externe bron; hij noemt ze heteronoom. Een autonome samenleving is er een die weet dat ze haar eigen wetten maakt en ze daarom ter discussie kan stellen en veranderen, en een autonoom individu is iemand die nadenkt over wat hij denkt en doet.
Voor Castoriadis werd dit project van autonomie tweemaal geboren: in de antieke Griekse polis, met democratie en filosofie, en in het moderne West-Europa, met zijn revoluties en zijn kritische denken. Hij hield vol dat Athene geen model was om te kopiëren maar een kiem om te ontwikkelen. Zijn essays, vanaf 1978 gebundeld in de reeks Les Carrefours du labyrinthe (Kruispunten in het labyrint), lopen uiteen van psychoanalyse tot ecologie, en in La montée de l'insignifiance (De opmars van de onbeduidendheid, 1996) hekelde hij een consumptiemaatschappij die haar politieke hartstocht had verloren.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
In Griekenland is Castoriadis een bekende naam geworden onder lezers van filosofie en politiek: zijn boeken zijn vertaald, vooral door uitgeverij Ύψιλον, zijn televisie-interviews uit de jaren tachtig en negentig circuleren volop online, en uitdrukkingen als «η άνοδος της ασημαντότητας» (de opmars van de onbeduidendheid) en het «project van autonomie» duiken op in krantencolumns en in debatten over directe democratie. Een goed begin is een van die Griekse interviews, waarin hij helder en levendig Grieks spreekt, of zijn lezingen over het antieke Athene. Zijn kernbegrippen, de imaginaire institutie en de autonomie, behoren wereldwijd tot het vocabulaire van de sociale theorie.
Wist je dat?
- Hij voer in december 1945 met de Mataroa naar Frankrijk, samen met tientallen jonge Griekse intellectuelen die in het buitenland carrière zouden maken.
- Meer dan twintig jaar lang was hij senior econoom bij de OESO, terwijl hij onder pseudoniemen revolutionaire teksten schreef.
- Hij was tegelijk filosoof, econoom en praktiserend psychoanalyticus.
- Hij zag de Atheense polis als een kiem om te ontwikkelen, niet als een model om te kopiëren.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Socialisme ou Barbarie (επιθεώρηση) | Socialisme ou Barbarie (tijdschrift) | 1949–1965 |
| Η φαντασιακή θέσμιση της κοινωνίας | De imaginaire institutie van de maatschappij | 1975 |
| Τα σταυροδρόμια του λαβυρίνθου | Kruispunten in het labyrint | 1978 |
| Η αρχαία ελληνική δημοκρατία και η σημασία της για μας σήμερα | De antieke Griekse democratie en haar betekenis voor ons vandaag (lezing) | 1986 |
| Η άνοδος της ασημαντότητας | De opmars van de onbeduidendheid | 1996 |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Η άνοδος της ασημαντότητας
I anodos tis asimantotitas
De opmars van de onbeduidendheid






















