Leven
Ioannou werd op 20 november 1927 in Thessaloniki geboren in een arm vluchtelingengezin uit Oost-Thracië, dat zich na de bevolkingsuitwisseling van de jaren 1920 in de stad had gevestigd. Hij groeide op in de arbeiderswijken rond het station, een wereld van vluchtelingen, kleine handelaars en, tot 1943, joodse buren. Als tiener maakte hij de Duitse bezetting mee en zag hij de deportatie van de joden van de stad naar de vernietigingskampen, een ervaring die steeds weer in zijn werk zou terugkeren.
Hij studeerde geschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Thessaloniki en werd leraar Grieks; het grootste deel van zijn werkzame leven gaf hij les in het middelbaar onderwijs. Hij begon als dichter, met Ηλιοτρόπια (Zonnebloemen, 1954) en Τα χίλια δέντρα (De duizend bomen, 1963), voordat hij met Για ένα φιλότιμο (Voor een gevoel van eer, 1964) zijn ware stem in het proza vond.
Hij gaf les in Athene en elders in Griekenland, en vanaf 1962 twee jaar lang aan de Griekse school van Benghazi in Libië. Eenmaal gevestigd in Athene werd hij in de jaren 1970 een centrale figuur in het literaire leven daar, en in 1979 won hij de Eerste Staatsprijs voor het korte verhaal met Το δικό μας αίμα. Hij was ook een hartstochtelijk onderzoeker van de volkscultuur: hij stelde verzamelingen volksliederen en volkssprookjes samen en gaf de teksten van het Karagiozis-schimmenspel uit in drie delen (1971–1972). Hij stierf op 16 februari 1985 in Athene, 57 jaar oud, kort na de publicatie van Η πρωτεύουσα των προσφύγων (De hoofdstad van de vluchtelingen), zijn laatste portret van zijn stad.
Werk

Ioannou's kenmerkende vorm is het «πεζογράφημα», een kort prozastuk van enkele bladzijden in de ik-vorm, dat zich vrij beweegt tussen anekdote, herinnering, bekentenis en essay. De verteller loopt door Thessaloniki, herinnert zich een scène uit zijn jeugd, observeert een vreemde in een café of een trein, en onthult langzaam een eenzaamheid, een verlangen, een schuldgevoel. De toon is eenvoudig en spreektalig, maar elk woord is gewogen, en onder het kalme oppervlak loopt een onderstroom van ironie.
Zijn bundels Για ένα φιλότιμο (1964), Η σαρκοφάγος (De sarcofaag, 1971), Η μόνη κληρονομιά (De enige erfenis, 1974) en Το δικό μας αίμα (Ons eigen bloed, 1978) vormen samen een morele kaart van het naoorlogse Thessaloniki: de vluchtelingenwijken met hun koppige trots, de bezetting en haar honger, de verdwenen joodse gemeenschap, de onderdrukte zinnelijkheid van een provinciestad, de hypocrisie van de nette samenleving. Hij schreef discreet maar onmiskenbaar over mannelijk verlangen, en met zeldzame eerlijkheid over de Holocaust van de joden van Thessaloniki, in een tijd waarin weinig Griekse schrijvers het onderwerp aanroerden. In Η πρωτεύουσα των προσφύγων (1984) wendde hij zich tot de stad zelf, haar straten en gebouwen, en verdedigde hij haar geheugen tegen de bulldozers van de modernisering.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Ioannou is een vaste waarde in de Griekse schoolbloemlezingen, en veel Grieken lezen hem voor het eerst op het lyceum; zijn stukken zijn kort genoeg om in één keer uit te lezen en ideaal voor een C2-leerder. Wandel met Η πρωτεύουσα των προσφύγων in de hand rond het oude station en door de wijk Vardaris in Thessaloniki, en je ziet de stad door zijn ogen. Critici plaatsen hem, samen met Manolis Anagnostakis, in het hart van de introspectieve, stedelijke «school van Thessaloniki» van de naoorlogse literatuur. Zijn boeken worden nog steeds gedrukt, en zijn edities van de Karagiozis-teksten worden nog altijd gebruikt door wie het schimmenspel bestudeert. De pagina van de site over Anagnostakis maakt het portret van het literaire Thessaloniki compleet.
Wist je dat?
- Veel van zijn prozastukken zijn maar twee of drie bladzijden lang.
- Hij begon als dichter voordat hij zich toelegde op het korte proza waarmee hij beroemd werd.
- Hij was een van de eerste Griekse schrijvers die schreven over de deportatie van de joden van Thessaloniki, waarvan hij als tiener getuige was.
- Zijn echte achternaam was Sorolopis; hij schreef als Giorgos Ioannou.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ηλιοτρόπια | Zonnebloemen (gedichten) | 1954 |
| Για ένα φιλότιμο | Voor een gevoel van eer | 1964 |
| Η σαρκοφάγος | De sarcofaag | 1971 |
| Η μόνη κληρονομιά | De enige erfenis | 1974 |
| Το δικό μας αίμα | Ons eigen bloed | 1978 |
| Η πρωτεύουσα των προσφύγων | De hoofdstad van de vluchtelingen | 1984 |
Een zin om te onthouden
Η πρωτεύουσα των προσφύγων
I protevousa ton prosfygon
De hoofdstad van de vluchtelingen






















