Leven
Theodorakopoulos werd op 28 februari 1900 geboren in het dorp Vassaras in Lakonië, op de zuidelijke Peloponnesos. Hij was beursleerling aan de Rizarios-school in Athene en vertrok daarna, zoals veel begaafde Grieken van zijn generatie, naar de Duitstalige universiteiten: Wenen (1920–1922) en Heidelberg (1922–1925), toen een van de grote centra van de Europese filosofie, waar de neokantiaanse traditie en de nieuwe filosofieën van het bestaan en van de cultuur werden bediscussieerd; hij hoorde Heinrich Rickert en Karl Jaspers en promoveerde in 1925 op een proefschrift over de dialectiek van het zijn bij Plato. Daar sloot hij een levenslange vriendschap met twee andere jonge Grieken, Konstantinos Tsatsos en Panagiotis Kanellopoulos; de Griekse intellectuele geschiedenis noemt hen de «generatie van Heidelberg».
Terug in Griekenland richtten de drie in 1929 het tijdschrift Αρχείον της Φιλοσοφίας και Θεωρίας των Επιστημών (Archief voor filosofie en wetenschapstheorie) op, dat tot 1940 verscheen, een poging om serieuze Europese filosofie in het Grieks te brengen. Daarna scheidden hun wegen: Kanellopoulos werd politicus en kort premier, Tsatsos politicus en later president van de Republiek, terwijl Theodorakopoulos bovenal een geleerde bleef, al was ook hij kort minister van Onderwijs, in 1945 en 1966.
Hij doceerde filosofie aan de jonge Universiteit van Thessaloniki (hoogleraar vanaf 1933) en vanaf 1939 aan de Universiteit van Athene, die hij in 1967 onder de militaire junta verliet. Hij werd in 1960 in de Academie van Athene gekozen, was er in 1963 voorzitter en van 1966 tot zijn dood secretaris-generaal; daar richtte hij het Onderzoekscentrum voor Griekse Filosofie op. Hij stierf op 20 februari 1981 in Athene, na meer dan een halve eeuw in het gezelschap van Plato te hebben doorgebracht.
Werk

In het middelpunt van Theodorakopoulos' werk staat Plato. Zijn Εισαγωγή στον Πλάτωνα (Inleiding tot Plato, 1940) is geen droge samenvatting van leerstellingen maar een uitnodiging om de dialogen als levende filosofie te lezen: de vragen van Socrates over rechtvaardigheid, de ziel, liefde en dood, het drama van de gesprekken, de mythen en beelden waarmee Plato spreekt wanneer het argument zijn grenzen bereikt. Hij schreef nog andere studies, zoals Πλάτων – Πλωτίνος – Ωριγένης (Plato – Plotinus – Origenes, 1959), en een boek over Goethes Faust (1956) dat een staatsprijs won, en hij gaf tientallen jaren colleges over Plato; voor veel Griekse lezers waren zijn boeken de eerste brug tussen het Oudgrieks van school en de filosofie zelf.
Zijn benadering weerspiegelde zijn Heidelbergse vorming. Hij las de Grieken met de instrumenten van de Duitse filosofie, de ideeëngeschiedenis en de cultuurfilosofie, en hij zag het antieke denken niet als een museum maar als een bron van waarden voor het moderne Griekenland en Europa. Met Tsatsos en Kanellopoulos behoorde hij tot een generatie die Griekenland een eigen filosofische taal wilde geven, in het veeleisende maar waardige Grieks van de universiteit. Zijn stijl, beheerst en verheven, met lange volzinnen en abstracte zelfstandige naamwoorden, is typerend voor die traditie, en dat maakt zijn boeken mede tot een uitstekende leerschool voor een gevorderde lezer van het Grieks.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Theodorakopoulos' Εισαγωγή στον Πλάτωνα staat nog altijd in de boekenkasten van Griekse studenten filosofie en klassieke talen en is te vinden in antiquariaten door heel Athene, een goede eerste aankoop voor een leerling op C2 die in het Grieks over Plato wil lezen. In de Griekse intellectuele geschiedenis is zijn naam verbonden met die van Tsatsos en Kanellopoulos, en de «generatie van Heidelberg» blijft een referentiepunt wanneer besproken wordt hoe de filosofie in het Nieuwgrieks terechtkwam. Als lid van de Academie van Athene hoort hij bij de geschiedenis van die instelling. De pagina's van de site over Plato en Socrates zijn de natuurlijke volgende stap: lees een bladzijde uit de Apologie en lees daarna wat Theodorakopoulos ervan maakte.
Wist je dat?
- Hij, Konstantinos Tsatsos en Panagiotis Kanellopoulos worden samen herinnerd als de «generatie van Heidelberg».
- Van de drie vrienden werd de een premier en de ander president van de Republiek; hij bleef filosoof, al was hij twee keer kort minister van Onderwijs.
- Hij werd in 1960 in de Academie van Athene gekozen, zat haar in 1963 voor en was van 1966 tot 1981 haar secretaris-generaal.
- In 1975 stichtte hij in Magoula bij Mystras een vrije school voor filosofie, genoemd naar de Byzantijnse filosoof Plethon.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Η διαλεκτική του είναι στον Πλάτωνα (διδακτορική διατριβή, Χαϊδελβέργη) | De dialectiek van het zijn bij Plato (proefschrift, Heidelberg) | 1925 |
| Αρχείον της Φιλοσοφίας και Θεωρίας των Επιστημών | Archief voor filosofie en wetenschapstheorie (tijdschrift, medeoprichter) | 1929 |
| Εισαγωγή στον Πλάτωνα | Inleiding tot Plato | 1940 |
| Ο Φάουστ του Γκαίτε | Goethes Faust (studie) | 1956 |
| Κέντρον Ερεύνης της Ελληνικής Φιλοσοφίας της Ακαδημίας Αθηνών | Onderzoekscentrum voor Griekse Filosofie, Academie van Athene (oprichter) | 1966 |
| Σχολή Φιλοσοφίας «Ο Πλήθων», Μαγούλα Μυστρά | De filosofieschool «Plethon», Magoula bij Mystras | 1975 |
Een zin om te onthouden
Εισαγωγή στον Πλάτωνα
Eisagogi ston Platona
Inleiding tot Plato






















