Leven
Papaioannou werd in 1913 geboren in Kios (Κίος, nu Gemlik in Turkije), een oude Griekse stad aan de zuidkust van de Zee van Marmara. Toen het Griekse leger in 1922 in Klein-Azië ineenstortte, moest de Griekse bevolking van Kios vertrekken, en de negenjarige jongen kwam met zijn gezin naar Griekenland, samen met meer dan een miljoen vluchtelingen. Zoals de meesten kwamen ze met bijna niets aan en begonnen opnieuw in de arme wijken van de hoofdstad; ze vestigden zich in Tzitzifies, aan zee tussen Athene en Piraeus.
In de vluchtelingenwijken van Athene en Piraeus kreeg de rebetiko in de jaren 1920 en 1930 vorm, als ontmoeting tussen de cafémuziek van Smyrna en Constantinopel en de liederen van de onderwereld van Piraeus. Papaioannou groeide op in die wereld. Hij leerde als jongeman bouzouki, speelde in de taverna's en begon vanaf het eind van de jaren 1930 platen op te nemen. Hij moest werken onder de censuur van de Metaxas-dictatuur (1936–1941), die liedjes over hasj en de onderwereld verbood, en net als zijn collega's legde hij zich toe op liefdesliedjes en taferelen uit het stadsleven.
Zijn productiefste jaren waren de jaren 1940 en 1950, na de Bezetting, toen de rebetiko het volkslied van het hele land werd en de grote zangers van die tijd zijn muziek opnamen. Hij bleef componeren en optreden tot 1972, toen hij bij zonsopgang op weg van zijn werk naar huis om het leven kwam bij een verkeersongeluk.
Werk

Papaioannou hoort bij de generatie die de rebetiko van de hasjholen van de jaren 1930 naar het massapubliek van de naoorlogse jaren bracht. Als bouzoukispeler werd hij bewonderd om zijn heldere, expressieve stijl in de klassieke traditie met drie snarenkoren; als componist schreef hij een groot aantal liedjes in de belangrijkste dansritmes van de rebetiko, de ζεϊμπέκικο (zeibekiko), de χασάπικο (hasapiko) en de τσιφτετέλι (tsifteteli).
Zijn thema's zijn die van de armen in de stad: liefde en jaloezie, de nacht en de taverna, de waardigheid van de μάγκας, de uitgekookte man uit de buurt, en onder alles de herinnering aan ontworteling. Πριν το χάραμα (Voor de dageraad) is het lied dat de meeste mensen kennen; alleen al de titel roept de laatste uren van een nacht in de taverna op, wanneer de muziek doorgaat tot het licht wordt. Πέντε Έλληνες στον Άδη (Vijf Grieken in de Hades) was nog een grote hit, en Μοδιστρούλα (Het naaistertje), Καπετάν Αντρέας Ζέππος (Kapitein Andreas Zeppos) en Φοβάμαι μη σε χάσω (Ik ben bang je te verliezen) zijn klassiekers van het genre. In het instrumentale Σούρουπο στις Τζιτζιφιές (Schemering in Tzitzifies) is zijn eigen spel te horen.
Veel van zijn liedjes worden nu gezongen zonder dat men weet wie ze schreef, wat het lot is van een groot deel van de rebetiko. Voor kenners staat Papaioannou echter naast Vamvakaris en Tsitsanis als een van de componisten die het genre zijn klassieke vorm gaven.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Wilt u Papaioannou leren kennen, luister dan naar een opname van Πριν το χάραμα en ga daarna naar een ρεμπετάδικο, een taverna met live rebetiko, waar zijn liedjes tot het standaardrepertoire horen; de muzikanten kennen ze, ook al kent het publiek de naam van de componist niet. Zijn liedjes staan op de meeste bloemlezingen van klassieke rebetiko, en een jongere generatie ontdekte ze opnieuw tijdens de rebetiko-revival van de jaren 1970 en 1980. In Nea Kios bij Argos wordt de herinnering aan het oude Kios nog levend gehouden. Zijn leven is ook een goede ingang tot het verhaal van de vluchtelingen van 1922, dat de moderne Griekse muziek heeft gevormd.
Wist je dat?
- Hij werd geboren in Kios, nu Gemlik in Turkije, en kwam op negenjarige leeftijd als vluchteling naar Griekenland.
- Een hele stad op de Peloponnesos, Nea Kios bij Argos, werd gesticht door vluchtelingen uit zijn geboorteplaats.
- Net als andere rebetes moest hij zijn liedjes aanpassen aan de censuur van de Metaxas-dictatuur, die liedjes over hasj verbood.
- Veel Grieken kunnen zijn liedjes zingen zonder zijn naam te kennen.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Πριν το χάραμα (μονάχος) | Voor de dageraad (alleen) | |
| Πέντε Έλληνες στον Άδη | Vijf Grieken in de Hades | |
| Καπετάν Αντρέας Ζέππος | Kapitein Andreas Zeppos | |
| Μοδιστρούλα | Het naaistertje | |
| Φοβάμαι μη σε χάσω | Ik ben bang je te verliezen | |
| Σούρουπο στις Τζιτζιφιές | Schemering in Tzitzifies (instrumentaal) |
Een zin om te onthouden
Όταν έκανε ταξίμι αργά τη νύχτα, ανατρίχιαζες.
Otan ekane taximi arga ti nychta, anatrichiazes.
Als hij laat in de nacht een taximi speelde, kreeg je kippenvel.
























