Leven
Aglaia Papa, ook gespeld als Aglaia Pappa, werd volgens de Nationale Galerie van Griekenland in 1904 op Korfoe geboren; enkele andere bronnen noemen 1903. Op het eiland kreeg ze haar eerste schilderlessen van Markos Zavitsianos en Konstantinos Parthenis. Daarna studeerde ze aan de Academie voor Schone Kunsten in Athene, waar onder anderen Nikolaos Lytras, Parthenis en Thomas Thomopoulos haar docenten waren. Rond 1925 schilderde de kunstenaar Spyros Vassiliou een groot portret van haar, dat ze later aan de Nationale Galerie schonk.
Na haar afstuderen zette ze haar studie voort in Triëst en Milaan, en in Wenen volgde ze colleges kunstgeschiedenis. Onderwijs en beroepsopleidingen in de kunst interesseerden haar al vroeg. Terug in Griekenland gaf ze schilderkunst en decoratieve kunst aan de beroepsschool van het weeshuis Amalieio. Ze was lid van de kunstenaarsgroepen Τέχνη (Kunst) en Στάθμη (Niveau), van de Kamer voor Beeldende Kunsten van Griekenland en van de Vereniging van Griekse Kunstenaressen.
Ze hield verschillende solotentoonstellingen en deed mee aan groepstentoonstellingen in Griekenland en het buitenland, waaronder de Biënnale van Venetië in 1934 en 1936 en de Biënnale van Alexandrië in 1957. De kritiek van haar tijd ontving haar werk gunstig. Op 14 november 1980 opende de Nationale Galerie een overzichtstentoonstelling van haar werk. Ze overleed in 1984 in Piraeus.
Werk

Volgens de Nationale Galerie waren landschappen en portretten haar belangrijkste onderwerpen. In beide gebruikte ze de stevige, geometrisch onderbouwde manier om een schilderij op te bouwen die ze van Parthenis had geleerd. Tot de vroege werken in de Galerie behoren een Αυτοπροσωπογραφία (Zelfportret) in olieverf van rond 1932 en Δύο αδερφές (Twee zussen), rond 1935 geschilderd in gouache en tempera op karton. Portretten van mensen met een naam, zoals Η Γιαννούλα (Giannoula) en Καπετάν Τσόχας (Kapitein Tsochas, rond 1950), tonen haar belangstelling voor het individu.
Verschillende landschappen danken hun titel aan plaatsen en bomen: Μπατσί Άνδρου (Batsi op Andros, 1940–1950), Ελιές (Olijfbomen, rond 1940–1950) en, veel later, Πεύκα στην Κέρκυρα (Pijnbomen op Korfoe, 1976–1978), een groot olieverfschilderij op doek van 85 × 118 cm. Vanaf de jaren zestig werden haar composities abstract. Werken als Σύνθεση Γ΄ (Compositie C, 1963–1967), olieverf op hardboard, en Φτερά (Veren, 1963–1967) noemen geen plaats of persoon meer. Haar loopbaan verbindt het onderwijs van Parthenis, de kunstenaarsgroepen van het interbellum en de wending naar abstractie in de Griekse schilderkunst na de oorlog. De catalogus van de overzichtstentoonstelling van 1980, met een voorwoord van Dimitris Papastamos, bevatte 136 platen met haar werk.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
De schilderijen van Aglaia Papa bevinden zich in openbare collecties. De Nationale Galerie van Griekenland vermeldt zestien werken van haar, vele geschonken door de kunstenares zelf, en volgens de online collectie hangt haar Zelfportret in het hoofdgebouw in Athene, net als het portret dat Spyros Vassiliou van haar maakte. De Gemeentelijke Galerie van Korfoe bezit een collectie van 23 werken van haar. Open voor een Griekse oefening de online pagina van Μπατσί Άνδρου (Batsi op Andros) bij de Nationale Galerie en bekijk de afbeelding aandachtig. Schrijf drie zinnen over wat je ziet met βρίσκεται (bevindt zich) en δίπλα σε (naast), te beginnen met Στο κέντρο βρίσκεται… (In het midden bevindt zich…). Geef daarna de mening van het museum in één zin weer: Η Πινακοθήκη γράφει ότι… (De Galerie schrijft dat…).
Wist je dat?
- Spyros Vassiliou schilderde rond 1925 haar portret; later schonk ze het aan de Nationale Galerie.
- Ze exposeerde twee keer op de Biënnale van Venetië, in 1934 en 1936.
- Naast het schilderen volgde ze in Wenen colleges kunstgeschiedenis.
- Ze was lid van de Vereniging van Griekse Kunstenaressen.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Αυτοπροσωπογραφία | Zelfportret | c. 1932 |
| Δύο αδερφές | Twee zussen | c. 1935 |
| Μπατσί Άνδρου | Batsi op Andros | 1940–1950 |
| Ελιές | Olijfbomen | c. 1940–1950 |
| Σύνθεση Γ΄ | Compositie C | 1963–1967 |
| Πεύκα στην Κέρκυρα | Pijnbomen op Korfoe | 1976–1978 |
Een zin om te onthouden
το στέρεο, γεωμετρικών αναφορών συνθετικό κανόνα, που διδάχτηκε από τον Παρθένη
to stéreo, geometrikón anaforón synthetikó kanóna, pou didáchtike apó ton Parthéni
de stevige compositieregel met geometrische verwijzingen die ze van Parthenis had geleerd

















































