Leven
Marinatos werd op 17 november 1901 (4 november volgens de oude kalender) geboren in Lixouri op het eiland Kefalonia. Hij studeerde aan de Universiteit van Athene en later in Berlijn en Halle in Duitsland; in 1919, nog als student, trad hij in dienst van de Griekse Archeologische Dienst. Hij werd naar Kreta gestuurd, waar hij in 1929 eforos van de oudheden en directeur van het Museum van Heraklion werd (tot 1937), de thuisbasis van de grote Minoïsche collecties. Op Kreta groef hij op vele plaatsen, waaronder in 1932 Amnisos, de oude haven van Knossos, waar hij een Minoïsche villa vond, versierd met schilderingen van lelies, en in de ruïnes een laag puimsteen, het lichte vulkanische gesteente dat bij uitbarstingen wordt uitgeworpen.
In 1939 werd hij hoogleraar archeologie aan de Universiteit van Athene, en in hetzelfde jaar groef hij bij Thermopylae, waar hij op het heuveltje Kolonos pijlpunten vond van het laatste gevecht van Leonidas en zijn Spartanen in 480 v.Chr. Na de oorlog werkte hij in Messenië, in de streek van Pylos, en in Marathon, en in 1955 werd hij gekozen tot lid van de Academie van Athene. In 1967 begon hij de opgraving die zijn loopbaan bekroonde, in Akrotiri op Santorini. Datzelfde jaar grepen de kolonels de macht in Griekenland, en Marinatos aanvaardde het aanbod van de junta om de archeologische dienst als inspecteur-generaal te leiden, een functie die hij tot januari 1974 bekleedde en waarvoor hij kritiek kreeg. Op 1 oktober 1974 viel hij tijdens het werk in Akrotiri van een muur en stierf. Hij werd, zoals hij had gewild, begraven binnen de plek die hij aan het licht had gebracht; in 2005 werd zijn graf verplaatst naar de buurt van de zuidelijke ingang.
Werk

Marinatos' eerste grote idee kwam voort uit het puimsteen van Amnisos. In een artikel dat in 1939 verscheen in het Britse tijdschrift Antiquity, 'The Volcanic Destruction of Minoan Crete' (De vulkanische verwoesting van het Minoïsche Kreta), stelde hij dat de explosie van de vulkaan van Thera, zo'n 110 kilometer ten noorden van Kreta, as, aardbevingen en vloedgolven op de Minoïsche kusten had afgestuurd en had bijgedragen aan de val van de beschaving van Knossos. De theorie maakte hem beroemd. Tegenwoordig dateren wetenschappers de uitbarsting rond 1600 v.Chr., vroeger dan de definitieve val van de Minoïsche paleizen, zodat het verband minder rechtstreeks is dan hij dacht, maar de uitbarsting geldt nog steeds als een van de grote gebeurtenissen van de Egeïsche bronstijd.
Om zijn theorie te toetsen koos hij Akrotiri, in het zuiden van Santorini, waar boeren oude muren hadden gevonden. Vanaf 1967 legde zijn team een welvarende stad uit de bronstijd bloot, bedolven door de uitbarsting en bewaard onder meters as: straten, pleinen, huizen van twee en drie verdiepingen, voorraadkruiken, meubels waarvan de vorm bewaard bleef als holtes in de as. Anders dan in Pompeji werden er bijna geen lichamen gevonden; de bewoners lijken op tijd te zijn gevlucht. Bovenal waren de muren bedekt met schilderingen: Η Άνοιξη (De Lente), met rode lelies en zwaluwen, twee boksende jongens, een jonge visser met zijn vangst en een lange miniatuurfries met een vloot die tussen havensteden vaart. Deze fresco's veranderden ons beeld van de Egeïsche kunst. Marinatos publiceerde de resultaten jaar na jaar in zijn verslagen, Excavations at Thera (Opgravingen op Thera).
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Akrotiri is vandaag een van de meest bezochte archeologische plaatsen van Griekenland, beschermd door een groot modern dak; wie door de oude straten loopt, komt vlak langs het graf van Marinatos, bij de ingang. Veel muurschilderingen bevinden zich in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene en in het Museum van het Prehistorische Thera in Fira, en het Lentefresco met zijn zwaluwen verschijnt op affiches, boekomslagen en souvenirs. De opgraving werd na zijn dood voortgezet onder leiding van zijn collega Christos Doumas. Bezoekers van Santorini horen vaak het verhaal, door Marinatos en anderen gelegd, dat de verwoesting van Thera achter Plato's legende van Atlantis schuilgaat. In Lixouri, zijn geboorteplaats, wordt hij herinnerd als een van de beroemde zonen van Kefalonia.
Wist je dat?
- Hij legde het verband tussen de uitbarsting van Thera en het Minoïsche Kreta voor het eerst in een artikel uit 1939.
- Bij Thermopylae vond hij op de heuvel Kolonos pijlpunten van de slag van 480 v.Chr.
- In Akrotiri werden bijna geen menselijke resten gevonden, wat erop wijst dat de bewoners vóór de uitbarsting vluchtten.
- Hij stierf in 1974 in Akrotiri na een val tijdens de opgraving en ligt binnen de opgravingsplaats begraven.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ανασκαφή στην Αμνισό της Κρήτης | Opgraving in Amnisos, Kreta | 1932 |
| «The Volcanic Destruction of Minoan Crete» | De vulkanische verwoesting van het Minoïsche Kreta (artikel, Antiquity) | 1939 |
| Ανασκαφή στις Θερμοπύλες (λόφος Κολωνού) | Opgraving bij Thermopylae (heuvel Kolonos) | 1939 |
| Ανασκαφή στο Ακρωτήρι της Θήρας | Opgraving van Akrotiri, Thera (Santorini) | 1967–1974 |
| Excavations at Thera | Opgravingen op Thera (jaarverslagen) | 1968–1976 |
Uit het werk




Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Ένα πρωτότυπον μουσείον-ανασκαφή, όπου ο επισκέπτης θα βλέπη μίαν προϊστορικήν Πομπηίαν.
Ena prototypon mouseion-anaskafi, opou o episkeptis tha vlepi mian proistorikin Pompiian.
Een origineel museum-opgraving, waar de bezoeker een prehistorisch Pompeji zal zien.
























