Leven
Theotokas werd op 27 augustus 1905 in Constantinopel geboren in een welgestelde Griekse familie; beide ouders kwamen van Chios, en zijn vader had rechten gestudeerd. Hij bracht zijn jeugd door in de grote kosmopolitische stad, de wereld die hij in Λεωνής zou beschrijven, en in 1922, het jaar van de Klein-Aziatische catastrofe, vestigde het gezin zich in Athene. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Athene en zette eind jaren 1920 zijn studie voort in Parijs en Londen, jaren die hem openden voor Europese literatuur en ideeën.
Terug in Athene publiceerde hij in 1929 onder het pseudoniem Orestis Digenis Ελεύθερο πνεύμα, en dat maakte hem tot woordvoerder van een nieuwe literaire generatie, die van Seferis, Elytis, Venezis en Kosmas Politis. Hij werkte als advocaat, maar schrijven was zijn leven: romans, verhalen, toneelstukken, essays, reisboeken en artikelen over politiek. Hij was een overtuigd democraat en liberaal, tegen dictatuur van rechts én van links, en na de burgeroorlog pleitte hij voor verzoening tussen Grieken. Hij was tweemaal directeur-generaal van het Nationaal Theater, in 1945–46, direct na de bezetting, en opnieuw in 1952–53. Hij reisde veel, schreef over Cyprus en de Verenigde Staten en hield vele jaren een dagboek bij. Hij overleed op 30 oktober 1966 in Athene, enkele maanden voor de militaire staatsgreep van april 1967 die hij had gevreesd.
Werk

Ελεύθερο πνεύμα (Vrije geest, 1929) is een kort, strijdbaar essay. Het Griekse proza, betoogde Theotokas, zat gevangen in het dorp en het volkssprookje, in nostalgie en in de oude taalstrijd. Griekenland had schrijvers nodig die keken naar de moderne stad, naar Europa, naar ideeën en naar het individu, en daarbij Grieks bleven. Het essay werd gelezen als een onafhankelijkheidsverklaring, en de generatie die volgde nam het als haar programma over.
Zijn roman Αργώ (Argo, twee delen, 1933 en 1936) is zijn poging tot de grote moderne Griekse roman: een breed beeld van het Athene van de jaren 1920, met een groep studenten vol politieke dromen – communisten, nationalisten en idealisten – die als de Argonauten varen naar een toekomst die ze niet kunnen zien. Λεωνής (Leonis, 1940) is korter en zachter: het verhaal van een jongen die opgroeit in Constantinopel tijdens de Eerste Wereldoorlog, tot het einde van die Griekse wereld; pagina’s eruit staan in Griekse schoolboeken. Ιερά οδός (Heilige Weg, 1950), dat hij later voltooide tot de grote roman Ασθενείς και οδοιπόροι (Zieken en zwervers, 1964), volgt de Griekse samenleving door de bezetting en de burgeroorlog. Hij schreef ook toneelstukken naar de Griekse traditie en geschiedenis, waaronder Το γεφύρι της Άρτας (De brug van Arta, 1942). Zijn dagboeken, na zijn dood uitgegeven als Τετράδια ημερολογίου (Dagboekschriften), behoren tot de beste getuigenissen van het Griekse intellectuele leven van zijn tijd.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Griekse scholieren leren Theotokas kennen via Λεωνής, waarvan de jeugdscènes in Constantinopel in de leesboeken staan, en via Ελεύθερο πνεύμα, de tekst die elke geschiedenis van de nieuwgriekse literatuur aanhaalt wanneer ze het over de Generatie van de jaren dertig heeft. Αργώ blijft de roman die men aanraadt aan wie de politieke hartstochten van het Athene tussen de oorlogen wil begrijpen. Zijn essays over democratie en over de Griekse taal worden nog steeds aangehaald in publieke debatten. Voor een leerder is Λεωνής een goed beginpunt: een kort, helder boek over de wereld van een jongen in Constantinopel, de Stad die Grieken nog altijd gewoon η Πόλη noemen, geschreven in modern, leesbaar Grieks.
Wist je dat?
- Hij publiceerde zijn manifest Vrije geest in 1929, nog geen dertig, onder het pseudoniem Orestis Digenis.
- Zijn roman Argo ontleent zijn titel aan het schip van Jason en de Argonauten.
- Hij was directeur-generaal van het Nationaal Theater in 1945–46, direct na de bevrijding van Griekenland.
- Hij stierf in oktober 1966, enkele maanden voor de kolonelsdictatuur waarvoor hij had gewaarschuwd.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ελεύθερο πνεύμα | Vrije geest (essay-manifest) | 1929 |
| Αργώ | Argo (roman) | 1933–1936 |
| Λεωνής | Leonis (roman) | 1940 |
| Το γεφύρι της Άρτας | De brug van Arta (toneelstuk) | 1942 |
| Ασθενείς και οδοιπόροι | Zieken en zwervers (roman; eerste deel verschenen als Ιερά οδός, 1950) | 1950–1964 |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Ελεύθερο πνεύμα
Eleftero pnevma
Vrije geest
























