Leven
Over Alkmans leven is maar heel weinig zeker bekend. Modern onderzoek plaatst zijn activiteit in Sparta in de tweede helft van de zevende eeuw v.Chr., toen de stad openstond voor muziek, poëzie en openbare feesten. Het Byzantijnse lexicon dat bekendstaat als de Suda, vele eeuwen later samengesteld, noemt hem een Lakoniër uit Messoa, een wijk van Sparta. Het meldt ook dat de grammaticus Krates van Mallos hem een Lydiër uit Sardis noemde, en dat zijn ouders slaven zouden zijn geweest. De Suda dateert zijn geboorte in de 27e Olympiade (672–669 v.Chr.), maar moderne uitgevers vinden die chronologie omstreden.
De vraag naar zijn herkomst werd al in de oudheid besproken en blijft open. Wel is duidelijk dat zijn liederen voor Spartaans publiek en Spartaanse feesten werden geschreven. Hij dichtte in de plaatselijke Lakonische vorm van het Dorisch, gemengd met Aiolische vormen en Homerische uitdrukkingen, en hield van zeldzame woorden, waarvan een aantal van Lydische oorsprong. Antieke geleerden verdeelden zijn gedichten over zes boeken lyrische liederen. De spellingen Alcman en Alkman verwijzen beide naar het Griekse Ἀλκμάν; in het Nieuwgrieks heet hij Αλκμάν of Αλκμάνας.
Werk

Alkman is vooral bekend om zijn παρθένεια (partheneia), liederen die meisjeskoren zongen en dansten, meestal bij openbare religieuze plechtigheden. Het langste bewaarde voorbeeld, fragment 1 in de editie van Page, wordt vaak gewoon het Partheneion genoemd. Het werd in 1855 tijdens opgravingen van Auguste Mariette op een papyrus in Saqqara in Egypte gevonden en bevindt zich nu in het Louvre. Het gedicht telde waarschijnlijk ongeveer 140 verzen in strofen van veertien regels; 101 zijn bewaard, heel of beschadigd. Het bewaarde begin vertelt de mythe van de zonen van Hippokoön, die voor hun hoogmoed werden gestraft. Daarna richt het koor zich op het feest zelf en prijst het zijn twee leidsters, Agido en Hagesichora, door hen te vergelijken met winnende paarden, met goud en met de zon. Welke godin werd geëerd en hoe het ritueel verliep, blijft onzeker.
Een tweede, meer beschadigd meisjeslied, fragment 3, prijst een meisje dat Astymeloisa heet en als een vallende ster door de menigte gaat. Andere korte fragmenten zijn bewaard omdat latere schrijvers ze citeerden. In fragment 26 zegt de zanger tegen de meisjes dat zijn ledematen hem niet meer dragen en wenst hij een kerylos te zijn, een zeevogel die met de ijsvogels vliegt. In fragment 39 zegt Alkman dat hij zijn woorden en melodie vond door naar patrijzen te luisteren. Fragment 89 beschrijft de hele slapende natuur: toppen en ravijnen, schepsels van de aarde, bijen, zeedieren en vogels.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Alkman wordt vandaag gelezen in Griekse bloemlezingen van archaïsche lyriek. De online bloemlezing van het Centrum voor de Griekse Taal biedt zijn fragmenten in het origineel met Nieuwgriekse vertalingen van filologen als I. Th. Kakridis en I. N. Kazazis, zodat je dezelfde oude regels in verschillende weergaven kunt vergelijken. Fragment 89 is een goed begin. Het niveau B2 slaat op de bewerkte Nieuwgriekse leestekst van deze pagina, niet op het zelfstandig lezen van het Dorische origineel. Maak eerst een lijst van alles wat in het fragment slaapt. Schrijf daarna vier eigen zinnen over een stille nacht, bijvoorbeeld Τα βουνά κοιμούνται (De bergen slapen) en Ο δρόμος φωτίζεται από το φεγγάρι (De weg wordt door de maan verlicht). Lees ze langzaam hardop voor.
Wist je dat?
- De Partheneion-papyrus in het Louvre meet ongeveer 22 bij 27,5 cm en wordt niet aan het publiek getoond.
- Volgens de Suda was Alkman de eerste die liederen schreef in andere metra dan de epische hexameter.
- In een fragment zegt Alkman dat hij zijn melodie vond door naar patrijzen te luisteren.
- Antieke bronnen zijn het oneens of hij uit Sparta kwam of uit Sardis in Lydië.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Παρθένειο (απόσπ. 1 PMG) | Partheneion (meisjeslied) — fragment 1 PMG, Louvre-papyrus | ? |
| Παρθένειο για την Αστυμέλοισα (απόσπ. 3 PMG) | Meisjeslied voor Astymeloisa — fragment 3 PMG | ? |
| Οι εποχές (απόσπ. 20 PMG) | De seizoenen — fragment 20 PMG | ? |
| Ο κηρύλος (απόσπ. 26 PMG) | De kerylos-vogel — fragment 26 PMG | ? |
| Οι πέρδικες (απόσπ. 39 PMG) | De patrijzen — fragment 39 PMG | ? |
| Εὕδουσι δ᾽ ὀρέων κορυφαί (απόσπ. 89 PMG) | De slapende natuur — fragment 89 PMG | ? |
Een zin om te onthouden
εὕδουσι δ᾽ ὀρέων κορυφαί τε καὶ φάραγγες
In het Grieks van nuΟι βουνοκορφές και τα φαράγγια κοιμούνται.
heúdousi d’ oréōn koryphaí te kaì pháranges
De toppen van de bergen en de ravijnen slapen.

















































