Leven
De antieke biografische overlevering plaatst Stesichorus tussen het laatste kwart van de 7e eeuw en de eerste helft van de 6e eeuw v.Chr. Malcolm Davies en Patrick Finglass, bezorgers van de moderne standaardeditie (2014), dateren zijn activiteit vooral in de eerste helft van de 6e eeuw. Antieke bronnen verbinden hem met Himera, een Griekse stad aan de noordkust van Sicilië, terwijl andere Mataurus (Metauros) in Zuid-Italië noemen; geleerden discussiëren nog of hij in de ene stad werd geboren en naar de andere verhuisde. Volgens de overlevering heette hij eigenlijk Teisias, en Στησίχορος, ongeveer ‘hij die het koor opstelt’, was een naam die voortkwam uit zijn werk met koorzang. De spellingen Stesichorus, Stesichoros en Stisichoros verwijzen allemaal naar dezelfde dichter.
Weinig feiten uit zijn leven staan vast, en de meeste verhalen over hem werden lang na zijn dood verteld. Het beroemdste wordt verteld door Plato in de Φαῖδρος (Phaedrus): Stesichorus werd blind nadat hij kwaad had gesproken over Helena van Troje, begreep de oorzaak, dichtte een palinodie, een lied dat het tegendeel zegt, en kon meteen weer zien. Dit is antieke overlevering, geen gedocumenteerde gebeurtenis. Sommige antieke getuigenissen verbinden hem ook met een verblijf in Sparta, waar Helena werd vereerd. Met meer zekerheid kan worden gezegd dat hij werkte in de Griekse steden van het Westen, in een Dorische literaire taal vol Homerische woorden.
Werk

Alexandrijnse geleerden brachten de poëzie van Stesichorus samen in 26 boeken, maar er zijn slechts ongeveer honderd fragmenten bewaard, de meeste kort. Zijn titels tonen zijn bereik: de Γηρυονηίς (Geryoneis), over Herakles en het driedubbele monster Geryon; de Ἰλίου Πέρσις (Verwoesting van Troje) en de Νόστοι (Thuiskomsten) uit de Trojaanse cyclus; een Ὀρέστεια (Oresteia); en Ἐριφύλη (Eriphyle) uit de Thebaanse mythe. De Romeinse criticus Quintilianus schreef dat hij met de lier het gewicht van de epische poëzie droeg. De gedichten waren lang: een papyrus van de Geryoneis, gepubliceerd in 1967 (P.Oxy. 2617), draagt in de marge het versnummer 1300, al zijn maar zo’n 180 verzen leesbaar. Een papyrus in Lille, gepubliceerd in 1976, bewaart de toespraak van een moeder tot haar zonen Eteokles en Polyneikes; de bezorgers schreven hem toe aan Stesichorus, maar niet alle geleerden aanvaarden dat.
Antieke auteurs schreven hem ook de eerste koortriade van strofe, antistrofe en epode toe, waaraan het gezegde τρία Στησιχόρου (de drie van Stesichorus) herinnert. Zijn meest besproken gedichten gaan over Helena. In de Palinodie ontkende hij dat zij ooit naar Troje voer: de verzen die Plato citeert beginnen met ‘dit verhaal is niet waar’. In de versie die met de Palinodie verbonden is, ging alleen een schim (εἴδωλον) van Helena naar Troje. Of er één Palinodie was of twee, staat nog ter discussie. Euripides’ toneelstuk Ἑλένη (Helena) volgt deze alternatieve versie.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Stesichorus wordt nu gelezen in Griekse bloemlezingen van archaïsche lyriek, waaronder het online handboek van het Centrum voor de Griekse Taal (Κέντρο Ελληνικής Γλώσσας), dat het fragment van de palinodie opneemt. Zijn schim-Helena leeft ook voort in Euripides’ Ἑλένη. Probeer dit: lees de drie geciteerde verzen met onze Nieuwgriekse weergave en schrijf daarna twee zinnen in het Nieuwgrieks. Eerste: Ο Όμηρος λέει ότι η Ελένη πήγε στην Τροία (Homerus zegt dat Helena naar Troje ging). Tweede: Ο Στησίχορος, όμως, γράφει ότι δεν πήγε ποτέ (Stesichorus schrijft echter dat ze er nooit heen ging). Voeg daarna een zin toe die begint met λέγεται ότι (men zegt dat) over het verhaal van de blindheid. Het niveau B2 beschrijft deze aangepaste oefening, niet het zelfstandig lezen van het oude Dorische origineel.
Wist je dat?
- Volgens de overlevering heette hij eigenlijk Teisias; Stesichorus betekent ongeveer ‘opsteller van koren’.
- Een papyrusfragment van de Geryoneis draagt het versnummer 1300.
- Palinodie komt van πάλιν (terug, omgekeerd) en ᾠδή (lied): een lied dat het tegendeel zegt.
- Het antieke gezegde τρία Στησιχόρου (de drie van Stesichorus) verwijst naar strofe, antistrofe en epode.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Γηρυονηίς | Geryoneis — Herakles en Geryon | ? |
| Ἰλίου Πέρσις | De verwoesting van Troje | ? |
| Ὀρέστεια | Oresteia | ? |
| Ἑλένα | Helena | ? |
| Παλινῳδία | Palinodie — de herroeping over Helena | ? |
| Θηβαϊκό ποίημα (πάπυρος της Λιλ) | Thebaans gedicht — Lille-papyrus, toeschrijving omstreden | ? |
Een zin om te onthouden
οὐκ ἔστ᾽ ἔτυμος λόγος οὗτος, οὐδ᾽ ἔβας ἐν νηυσὶν εὐσέλμοις, οὐδ᾽ ἵκεο Πέργαμα Τροίας.
In het Grieks van nuΔεν είναι αληθινή αυτή η ιστορία· δεν μπήκες στα καλοφτιαγμένα καράβια, δεν έφτασες στα κάστρα της Τροίας.
ouk ést’ étymos lógos hoûtos, oud’ ébas en nēusìn eusélmois, oud’ híkeo Pérgama Troíās.
Dit verhaal is niet waar: je bent nooit aan boord gegaan van de goedgebouwde schepen, je hebt de torens van Troje nooit bereikt.

















































