Leven
Vasiliki Radou werd op 6 juni 1931 in Athene geboren en woonde haar hele leven in die stad. Na de school ging ze in 1949 als bediende bij de Bank van Griekenland werken en bleef er een kwarteeuw. Haar eerste kleine bundel, Ποιήματα (Gedichten), verscheen in 1952, toen ze eenentwintig was; later verloochende ze die als jeugdwerk. In 1954 trouwde ze met de vijftien jaar oudere dichter Athos Dimoulas, die haar aanmoedigde en wiens achternaam ze als schrijversnaam behield. Ze kregen twee kinderen.
Haar vroege boeken, Έρεβος (Erebus, 1956), Ερήμην (Bij verstek, 1958) en Επί τα ίχνη (Op het spoor, 1963), kregen weinig aandacht. De doorbraak kwam met Το λίγο του κόσμου (Het weinige van de wereld, 1971), tien jaar later gevolgd door Το τελευταίο σώμα μου (Mijn laatste lichaam, 1981). De dood van haar man in 1985 ligt ten grondslag aan Χαίρε ποτέ (Gegroet, nooit, 1988), dat de Staatsprijs voor Poëzie won en haar ver buiten literaire kringen beroemd maakte.
Vanaf toen was elk nieuw boek een gebeurtenis: Η εφηβεία της λήθης (De adolescentie van de vergetelheid, 1994), Ενός λεπτού μαζί (Eén minuut samen, 1998), Χλόη θερμοκηπίου (Kasgras, 2005) en meer. In 2002 werd ze gekozen in de Academie van Athene, in 2009 ontving ze in Straatsburg de Europese Literatuurprijs en in 2010 de Grote Staatsprijs voor haar levenswerk. Ze stierf op 22 februari 2020 in Athene, achtentachtig jaar oud.
Werk
Dimoula's gedichten zien eruit als korte, gemoedelijke notities en blijken vol valkuilen te zitten. Haar favoriete procedé is de taal van grammatica en bureaucratie letterlijk te nemen. In Πληθυντικός αριθμός (Meervoud), uit Το λίγο του κόσμου, verbuigt ze liefde en angst als woorden in een schooloefening: liefde is een zelfstandig naamwoord, enkelvoud, «van weerloos geslacht». In Σημείο αναγνωρίσεως (Herkenningsteken) richt ze zich tot het beeld van een vrouw met vastgebonden handen en blijft haar een vrouw noemen, geen beeld. Abstracte zelfstandige naamwoorden, afwezigheid, vergetelheid, toeval, herinnering, lopen door haar gedichten alsof het mensen zijn met een baan en met stemmingen.
Haar andere grote onderwerp is de foto. Oude kiekjes, met hun bevroren glimlachen en verloren achtergronden, laten haar over de tijd schrijven zonder ooit iets plechtigs te zeggen: de mensen op de foto zijn weg, de foto is gebleven. Rouw wordt na 1985 een vaste metgezel die ze eerder plaagt dan beweent; Χαίρε ποτέ (Gegroet, nooit) speelt met de groet «χαίρε» en het woord «ποτέ» (nooit).
De taal is alledaags Athens Grieks dat in de gewrichten verdraaid is: een werkwoord in de verkeerde tijd, een bijvoeglijk naamwoord bij het verkeerde zelfstandig naamwoord, een cliché uit elkaar gehaald om de verborgen betekenis te tonen. Lezers die normaal geen poëzie lezen citeren haar; taalkundigen bestuderen haar. Haar verzamelde gedichten verschenen in 1998 als Ποιήματα, en de latere boeken behielden tot het einde dezelfde stem, droger en droeviger maar nooit hoogdravend.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Dimoula was iets zeldzaams: een moeilijke dichteres die tienduizenden exemplaren verkocht; haar boeken bij uitgeverij Ίκαρος liggen in elke Griekse boekhandel. Gedichten als Σημείο αναγνωρίσεως en Πληθυντικός αριθμός staan in de schoolbloemlezing voor het lyceum, en leraren gebruiken ze om te laten zien dat grammatica levend kan zijn. Opnamen waarin ze met een lage, ironische stem haar eigen gedichten voorleest, zijn online makkelijk te vinden: luister naar Πληθυντικός αριθμός met haar stem en lees het dan nog eens. Verscheidene gedichten zijn op muziek gezet, en regels als «Ο έρωτας, όνομα ουσιαστικόν» worden geciteerd op kaarten en muren. Toen ze in 2020 stierf, publiceerden kranten in heel Europa in memoriams, en dagenlang deelden Grieken haar regels op sociale media.
Wist je dat?
- Ze werkte van 1949 tot 1974 bij de Bank van Griekenland: vijfentwintig jaar overdag andermans geld tellen en 's nachts schrijven over afwezigheid.
- Ze publiceerde haar eerste boek op haar eenentwintigste en weigerde het later tot haar werk te rekenen.
- In 2002 werd ze de derde vrouw ooit die in de Academie van Athene werd gekozen, en de eerste dichteres.
- Haar gedicht Πληθυντικός αριθμός is een grammaticales: het verbuigt liefde, angst en herinnering naar getal en geslacht.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Το λίγο του κόσμου | Het weinige van de wereld | 1971 |
| Το τελευταίο σώμα μου | Mijn laatste lichaam | 1981 |
| Χαίρε ποτέ | Gegroet, nooit | 1988 |
| Η εφηβεία της λήθης | De adolescentie van de vergetelheid | 1994 |
| Ενός λεπτού μαζί | Eén minuut samen | 1998 |
| Χλόη θερμοκηπίου | Kasgras | 2005 |
Een zin om te onthouden
Ο έρωτας, όνομα ουσιαστικόν, / πολύ ουσιαστικόν, ενικού αριθμού
O erotas, onoma ousiastikon, / poly ousiastikon, enikou arithmou
De liefde, een zelfstandig naamwoord, / heel zelfstandig, enkelvoud