Leven
Moralis werd op 23 april 1916 geboren in Arta, in Epirus. Pas vijftien jaar oud, in 1931, ging hij naar de Academie voor Schone Kunsten in Athene, waar hij kort studeerde bij Konstantinos Parthenis en daarna bij Umberto Argyros, en de graveerkunst leerde in het atelier van Giannis Kefallinos, die hij later «een vader, een leraar en een vriend» noemde. Hij studeerde af in 1936, en het jaar daarop bracht een beurs van de Academie van Athene hem naar Rome en daarna naar Parijs, waar hij onder meer mozaïek studeerde. De Tweede Wereldoorlog bracht hem terug naar Griekenland.
Hij behoort tot de «generatie van de jaren dertig», de kunstenaars en schrijvers, zoals Ghika, Tsarouchis, Seferis en Elytis, die zochten naar een moderne kunst die tegelijk diep Grieks was. In 1947 werd hij gekozen tot docent aan de Academie voor Schone Kunsten, waar hij in 1957 gewoon hoogleraar werd, en hij gaf er les tot 1983, waarmee hij generaties Griekse schilders vormde. In 1958 vertegenwoordigde hij Griekenland op de Biënnale van Venetië samen met Tsarouchis en de beeldhouwer Lazaros Sochos. Hij ontving de Orde van de Feniks in 1965, de Kunstprijs van de Academie van Athene in 1979 en een grote overzichtstentoonstelling in de Nationale Galerie in 1988, toen hij haar een grote groep werken schonk. Hij schilderde bijna tot het einde van zijn lange leven en stierf op 20 december 2009 in Athene, drieënnegentig jaar oud.
Werk

Moralis begon met een gevoelige, realistische schilderkunst van portretten en figuren, in zachte kleuren. Vanaf de jaren vijftig werd zijn kunst steeds geometrischer: lichamen worden bogen en vlakken, gezichten ovalen, en kleur vlakke, warme velden van oker, wit, aardrood en blauw. Zijn onderwerpen zijn weinig en constant: jonge vrouwen, geliefden, het naakt, de zee, het Griekse licht. De figuren zijn tegelijk modern en antiek; ze doen denken aan de rust van de archaïsche beeldhouwkunst en aan de grafstèles van de Kerameikos.
Die band met de antieke grafkunst is het duidelijkst in de Επιτύμβια (Grafcomposities), een reeks schilderijen over dood en afscheid, getoond in 1963, die tot zijn meesterwerken behoren; later schonk hij ze aan de Nationale Galerie. Moralis werkte ook op monumentale schaal: voor het Athense Hilton, geopend in het begin van de jaren zestig, ontwierp hij de enorme gegraveerde marmeren composities die de gevels bedekken. Hij ontwierp decors en kostuums voor dans en theater, van het ballet Έξι λαϊκές ζωγραφιές (Zes volksschilderingen, 1951), op muziek van Manos Hadjidakis, tot Aischylos' Ικέτιδες (De smekelingen, Nationaal Theater, Epidaurus, 1964) en Karolos Kouns Οιδίπους Τύραννος (Koning Oedipus) in het Aldwych Theatre in Londen in 1968. Hij illustreerde ook uitgaven van de dichters van zijn generatie, Seferis en Elytis, voor uitgeverij Ikaros, en zijn tekeningen delen dezelfde helderheid als de gedichten.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Wie in Athene over de Vasilissis Sofias-laan loopt, kan het werk van Moralis zien: de gebeeldhouwde marmeren gevel van het Hilton is een herkenningspunt van de stad. Binnen, in de Nationale Galerie, hangen de Επιτύμβια en vele andere schilderijen in de vaste collectie, en zijn werken bevinden zich in veel Griekse openbare en particuliere collecties. Zijn geometrische geliefden verschijnen op boekomslagen, affiches en schoolboeken over kunst, en de door hem geïllustreerde uitgaven van Elytis en Seferis zijn nog altijd verkrijgbaar. Voor veel Grieken zien zijn warme okertinten en kalme gezichten er gewoon uit als «Griekenland»; probeer een van zijn schilderijen in het Grieks te beschrijven: kleuren, vormen, gevoelens.
Wist je dat?
- Hij ging op vijftienjarige leeftijd, in 1931, naar de Academie voor Schone Kunsten in Athene.
- Hij gaf ruim vijfendertig jaar les aan dezelfde academie, van 1947 tot 1983.
- De marmeren composities op de gevels van het Athense Hilton waren zijn ontwerp, in opdracht gegeven in 1959.
- Hij vertegenwoordigde Griekenland op de Biënnale van Venetië van 1958 samen met Yannis Tsarouchis.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Έξι λαϊκές ζωγραφιές (σκηνικά και κοστούμια) | Zes volksschilderingen (balletdecors en -kostuums) | 1951 |
| Οι προσόψεις του ξενοδοχείου Χίλτον | De marmeren gevels van het Athense Hilton | 1959–1962 |
| Επιτύμβια | Grafcomposities (reeks) | 1963 |
| Ικέτιδες (κοστούμια) | De smekelingen (kostuums) | 1964 |
| Οιδίπους Τύραννος (σκηνικά και κοστούμια) | Koning Oedipus (decors en kostuums, Londen) | 1968 |
Uit het werk

Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Ο Κεφαλληνός ήταν για μένα πατέρας, δάσκαλος και φίλος.
O Kefallinos itan gia mena pateras, daskalos kai filos.
Kefallinos was voor mij een vader, een leraar en een vriend.
























