Leven
Arleta werd op 3 maart 1945 in Athene geboren als Argyro-Nikoleta Tsapra, maar al als kind noemde iedereen haar Arleta. (Enkele Engelstalige berichten geven als voornaam Ariadne; Griekse overlijdensberichten noemen Argyro-Nikoleta.) Ze groeide op in Metaxourgeio, woonde daarna tientallen jaren in Exarchia, de wijk die ze haar vaderland noemde, en ten slotte in Kypseli. Na de Arsakeio-school ging ze schilderkunst studeren aan de Athener Academie voor Schone Kunsten. In juni 1965 hoorde rechtenstudent Giorgos Papastefanou haar tijdens een studentenuitstapje Άξιον Εστί (Gezegend zij) van Theodorakis zingen, en hij stelde haar voor aan Alekos Patsifas van het platenlabel Lyra.
Haar eerste single verscheen in 1966, in hetzelfde jaar gevolgd door haar eerste album, met liedjes van Giannis Spanos, Notis Mavroudis, Nikos Chouliaras en Giorgos Kontogiorgos. Ze zong in boîtes in de Plaka zoals Η Παράγκα (De Barak) en Οι Νεφέλες (De Wolken). Onder de militaire dictatuur van 1967–1974 werden echter twee liedjes van haar eerste album gecensureerd, en ze trok zich terug van het podium toen ze besefte dat elke zaak waar ze zong gesloten zou worden. Na de val van de junta zong ze op uitnodiging van Georges Moustaki in het theater Bobino in Parijs.
Haar gezondheid was broos. Op 11 februari 2008 kreeg ze enkele minuten voor een concert in Volos een hersenbloeding, maar ze herstelde en keerde in 2009 terug met een dubbelalbum. Na maandenlang ziekenhuisverblijf na een beroerte en een hartaanval stierf ze op 8 augustus 2017 in het ziekenhuis Evangelismos in Athene, 72 jaar oud.
Werk
Arleta hoorde bij de Νέο Κύμα, een stijl die Lyra sinds 1964 promootte: zachte, zorgvuldig geschreven liedjes voor nieuwe stemmen en kleine bezettingen, dichter bij het lichte lied dan bij de op bouzouki gebaseerde λαϊκό (volkslied). Critici vergeleken haar met Joan Baez en Judy Collins, maar zij wilde vooral verhalen vertellen met haar gitaar. Tot haar vroege platen behoren Αρλέτα 2 (Arleta 2, 1967), 12+1 τραγούδια του Μάνου Χατζιδάκι (12+1 liedjes van Manos Hatzidakis, 1969) en Έξι μέρες (Zes dagen, 1970), gedichten van Pavlina Pampoudi op haar eigen muziek.
Ze was ook een vertolker van poëzie. Spanos’ Τρίτη Ανθολογία (Derde bloemlezing, 1975) zette gedichten van Varnalis, Kavvadias en anderen op muziek, en in 1978 nam ze Theodorakis’ Romancero gitano op, gedichten van Lorca in de Griekse vertaling van Odysseas Elytis. In 1981 kwam Ένα καπέλο γεμάτο τραγούδια (Een hoed vol liedjes), haar eerste album met eigen liedjes.
Haar grootste succes kwam met componist Lakis Papadopoulos en tekstschrijfster Marianina Kriezi: de albums Περίπου (Ongeveer, 1984) en Τσάι γιασεμιού (Jasmijnthee, 1985) bevatten Σερενάτα (Serenade) en Batida de coco. Later volgde Άσε τα κρυφά κρυμμένα (Laat het geheime verborgen, 1991), met haar bekende Μπαρ «Το ναυάγιο» (Bar ‘Het Scheepswrak’). Ze zei dat ze liedjes had afgewezen waarvan ze wist dat het hits zouden worden, omdat ze niet bij haar pasten. In 1997 gaf Kastaniotis haar boek Από πού πάνε για την άνοιξη; (Hoe kom je bij de lente?) uit, met teksten, liedteksten en tekeningen.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Toen Arleta in 2017 overleed, noemde minister van Cultuur Lydia Koniordou haar een baken van het hedendaagse Griekse lied. In september 2018 gaven vrienden en collega’s, onder wie Foteini Velesiotou, Tania Tsanaklidou en Phoebe Killdeer van Nouvelle Vague, het eerbetoonconcert Ακόμη και αν φύγεις (Ook als je weggaat) in het Odeion van Herodes Atticus. Haar opnamen zijn gemakkelijk te vinden, waaronder Demo (2010), tien Engelstalige liedjes die zo’n 35 jaar na de opname in het archief van Lyra werden gevonden. Een korte opdracht: luister naar Τσάι γιασεμιού (1985), met tekst van Marianina Kriezi, zonder de tekst te lezen. Beoordeel het lied daarna in één Griekse zin naar het model van haar eigen opmerking over de Nieuwe Golf, bijvoorbeeld Το τραγούδι μπορεί να είναι απλό, βαρετό όμως δεν είναι (Het lied mag eenvoudig zijn, saai is het niet). Dit is onze eigen oefenzin, geen regel uit het lied.
Wist je dat?
- Op het label van haar eerste single uit 1966 stond «Παρουσιάζουμε την Αρλέττα με την κιθάρα της» (Wij presenteren Arletta met haar gitaar), met dubbele τ; op de volgende single werd de naam al Αρλέτα gespeld.
- Als klein kind wilde ze schoenpoetser worden en daarna, een tijdje, een paard.
- Hoewel men haar de ‘koningin van de boîtes’ noemde, zei ze dat ze maar ongeveer anderhalf jaar in de Plaka had gezongen.
- Ze zei dat het enige wat ze in haar leven ooit had verzameld gitaren waren.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Αρλέτα | Arleta — eerste album, liedjes van Spanos, Mavroudis, Chouliaras en Kontogiorgos | 1966 |
| 12+1 τραγούδια του Μάνου Χατζιδάκι | 12+1 liedjes van Manos Hatzidakis | 1969 |
| Romancero gitano | Romancero gitano — Theodorakis, Lorca in de vertaling van Elytis | 1978 |
| Ένα καπέλο γεμάτο τραγούδια | Een hoed vol liedjes — haar eerste album met eigen liedjes | 1981 |
| Τσάι γιασεμιού | Jasmijnthee — met Lakis Papadopoulos en Marianina Kriezi | 1985 |
| Άσε τα κρυφά κρυμμένα | Laat het geheime verborgen — album met Bar ‘Het Scheepswrak’ | 1991 |
Een zin om te onthouden
Το Νέο Κύμα μπορεί να ήταν λυρικό, μπορεί να ήταν αφελές, γλυκερό όμως δεν ήταν, πολύ σπάνια.
To Néo Kýma boreí na ítan lyrikó, boreí na ítan afelés, glykeró ómos den ítan, polý spánia.
De Nieuwe Golf mag lyrisch zijn geweest, hij mag naïef zijn geweest, maar zoetsappig was hij niet, hooguit heel zelden.


























































