Leven
Skalkottas werd op 21 maart 1904 geboren in Chalkis, op het eiland Euboea, in een familie van volks- en amateurmuzikanten. Het gezin verhuisde naar Athene, waar de begaafde jongen viool studeerde aan het Conservatorium van Athene en in 1920 met onderscheiding afstudeerde. Een beurs bracht hem in 1921 naar Berlijn, toen een van de muziekhoofdsteden van Europa, om als violist verder te studeren aan de Hochschule für Musik. In het Berlijn van de jaren twintig, vol nieuwe kunst en nieuwe ideeën, stapte hij al snel over van uitvoeren naar componeren.
Hij studeerde compositie bij Philipp Jarnach, nam enkele lessen bij Kurt Weill en was van 1927 tot ongeveer 1932 lid van de masterclass van Arnold Schönberg aan de Pruisische Academie van Kunsten. Schönberg, de uitvinder van de twaalftoonsmethode, zou hem tot zijn meest begaafde leerlingen hebben gerekend. Maar Skalkottas was arm, zijn beurs liep af, zijn privéleven was onrustig, en in 1933 keerde hij terug naar Athene; een groot deel van zijn vroege manuscripten liet hij in Berlijn achter, en die gingen verloren.
In Athene had niemand belangstelling voor zijn moeilijke moderne muziek. De rest van zijn leven werkte hij als violist in de achterste rijen van de Atheense orkesten, speelde hij de muziek van anderen en componeerde hij 's nachts voor zichzelf. In 1946 trouwde hij met de pianiste Maria Pangali en stichtte hij een gezin. Hij stierf plotseling op 19 september 1949, pas vijfenveertig jaar oud, aan een breuk die niet op tijd was behandeld. Hij liet ruim honderd werken na, waarvan de meeste nooit waren uitgevoerd.
Werk

Skalkottas schreef in twee heel verschillende werelden. Enerzijds ontwikkelde hij zijn eigen vrije versie van Schönbergs twaalftoonstechniek, waarbij hij meerdere reeksen tegelijk gebruikte en ze combineerde met traditionele vormen zoals het concert, de sonate en de suite. Werken als het Vioolconcert (1938), het Derde pianoconcert (1939), voor piano en tien blaasinstrumenten, de 32 pianostukken (1940) en de ouverture Η επιστροφή του Οδυσσέα (De terugkeer van Odysseus, 1942–43) zijn dicht, energiek en veeleisend, en behoren tot de ambitieuste modernistische muziek die in die jaren waar ook ter wereld werd geschreven.
Anderzijds schreef hij tonale muziek die geworteld is in de Griekse traditie. De 36 Ελληνικοί χοροί (36 Griekse dansen), gecomponeerd tussen 1931 en 1936 en later herzien, nemen volksmelodieën en -ritmes uit heel Griekenland, de eilanden, Epirus, Kreta, Macedonië, en zetten ze voor orkest met een briljant, kleurrijk gevoel voor klank. Anders dan de componisten van de Griekse nationale school versierde Skalkottas volksmelodieën niet met romantische harmonieën; hij behandelde ze met een moderne helderheid die hun ruwheid bewaart. Een van zijn laatste werken, de balletsuite Η θάλασσα (De zee, 1948–49), is even toegankelijk.
Die dubbele stem, de compromisloze modernist en de liefhebber van de Griekse dans, maakt hem uniek. Sommige Griekse dansen werden tijdens zijn leven gespeeld en vielen in de smaak bij het publiek; zijn grote twaalftoonswerken moesten decennia wachten, en vele gingen pas in de tweede helft van de twintigste eeuw in première.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Na zijn dood richtten vrienden en musici een vereniging op om zijn manuscripten te redden en te catalogiseren, en langzaam begon zijn muziek uitgevoerd en uitgegeven te worden. Een groot keerpunt was de omvangrijke reeks opnamen van zijn werken voor het Zweedse label BIS vanaf de jaren negentig, waardoor luisteraars over de hele wereld hem konden ontdekken. Vandaag spelen Griekse orkesten regelmatig de 36 Griekse dansen, en zijn naam wordt geëerd in het Griekse muziekonderwijs en concertleven, ook in zijn geboorteplaats Chalkis. Voor een leerder is de beste start om naar een paar Griekse dansen te luisteren, bijvoorbeeld die op eilandmelodieën, en ze dan te vergelijken met een opname van dezelfde volksdans: je hoort zowel de traditie als wat een moderne componist ermee deed.
Wist je dat?
- Hij studeerde in de masterclass van Arnold Schönberg, de grondlegger van de twaalftoonsmuziek.
- Veel van zijn vroege manuscripten gingen verloren toen hij in 1933 Berlijn verliet voor Athene.
- Terwijl hij grote concerten componeerde, verdiende hij zijn brood als gewone tuttiviolist in Atheense orkesten.
- De meeste van zijn werken werden pas na zijn dood in 1949 voor het eerst uitgevoerd.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| 36 Ελληνικοί χοροί | 36 Griekse dansen voor orkest | 1931–1936 |
| Κοντσέρτο για βιολί | Vioolconcert | 1938 |
| Τρίτο κοντσέρτο για πιάνο | Derde pianoconcert | 1939 |
| 32 κομμάτια για πιάνο | 32 pianostukken | 1940 |
| Η επιστροφή του Οδυσσέα | De terugkeer van Odysseus (ouverture) | 1942–1943 |
| Η θάλασσα | De zee (balletsuite) | 1948–1949 |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
36 Ελληνικοί χοροί
Triánta éxi Ellinikí chorí
36 Griekse dansen























