Leven
Politis werd in maart 1852 in Kalamata geboren en groeide op in Athene, waar hij aan de universiteit studeerde. Al als student was hij gefascineerd door de geloofsvoorstellingen en verhalen van gewone mensen, en hij publiceerde zijn eerste studies over de nieuwgriekse mythologie, over de nereïden, draken en schikgodinnen van het dorpsgeloof, toen hij nog maar begin twintig was. Daarna zette hij zijn studie voort in Duitsland, in München, en promoveerde in Erlangen; daar kwam hij in aanraking met de nieuwe Europese wetenschap van de volkskunde en de vergelijkende mythologie.
Terug in Athene werd hij in 1890 hoogleraar mythologie en Griekse archeologie aan de Universiteit van Athene, een leerstoel die hij drie decennia bekleedde, en hij leidde een hele generatie onderzoekers op. In 1884 stelde hij het woord λαογραφία (laografia, ‘schrijven over het volk’) voor voor de studie van de volkscultuur, en sindsdien is dat de Griekse naam van het vak. In 1908–1909 richtte hij de Helleense Vereniging voor Volkskunde en haar tijdschrift Λαογραφία op, en in 1918 zette hij een archief voor volkskundig materiaal op, dat later het Onderzoekscentrum voor Helleense Volkskunde van de Academie van Athene werd.
Politis was ook een publieke figuur, betrokken bij de debatten van zijn tijd over onderwijs, taal en nationale geschiedenis. Achter zijn werk stond een politieke vraag uit de negentiende eeuw: een antwoord geven aan wie, zoals de Duitse historicus Fallmerayer, elke continuïteit tussen de oude en de moderne Grieken ontkende. Hij stierf op 12 januari 1921 in Athene.
Werk

Politis’ methode was systematisch verzamelen en vergelijken. Hij bracht materiaal bijeen van zijn eigen reizen, van onderwijzers, priesters en correspondenten in alle hoeken van de Griekse wereld, en uit eerdere verzamelingen, en ordende het per thema, waarbij hij elk geloof, elk gebruik en elk verhaal via Byzantium terugvoerde tot de oudheid en vergeleek met de buurvolken op de Balkan en in Europa. Hij behandelde volkscultuur niet als curieus bijgeloof, maar als een levende traditie die wetenschappelijke aandacht verdiende.
Zijn grote verzameling spreekwoorden, Παροιμίαι (Spreekwoorden), verschenen in vier delen van 1899 tot 1902, verklaart de oorsprong en de varianten van duizenden Griekse zegswijzen. De twee delen van Παραδόσεις (Overleveringen, 1904) bundelen plaatselijke sagen: de marmeren keizer die onder Constantinopel slaapt in afwachting van zijn ontwaken, de laatste liturgie in de Hagia Sophia, spookbruggen, begraven schatten en heiligen die een dorp beschermen. Zijn Εκλογαί από τα τραγούδια του ελληνικού λαού (Keuze uit de liederen van het Griekse volk, 1914) bood een zorgvuldig uitgegeven bloemlezing van volksliederen, van de liederen over Digenis en de kleften tot klaagzangen, liefdesliederen en de ballade van de Brug van Arta, en legde de teksten vast die de school sindsdien onderwijst.
Zijn benadering was gevormd door het patriottisme van zijn tijd, en latere onderzoekers hebben enkele van zijn aannames over continuïteit ter discussie gesteld. Maar de verzamelingen, het archief en het vak die hij schiep, blijven het fundament van het Griekse volkskundige onderzoek.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Wie een Griekse schoolbloemlezing heeft gelezen, heeft Politis gelezen: de sagen van de marmeren keizer en van de Hagia Sophia, en de liederen van de Brug van Arta en van de Dode Broer, worden meestal gedrukt in de teksten die hij vastlegde. Zijn Παραδόσεις zijn nog steeds verkrijgbaar en vormen uitstekende korte leesstof voor een gevorderde leerling. Het Onderzoekscentrum voor Helleense Volkskunde van de Academie van Athene, erfgenaam van zijn archief, bewaart handschriften, opnamen en foto’s uit heel Griekenland. En telkens als een Griek een spreekwoord uitlegt als ‘Όποιος βιάζεται σκοντάφτει’ (Wie zich haast, struikelt), doet hij zonder het te weten wat Politis vijftig jaar lang deed.
Wist je dat?
- Hij muntte in 1884 het Griekse woord λαογραφία (volkskunde).
- Hij publiceerde studies over de nieuwgriekse volksmythologie toen hij nog maar begin twintig was.
- Zijn spreekwoordenverzameling beslaat vier delen.
- Het archief dat hij in 1918 stichtte, groeide uit tot een onderzoekscentrum van de Academie van Athene.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Νεοελληνική μυθολογία | Nieuwgriekse mythologie | 1871–1874 |
| Παροιμίαι | Spreekwoorden (4 delen) | 1899–1902 |
| Παραδόσεις | Overleveringen (2 delen) | 1904 |
| Ίδρυση της Ελληνικής Λαογραφικής Εταιρείας και του περιοδικού «Λαογραφία» | Oprichting van de Helleense Vereniging voor Volkskunde en het tijdschrift Laografia | 1908–1909 |
| Εκλογαί από τα τραγούδια του ελληνικού λαού | Keuze uit de liederen van het Griekse volk | 1914 |
Uit het werk

Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Σαράντα πέντε μάστοροι κι εξήντα μαθητάδες / γεφύρι εθεμέλιωναν στης Άρτας το ποτάμι.
Saranta pente mastoroi ki exinta mathitades / gefyri ethemelionan stis Artas to potami.
Vijfenveertig meesterbouwers en zestig leerlingen / legden de fundamenten van een brug over de rivier van Arta.























