Leven
Terzakis werd op 16 februari 1907 geboren in Nafplio, de oude hoofdstad van Griekenland, met zijn Venetiaanse vestingen en zijn herinneringen aan 1821, en de gelaagde geschiedenis van de stad bleef hem altijd bij. Zijn familie verhuisde in 1915 naar Athene; daar maakte hij de school af, studeerde hij rechten aan de universiteit van Athene en begon hij heel jong te publiceren: zijn eerste verhalenbundel, Ο ξεχασμένος (De vergetene), verscheen in 1925, toen hij achttien was.
In de jaren 1930 werd hij een van de belangrijkste prozaschrijvers van de Generatie van de jaren '30, naast Kosmas Politis, Giorgos Theotokas en Stratis Myrivilis, de schrijvers die de moderne Europese roman, met zijn psychologie en zijn steden, naar het Grieks wilden halen. Hij schreef ook voor het toneel en diende van 1937 tot 1975 het Nationaal Theater in een reeks functies: secretaris, hoofd repertoire, artistiek directeur en algemeen directeur; hij koos de stukken en vormde decennialang de smaak van het Griekse publiek. Vanaf 1950 doceerde hij ook theatergeschiedenis aan de toneelschool ervan.
Hij vocht in de Grieks-Italiaanse oorlog van 1940–41, die hem diep tekende, en schreef in 1964 een omvangrijke geschiedenis van die veldtocht. Als productief journalist en essayist schreef hij decennialang in de Atheense pers over literatuur, geschiedenis en de betekenis van de Griekse identiteit. De Academie van Athene kende hem in 1969 haar Prijs voor de Letteren toe, en in 1974 werd hij gekozen tot lid van de Academie van Athene. Hij stierf op 3 augustus 1979 in Athene.
Werk

Terzakis' romans over het hedendaagse leven zijn portretten van een generatie zonder zekerheden. Δεσμώτες (Gevangenen, 1932) en Η παρακμή των σκληρών (Het verval van de harden, 1933) volgen jonge Atheners uit de middenklasse die gevangen zitten in verveling en familieverval. Η μενεξεδένια πολιτεία (De violette stad, 1937), waarvan de titel het antieke beeld van het «met viooltjes gekroonde» Athene leent, is een portret van de stad tussen de oorlogen, met de sombere sfeer en de klemgezette, berooide helden die typisch zijn voor zijn stadsromans. Δίχως θεό (Zonder God, 1951) is zijn meest ambitieuze roman, een zoektocht naar zin in een wereld zonder zekerheden.
Zijn grootste publiekssucces is echter historisch. Πριγκηπέσσα Ιζαμπώ (Prinses Isabeau, 1945) speelt zich af op de Peloponnesos van de dertiende eeuw, de Morea van de Frankische vorsten na de Vierde Kruistocht, waar Grieken en westerse ridders elkaar bevechten, met elkaar trouwen en elkaar verraden. Het verhaal draait om de opstand van Grieken en Slaven in 1293, die de Frankische burcht van Kalamata innam, en om de liefde tussen Isabeau, dochter van vorst Willem II van Villehardouin, en de rebellenleider Nikiforos Sgouros; daarmee vraagt Terzakis wat het betekent Griek te zijn tussen Oost en West, en het boek, verschenen in 1945, vlak na de Bezetting, werd gelezen als een bespiegeling over nationale identiteit in een tijd van nederlaag.
Tot zijn toneelstukken, waarvan vele historische drama's zijn, behoort Αυτοκράτωρ Μιχαήλ (Keizer Michaël, 1936), en in latere jaren schreef hij het grote historische werk Ελληνική εποποιία 1940–1941 (Het Griekse epos 1940–1941). Zijn stijl is dicht, muzikaal en beschouwend, rijk aan lange zinnen en morele vragen.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Begin met Πριγκηπέσσα Ιζαμπώ: het wordt voortdurend herdrukt en is het boek dat oudere Grieken zich herinneren als tiener te hebben gelezen. Het is ook een prima metgezel voor een reis langs de Frankische burchten van de Peloponnesos, Chlemoutsi, Mystras of Karytaina. Wie de moderne stad verkiest, kan Η μενεξεδένια πολιτεία proberen, een portret van het Athene van het interbellum, dat de Griekse staatstelevisie in 1975 tot serie bewerkte. In Nafplio staat een bronzen buste van hem bij de kerk van Agios Spyridon, en de straat van zijn ouderlijk huis draagt zijn naam. Bladzijden van zijn proza staan in Griekse schoolbloemlezingen van moderne literatuur, en literatuurgeschiedenissen plaatsen hem in het hart van de Generatie van de jaren '30. Het Nationaal Theater, dat hij bijna veertig jaar diende, herinnert zich hem als een van de architecten van zijn repertoire.
Wist je dat?
- Hij publiceerde zijn eerste verhalenbundel op achttienjarige leeftijd, in 1925.
- Hij diende het Nationaal Theater van 1937 tot 1975, van secretaris tot algemeen directeur.
- Zijn enige film als regisseur, Νυχτερινή περιπέτεια (Nachtelijk avontuur), kwam uit in 1954.
- Hij werd in 1974 gekozen in de Academie van Athene.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ο ξεχασμένος | De vergetene (verhalen) | 1925 |
| Αυτοκράτωρ Μιχαήλ | Keizer Michaël (toneelstuk) | 1936 |
| Η μενεξεδένια πολιτεία | De violette stad | 1937 |
| Πριγκηπέσσα Ιζαμπώ | Prinses Isabeau | 1945 |
| Δίχως θεό | Zonder God | 1951 |
| Ελληνική εποποιία 1940–1941 | Het Griekse epos 1940–1941 | 1964 |
Uit het werk

Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Η μενεξεδένια πολιτεία
I menexedeni politeia
De violette stad























