Leven
Sofia Vembo werd als Sofia Bembou geboren op 10 februari 1910 in Kallipoli (Gallipoli) in Oost-Thracië. Haar familie verhuisde in 1912 naar Constantinopel en vestigde zich na de bevolkingsuitwisseling van de jaren 1920 eerst in Tsaritsani en daarna in Volos, waar haar vader in de tabak werkte. Ze leerde zichzelf gitaar spelen. In 1933 reisde ze per schip naar Thessaloniki en zong ze in de club Astoria; die herfst debuteerde ze in Athene in de revue Παπαγάλος 1933 (Papegaai 1933). Later nam ze de toneelvorm Vembo aan als wettelijke achternaam.
Er volgden platen voor Columbia, en in 1938 speelde ze de hoofdrol in de film Η προσφυγοπούλα (Het vluchtelingenmeisje). Toen Italië Griekenland in oktober 1940 aanviel, gaven haar vaderlandslievende en satirische liederen in Atheense revues soldaten en gezinnen moed. Tijdens de Duitse bezetting werd ze gearresteerd en door de Gestapo verhoord. In 1942 vertrok ze naar Egypte, zong ze voor Griekse en geallieerde troepen in het Midden-Oosten en in 1946 keerde ze terug naar Griekenland.
In 1949 opende ze haar eigen Θέατρο Βέμπο (Vembo-theater) in de Atheense wijk Metaxourgeio. In 1957 trouwde ze met de tekstschrijver en revueauteur Mimis Traiforos. Vanaf het midden van de jaren 1960 stond ze minder vaak op het toneel. In de nacht van de opstand bij de Polytechnische School, in november 1973, verborg ze studenten in haar appartement vlak bij de school. Ze overleed op 11 maart 1978 in Athene, en duizenden mensen kwamen naar haar begrafenis.
Werk
Vembo’s stem paste zowel bij romantische lichte liedjes als bij de snelle, actuele nummers van de επιθεώρηση (revue), een theatervorm met sketches en liedjes over het nieuws. Al vóór 1940 was ze een van de belangrijkste plaatartiesten. Ζεχρά (Zehra, 1938), op muziek van Michalis Sougioul, was een van haar liefdesliedjes. In 1940 schreef Mimis Traiforos nieuwe woorden op die melodie, en het resultaat, Παιδιά, της Ελλάδος παιδιά (Kinderen van Griekenland, kinderen), werd het bekendste lied van de oorlog. Satirische liederen zoals Βάζει ο Ντούτσε τη στολή του (De Duce trekt zijn uniform aan) bespotten Mussolini.
In de film speelde ze de hoofdrol in Η προσφυγοπούλα (1938), verscheen ze in Στέλλα (Stella, 1955) van Michael Cacoyannis en speelde ze een dubbelrol in Στουρνάρα 288 (Stournara 288, 1959). In haar eigen theater bracht ze grote revues. Een ERT-film van februari 1967 legt er een vast in het Vembo-theater, met de zussen Kalouta en Takis Miliadis. In de finale van het eerste bedrijf leidt ze het hele gezelschap in een medley van haar hits, waaronder Χειμώνας (Winter) en Αθήνα και πάλι Αθήνα (Athene en nog eens Athene). Het ERT-archief schrijft haar vertolkingen ook toe dat ze het αρχοντορεμπέτικο vestigden, een verzorgde stedelijke liedstijl dicht bij de rebetiko.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Vembo’s liederen keren elk jaar op 28 oktober terug, wanneer Griekenland de oorlog van 1940 herdenkt, en haar leven inspireert nog steeds voorstellingen zoals Σοφία Βέμπο – Μια ζωή Ελλάδα (Sofia Vembo – Een leven lang Griekenland) in 2024. Op 28 oktober 2025 eerde Thessaloniki haar in het gebouw aan de Nikislaan waar ze voor het eerst zong. Voor een eerste stap in het Grieks open je op ert.gr de ERT-archiefpagina ‘Σοφία Βέμπο – 11 Μαρτίου 1978’, met het revuefragment uit 1967. Lees de lijst met liedtitels en zoek twee eenvoudige woorden: χειμώνας (winter) en Αθήνα (Athene). Zeg dan een eigen korte zin: Ακούω το τραγούδι «Χειμώνας» (Ik luister naar het lied Winter). De ERT-pagina en de liedjes zijn in het Grieks; de zin is ons eigen oefenvoorbeeld, geen liedtekst.
Wist je dat?
- Haar geboortenaam was Bembou; later maakte ze de toneelvorm Vembo tot haar wettelijke naam.
- In 1947 publiceerde ze tijdens een tournee door de Verenigde Staten haar autobiografie in 62 afleveringen in het Griekse dagblad Εθνικός Κήρυξ (National Herald) in New York.
- Na haar dood schreef de componist Vasilis Tsitsanis een eerbetoon voor de krant Τα Νέα, waarin hij vertelde hoe haar zang hem als scholier in Trikala raakte.
- De club waar ze in Thessaloniki voor het eerst zong, staat aan de Λεωφόρος Νίκης, de ‘Overwinningslaan’.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Παπαγάλος 1933 | Papegaai 1933 — revue, debuut in Athene | 1933 |
| Η προσφυγοπούλα | Het vluchtelingenmeisje — film | 1938 |
| Ζεχρά | Zehra — lied | 1938 |
| Παιδιά, της Ελλάδος παιδιά | Kinderen van Griekenland, kinderen — lied | 1940 |
| Στουρνάρα 288 | Stournara 288 — film | 1959 |
| Μίνι μίνι και μποτάκια και το Μάη.. αραπάκια | Mini, mini en laarsjes — revue, ERT-opname | 1967 |
Een zin om te onthouden
Το θέατρο δεν το είχα βαρεθεί ποτέ μου.
To théatro den to íha varethí poté mou.
Ik was het theater nooit beu geworden.





























































