Leven
Alexander werd geboren in Pella, de hoofdstad van Macedonië, in de zomer van 356 v.Chr., als zoon van koning Philippus II en Olympias, een prinses uit Epirus. Philippus was bezig Macedonië tot de sterkste staat van Griekenland te maken, en hij gaf zijn zoon de beste leraar die er was: vanaf ongeveer 343 v.Chr. onderwees de filosoof Aristoteles de jongen in Mieza, bij Pella. Plutarchus vertelt hoe de jonge Alexander het paard Βουκεφάλας (Bucephalus), dat niemand anders kon berijden, temde door op te merken dat het bang was voor zijn eigen schaduw en het met de kop naar de zon te draaien.
In 336 v.Chr. werd Philippus vermoord in Aigai, het huidige Vergina, en werd Alexander op zijn twintigste koning. Nadat hij Griekenland onder controle had gebracht, stak hij in 334 v.Chr. met een leger van ongeveer 40.000 man de Hellespont over naar Azië. Drie veldslagen braken de Perzische koning Darius III: de Granicus in 334, Issus in 333 en Gaugamela in 331. Tussendoor hakte hij de gordiaanse knoop door, werd hij in Egypte verwelkomd en stichtte hij daar in 331 Alexandrië. Babylon, Susa en Persepolis volgden, daarna Centraal-Azië, en in 326 v.Chr. stak hij de Indus over en versloeg hij koning Porus aan de rivier de Hydaspes, waar Bucephalus stierf. Aan de Hyphasis weigerden zijn uitgeputte soldaten verder te gaan, en hij keerde terug door de woestijnen van Gedrosië.
Hij stierf in Babylon in juni 323 v.Chr., na een plotselinge koorts, nog geen drieëndertig jaar oud. Hij had minder dan dertien jaar geregeerd en nooit een veldslag verloren. Zijn generaals verdeelden het rijk onder elkaar, en zijn graf in Alexandrië, dat door Romeinse keizers werd bezocht, ging later verloren en is nooit teruggevonden.
Werk

Alexander schreef niets; zijn «werken» zijn zijn daden, en die kennen we uit Arrianus, Plutarchus, Diodorus en Curtius, die de verloren memoires van zijn metgezellen gebruikten. De Granicus (334 v.Chr.) opende Klein-Azië; Issus (333 v.Chr.) joeg Darius op de vlucht en leverde Alexander de familie en de schat van de Perzische koning op; Gaugamela (331 v.Chr.), op de vlakte bij Arbela in het huidige Irak, vernietigde het Perzische leger en maakte hem meester van het rijk. De Hydaspes (326 v.Chr.), uitgevochten in moessonregen tegen krijgsolifanten, was zijn laatste grote veldslag.
Even belangrijk is wat hij opbouwde. Hij stichtte een twintigtal steden met de naam Alexandrië, van Egypte tot Afghanistan, en vestigde er Grieken en Macedoniërs; het Egyptische Alexandrië, met zijn vuurtoren en bibliotheek, werd de grootste Griekse stad ter wereld. Het Grieks werd de taal van bestuur en handel van de Nijl tot de Indus, en het vereenvoudigde algemene Grieks dat zich daarmee verspreidde, de Κοινή (Koinè), is het Grieks van het Nieuwe Testament. De periode na zijn dood, met Griekse koninkrijken in Egypte, Syrië en Macedonië en bloeiende Griekse kunst en wetenschap in Alexandrië, Pergamon en Antiochië, heet dankzij hem hellenistisch.
Hij was al tijdens zijn leven ook een mythische figuur: hij bezocht het orakel van Ammon in de Egyptische woestijn, werd er begroet als zoon van Zeus en nam enkele Perzische hofgebruiken over, wat veel van zijn Macedoniërs hem kwalijk namen. De antieke «Alexanderroman» maakte hem later tot een sprookjesheld die in een door adelaars gedragen mand vliegt en naar de bodem van de zee duikt.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
In Griekenland is Alexander overal. Bijna elke stad heeft een straat met de naam Μεγάλου Αλεξάνδρου, de luchthaven van Kavala draagt zijn naam, en het grote bronzen standbeeld van hem op Bucephalus aan de boulevard van Thessaloniki is een ontmoetingspunt voor de hele stad. De koningsgraven van Vergina, waar Manolis Andronikos in 1977 het ongeplunderde graf van Philippus II vond, en de archeologische site en het museum van Pella, met zijn kiezelmozaïeken, zijn de twee plaatsen om te bezoeken. De zestienstralige Zon van Vergina uit het graf van Philippus is een Macedonisch symbool geworden. In de volkslegende houdt zijn zuster, de Gorgona, een zeemeermin, schepen aan om te vragen «Ζει ο βασιλιάς Αλέξανδρος;» (Leeft koning Alexander?), en de zeelieden moeten antwoorden «Ζει και βασιλεύει και τον κόσμο κυριεύει» (Hij leeft en regeert en heerst over de wereld), anders is het schip verloren. De schimmenspelheld Karagiozis bevecht als Alexander de vervloekte slang, en Αλέξανδρος blijft een van de meest voorkomende Griekse voornamen.
Wist je dat?
- Plutarchus zegt dat hij sliep met een door Aristoteles geannoteerd exemplaar van de Ilias onder zijn kussen, naast een dolk.
- Hij noemde een stad, Bucephala, aan de rivier de Hydaspes in het huidige Pakistan, naar zijn paard.
- In Gordion rekende hij in 333 v.Chr. af met de beroemde knoop die niemand kon ontwarren, volgens de bekendste versie door hem met zijn zwaard door te hakken.
- Toen hij de filosoof Diogenes ontmoette, die hem alleen vroeg uit zijn zon te gaan, zou hij hebben opgemerkt dat hij, als hij Alexander niet was, Diogenes zou willen zijn.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Μάχη του Γρανικού | Slag aan de Granicus | 334 BC |
| Μάχη της Ισσού | Slag bij Issus | 333 BC |
| Ίδρυση της Αλεξάνδρειας | Stichting van Alexandrië | 331 BC |
| Μάχη των Γαυγαμήλων | Slag bij Gaugamela | 331 BC |
| Μάχη του Υδάσπη | Slag aan de Hydaspes | 326 BC |
Uit het werk




Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Εἰ μὴ Ἀλέξανδρος ἤμην, Διογένης ἂν ἤμην.
In het Grieks van nuΑν δεν ήμουν ο Αλέξανδρος, θα ήθελα να είμαι ο Διογένης.
Ei mi Alexandros imin, Diogenis an imin.
Als ik Alexander niet was, zou ik Diogenes zijn.














