Leven
Kazantzidis werd op 29 augustus 1931 geboren in Nea Ionia, een vluchtelingenwijk van Athene die was gebouwd voor de Grieken die in 1922 uit Klein-Azië waren verdreven. Zijn familie was arm, hij verloor zijn vader al als jongen en verliet vroeg de school om elk werk te doen dat hij kon vinden. Hij zong voor de arbeiders om hem heen, leerde zichzelf gitaar spelen en begon begin jaren vijftig platen op te nemen.
Aan het eind van het decennium was hij de populairste zanger van Griekenland. De grote componisten van laïko en rebetiko, onder wie Vassilis Tsitsanis, schreven voor hem, en vanaf eind jaren vijftig zong hij in een beroemd duo met de jonge Marinella, met wie hij in 1964 trouwde; in 1966 scheidden ze. De platen werden in enorme aantallen verkocht en de nachtclubs waar hij zong zaten elke avond vol.
Toen, halverwege de jaren zestig, op het hoogtepunt van zijn roem, stopte hij met zingen in de nachtclubs. Hij zei dat hij het beu was om uitgebuit te worden door clubeigenaren en platenmaatschappijen, en hij hield woord: de rest van zijn leven stond hij vrijwel nooit meer op een podium en bereikte hij zijn publiek alleen via platen. De afstand maakte de legende groter. Hij stierf op 14 september 2001 aan kanker, en duizenden mensen kwamen afscheid van hem nemen.
Werk

Kazantzidis schreef zijn liederen niet; hij gaf ze een stem. Die stem was hoog, krachtig en vol pijn, met een licht trillen en lang aangehouden noten die een hele zaal stil konden krijgen. Hij zong in de stijl die βαριά λαϊκά heet, de „zware” volksliederen, langzame zeibekiko's en chasapiko's met bouzouki, over onderwerpen die gewone mensen goed kenden: een moeder die wacht, een liefde die je verraden heeft, een ploegendienst in de fabriek, een boot of een trein die je meeneemt.
Het thema dat hem uniek maakte was ξενιτιά, ballingschap en emigratie. In de jaren vijftig en zestig verlieten honderdduizenden Grieken hun dorpen om te werken in West-Duitsland, België, Australië en Amerika, en Kazantzidis werd hun zanger. Veel van zijn liederen gingen over de kartonnen koffer en het stationsperron, en emigranten draaiden zijn platen in hun gehuurde kamers om zich dichter bij huis te voelen.
Tot zijn bekendste liederen behoren Μαντουμπάλα (Mandubala), geïnspireerd door de Indiase filmster Madhubala, waarvan de plaat rond 1959 zo'n 100.000 exemplaren verkocht, destijds een record voor Griekenland; Η ζωή μου όλη (Mijn hele leven, 1974) van Akis Panou, dat hij zijn favoriet noemde; en Υπάρχω (Ik besta, 1975), op tekst van Pythagoras. Voor veel Grieken zijn zijn platen minder een muziekstijl dan een deel van het familiegeheugen.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Kazantzidis is nog altijd overal in Griekenland: op de radio, in taverna's, op bruiloften en in de auto's van taxichauffeurs. Een goed begin voor een leerder is Υπάρχω, een langzaam lied met eenvoudige woorden, of elke opname met Marinella uit het begin van de jaren zestig. Veel Grieken in de diaspora, van Stuttgart tot Melbourne, spreken over zijn liederen als het geluid van de jaren waarin hun families emigreerden, en het woord ξενιτιά is zonder hem moeilijk uit te leggen. In Nea Ionia, de wijk waar hij werd geboren, herinnert men zich hem als de jongen uit de buurt die de stem van een heel volk werd, en elke sterfdag brengt eerbetonen op de Griekse televisie en radio. Zangers van elke generatie nemen zijn liederen opnieuw op.
Wist je dat?
- Halverwege de jaren zestig, op het hoogtepunt van zijn carrière, gaf hij het zingen in nachtclubs op en keerde nooit terug.
- Hij en Marinella zongen jarenlang samen; ze trouwden in 1964 en scheidden in 1966.
- Grieken noemen hem «ο Στελάρας», een liefkozende vorm van zijn voornaam die „de grote Stelios” betekent.
- Voor Griekse gastarbeiders in Duitsland in de jaren zestig behoorden zijn platen tot de kostbaarste dingen die ze meenamen.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Δεν θέλω το κακό σου (Οι βαλίτσες) | Ik wens je geen kwaad (De koffers) | early 1950s |
| Μαντουμπάλα | Mandubala | c. 1959 |
| Δυο πόρτες έχει η ζωή | Het leven heeft twee deuren | c. 1959 |
| Η ζωή μου όλη | Mijn hele leven (Akis Panou) | 1974 |
| Υπάρχω | Ik besta (tekst Pythagoras) | 1975 |
Een zin om te onthouden
Ο Στελάρας
O Stelaras
De grote Stelios


























