Leven
Aristarchus werd rond 216 v.Chr. geboren op Samothrake, een eiland in de noordelijke Egeïsche Zee. De Byzantijnse encyclopedie die de Suda heet, noemt hem “Alexandrijn door adoptie, Samothrakiër van geboorte” en vermeldt dat zijn vader ook Aristarchus heette. Als jongeman studeerde hij in Alexandrië bij de grammaticus Aristophanes van Byzantium, een van de grote geleerden van de Bibliotheek. Rond het midden van de 2e eeuw v.Chr. werd Aristarchus zelf hoofd van de Bibliotheek. Volgens de Suda maakte koning Ptolemaeus VI Philometor hem leraar van zijn zoon. De Latijnse spelling Aristarchus en het Griekse Αρίσταρχος duiden dezelfde man aan, die niet verward moet worden met Aristarchus van Samos, de astronoom van de vorige eeuw.
De Suda meldt dat ongeveer veertig grammatici bij hem studeerden en dat hij vaak twistte met Krates van Mallos, de belangrijkste geleerde van de rivaliserende koninklijke bibliotheek van Pergamon. Nadat Ptolemaeus VIII rond 145 v.Chr. aan de macht kwam, werden veel geleerden en leraren uit Alexandrië verdreven, zoals de antieke auteur Athenaeus vermeldt; moderne historici verbinden het einde van Aristarchus’ werk daar meestal met deze gebeurtenissen. Hij stierf op Cyprus. Volgens de Suda leed hij aan waterzucht en hongerde hij zich op tweeënzeventigjarige leeftijd dood. Deze late verhalen zijn de belangrijkste bron over zijn leven, daarom geven moderne naslagwerken zijn jaartallen slechts bij benadering.
Werk

Het hoofdwerk van Aristarchus was de diorthosis, de zorgvuldige verbetering van een tekst. Voor de Ilias en de Odyssee vergeleek hij oudere kopieën en eerdere uitgaven, vooral die van Zenodotus, de eerste Alexandrijnse editor van Homerus. Als kopieën verschilden over een woord, koos hij de lezing die volgens hem van Homerus was. Hij publiceerde een ekdosis (uitgave) samen met hypomnemata (commentaren) die zijn keuzes uitlegden, en antieke geleerden kenden twee aristarcheïsche uitgaven.
Verzen waaraan hij twijfelde, verwijderde hij niet zomaar. In plaats daarvan zette hij kleine tekens in de marge. De obelos, een horizontaal streepje, markeerde een vers dat hij niet van Homerus vond; de diple, in de vorm van “>”, wees naar iets dat in zijn commentaar werd besproken; de asteriskos markeerde verzen die elders terugkomen. Lezers konden elk vers lezen en zijn oordeel ernaast zien. Volgens de Homerusscholia beschouwden hij en Aristophanes Odyssee 23.296 als het “einde” van het gedicht, een aantekening waarover geleerden nog discussiëren.
Hij schreef ook commentaren op andere auteurs. Een papyrus waarvan de slottitel Aristarchus van Samothrake noemt, bewaart een deel van een commentaar op boek 1 van Herodotus, het enige directe bewijs dat hij aan proza werkte. Zijn oorspronkelijke boeken zijn verloren. Ze overleven indirect via latere geleerden, vooral in de aantekeningen van het Venetus A-handschrift van de Ilias uit de 10e eeuw, die hem meer dan duizend keer noemen.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Aristarchus bepaalde hoe Homerus wordt gelezen en gedrukt. Griekse en internationale uitgaven van de Ilias en de Odyssee bespreken nog altijd zijn lezingen, en de online gids over hellenistische literatuur van het Centrum voor de Griekse Taal stelt hem naast Aristophanes van Byzantium voor als grondlegger van de Homerusfilologie. In het Latijn schreef Horatius fiet Aristarchus (“hij zal een Aristarchus worden”), en zijn naam werd een begrip voor een strenge criticus.
Probeer zijn methode op één antiek vers. In Ilias 1.5 lezen de meeste handschriften en moderne uitgaven οἰωνοῖσί τε πᾶσι (“en voor alle vogels”). Athenaeus meldt dat Zenodotus οἰωνοῖσί τε δαῖτα schreef (“en een maal voor de vogels”). Zoek de ene afwijkende λέξη (woord) en zeg dan in het Nieuwgrieks: «Ο στίχος έχει μια παραλλαγή» (Het vers heeft een variant). Open daarna de gedigitaliseerde Venetus A van het project Homer Multitext en zoek kleine tekens in de marge.
Wist je dat?
- Het antieke werkwoord ἀθετέω (“terzijde stellen”) gaf geleerden de term athetese voor het verwerpen van een vers; in het Nieuwgrieks zegt men nog αθετώ μια υπόσχεση, “ik breek een belofte”.
- Athenaeus meldt dat de Rhodische filosoof Panaetius Aristarchus een μάντις noemde, een “ziener”, omdat hij de betekenis van gedichten gemakkelijk raadde.
- De Suda schrijft hem meer dan 800 boeken commentaar toe, een aantal dat moderne geleerden met voorzichtigheid behandelen.
- Aristarchus zag de Ilias en de Odyssee als het werk van één dichter, tegen geleerden die de twee epen aan verschillende auteurs toeschreven.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ἰλιάδος διόρθωσις (ἔκδοσις) | Uitgave van de Ilias — verloren, bekend uit de scholia | 2nd c. BC |
| Ὀδυσσείας διόρθωσις (ἔκδοσις) | Uitgave van de Odyssee — verloren, bekend uit de scholia | 2nd c. BC |
| Ὑπομνήματα εἰς Ὅμηρον | Commentaren op Homerus — verloren, geciteerd door latere geleerden | 2nd c. BC |
| Ὑπόμνημα εἰς Ἡροδότου Α΄ | Commentaar op Herodotus, boek 1 — papyrusfragment (P. Amherst II 12) | 2nd c. BC |
Een zin om te onthouden
Ἀρίσταρχος ὁ γραμματικός, ὃν μάντιν ἐκάλει Παναίτιος ὁ Ῥόδιος φιλόσοφος διὰ τὸ ῥᾳδίως καταμαντεύεσθαι τῆς τῶν ποιημάτων διανοίας
In het Grieks van nuΟ γραμματικός Αρίσταρχος, που ο Ρόδιος φιλόσοφος Παναίτιος τον έλεγε μάντη, επειδή μάντευε εύκολα το νόημα των ποιημάτων.
Arístarchos ho grammatikós, hòn mántin ekálei Panaítios ho Rhódios philósophos dià tò rhaidíōs katamanteúesthai tês tôn poiēmátōn dianoías
Aristarchus de grammaticus, die de Rhodische filosoof Panaetius een ziener noemde, omdat hij de betekenis van gedichten gemakkelijk raadde.















































