Leven
Alki Zei werd op 15 december 1923 in Athene geboren en bracht een groot deel van haar jeugd door op Samos, in het huis van haar grootouders, het eiland dat het decor van haar beroemdste boek werd. Terug in Athene schreef ze als tiener poppentheaterstukken en studeerde ze aan de toneelschool van het Conservatorium van Athene, waar ze haar levenslange vriendin leerde kennen, de romanschrijfster Zorz Sari. Tijdens de Duitse bezetting sloot ze zich aan bij de linkse verzetsjeugd, en in 1945 trouwde ze met de toneelschrijver Giorgos Sevastikoglou.
Na de Griekse burgeroorlog kon het echtpaar, net als duizenden linkse Grieken, niet in Griekenland blijven. Van 1954 tot 1964 woonden ze in Tasjkent, in Sovjet-Oezbekistan, waar Zei aan het filminstituut van Moskou studeerde en hun twee kinderen werden geboren. In 1964 keerden ze terug naar Athene, maar de militaire staatsgreep van 1967 dreef hen opnieuw naar het buitenland, ditmaal naar Parijs, waar ze bleven tot de val van de dictatuur in 1974.
Haar eerste roman, De wilde kat in de vitrine, verscheen in 1963, toen ze veertig was. Vanaf dat moment schreef ze gestaag voor kinderen en later ook voor volwassenen, en werd ze de meest geliefde kinderboekenschrijfster van Griekenland, uitgenodigd op scholen in het hele land. Ze overleed op 27 februari 2020 in Athene, 96 jaar oud, en haar uitvaart werd bijgewoond door de kinderboekenschrijvers, acteurs en politici van een hele generatie.
Werk
Το καπλάνι της βιτρίνας (De wilde kat in de vitrine, 1963) wordt verteld door Melia, een meisje van acht op Samos in 1936. In de zitkamer van haar grootvader staat een opgezette wilde kat in een glazen vitrine; haar neef Nikos vertelt de zussen verhalen over het dier, en wanneer generaal Metaxas in augustus 1936 de macht grijpt, valt de familie uiteen in wie juicht en wie, zoals Nikos, zich moet verbergen. Kinderen leren wat een dictatuur is via kleine dingen: een schooluniform, een verboden boek, een buurman die verklikt. Ο μεγάλος περίπατος του Πέτρου (De oorlog van Petros, 1971) doet hetzelfde voor de bezetting: Petros is negen wanneer de Italianen in oktober 1940 binnenvallen, en in vier jaar van honger in Athene groeit hij van een jongen met een schildpad uit tot lid van het verzet.
Κοντά στις ράγες (Bij de rails, 1977) volgt een Grieks meisje van wie het gezin in Tasjkent woont, geput uit Zei's eigen ballingschap, en Ο θείος Πλάτων (Oom Platon, 1975) is een komisch verhaal voor jongere lezers. In 1987 publiceerde ze haar eerste roman voor volwassenen, Η αρραβωνιαστικιά του Αχιλλέα (De verloofde van Achilles), het verhaal van een vrouw die haar man, een verzetsstrijder, volgt door de burgeroorlog en de ballingschap in Tasjkent en Parijs; velen beschouwen het als haar meesterwerk. Tot op hoge leeftijd bleef ze voor kinderen schrijven, met Η μωβ ομπρέλα (De paarse paraplu, 1995) en Η Κωνσταντίνα και οι αράχνες της (Constantina en haar spinnen, 2002), een roman over een tiener en drugs, en in 2013 publiceerde ze haar memoires, Με μολύβι Φάμπερ νούμερο δύο (Met een Faber-potlood nummer twee). Haar stijl is eenvoudig, snel en geestig, altijd op kinderhoogte, en nooit neerbuigend.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
De wilde kat in de vitrine en De oorlog van Petros zijn vaste leesstof op de Griekse basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs; de meeste Grieken onder de zeventig hebben als kind minstens een van beide gelezen, en de opgezette wilde kat in zijn glazen vitrine is een gedeelde jeugdherinnering. Beide boeken zijn in vele talen vertaald, en de Amerikaanse edities wonnen de Mildred L. Batchelder Award voor vertaalde kinderboeken (1970 en 1974), wat de Griekse kinderliteratuur bij lezers in het buitenland bekend maakte. Een cursist kan de eerste hoofdstukken van Το καπλάνι της βιτρίνας met een woordenboek op niveau A2 lezen, omdat de zinnen kort zijn en de woordenschat alledaags is. Haar roman voor volwassenen De verloofde van Achilles wordt even breed gelezen, en al haar boeken zijn nog steeds leverbaar; op de kinderplank van een Griekse boekhandel staat er vrijwel altijd een hele rij van.
Wist je dat?
- Ze publiceerde haar eerste roman op haar veertigste, na jaren van poppentheaterstukken schrijven en leven in ballingschap.
- Haar twee kinderen werden geboren in Tasjkent, Oezbekistan, waar zij en haar man van 1954 tot 1964 tussen Griekse politieke vluchtelingen woonden.
- De Amerikaanse vertaling van De wilde kat in de vitrine won in 1970 de Mildred L. Batchelder Award voor het beste vertaalde kinderboek van het jaar, en De oorlog van Petros won die opnieuw in 1974.
- Ze maakte de dictatuur van Metaxas, de bezetting, de burgeroorlog en de junta mee, en schreef over elk ervan voor kinderen.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Το καπλάνι της βιτρίνας | De wilde kat in de vitrine | 1963 |
| Ο μεγάλος περίπατος του Πέτρου | De oorlog van Petros | 1971 |
| Κοντά στις ράγες | Bij de rails | 1977 |
| Η αρραβωνιαστικιά του Αχιλλέα | De verloofde van Achilles | 1987 |
| Η Κωνσταντίνα και οι αράχνες της | Constantina en haar spinnen | 2002 |
| Με μολύβι Φάμπερ νούμερο δύο | Met een Faber-potlood nummer twee (memoires) | 2013 |
Een zin om te onthouden
Το καπλάνι της βιτρίνας
To kaplani tis vitrinas
De wilde kat in de glazen vitrine