Leven
Drosinis werd op 9 december 1859 in Athene geboren, in de oude wijk Plaka, in een familie met wortels in Mesolongi, de stad van het grote beleg van 1826. Hij ging naar de Varvakeio-school, studeerde daarna zonder veel enthousiasme rechten aan de Universiteit van Athene en bracht in de jaren 1880 enkele jaren door in Duitsland, in Leipzig, Dresden en Berlijn, waar hij literatuur en kunstgeschiedenis studeerde. In Athene vond hij zijn vrienden: Kostis Palamas, Nikos Kambas en de andere jonge dichters die later de Nieuwe Atheense School of de generatie van 1880 zouden heten.
Hij was evenzeer een man van instellingen als van verzen. In de jaren 1880 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Εστία (Hestia), dat onder hem in 1894 een dagblad werd. Vanaf 1899 was hij secretaris, en later voorzitter, van de Σύλλογος προς διάδοσιν ωφελίμων βιβλίων (Vereniging voor de Verspreiding van Nuttige Boeken), opgericht door Dimitrios Vikelas om goedkope, goed gemaakte boeken in handen van gewone Grieken te brengen; hij leidde haar een halve eeuw. Op het ministerie van Onderwijs leidde hij de afdeling Letteren en Schone Kunsten (1914–1920 en 1922–1923), waar hij schoolbibliotheken bevorderde.
In 1918 kocht hij samen met zijn broer een oud familiehuis in Kifisia, de tuinvoorstad ten noorden van Athene, en vanaf 1939 woonde hij daar vast. Hij bleef schrijven tot in de tachtig, publiceerde zijn laatste bundel in 1947 en stierf op 3 januari 1951 in Kifisia, eenennegentig jaar oud, als laatste overlevende van zijn generatie.
Werk

Drosinis publiceerde zijn eerste boek, Ιστοί αράχνης (Spinnenwebben), in 1880, toen hij twintig was, en liet het volgen door Σταλακτίται (Stalactieten, 1881), Ειδύλλια (Idyllen, 1884) en Αμάραντα (Amaranten, 1890). De titels zijn bewust bescheiden. Tegenover de luide vaderlandslievende retoriek van de vorige generatie zijn dit kleine, geslepen gedichten in dimotiki, door vrienden soms «ποίηση της δροσιάς» genoemd als woordspeling op zijn naam (δροσιά betekent frisheid, dauw): een dorpsmeisje, een bloeiende amandelboom, de zon die achter de heuvels ondergaat, een zwaluwnest, de doden die in vreemde aarde liggen. Hij leerde van het Griekse volkslied en van de Duitse lyriek die hij als student had gelezen, en gaf de Griekse poëzie een lichtheid die ze had gemist.
In proza schreef hij de herdersnovelle Αμαρυλλίς (Amaryllis, 1886), een zomers liefdesverhaal op het platteland dat een groot succes werd, de romans Το βοτάνι της αγάπης (Het kruid van de liefde, 1901) en Έρση (Ersi, 1922), verhalen uit dorp en stad, en sprookjes voor kinderen. De latere bundels, Φωτερά σκοτάδια (Lichte duisternis, 1915), Κλειστά βλέφαρα (Gesloten oogleden, 1918), Το μοιρολόι της όμορφης (De klaagzang om de schone, 1927) en Θα βραδιάζει (Het zal avond worden, 1930), zijn stiller en droeviger, gedichten van ouderdom en afscheid, nog altijd in dezelfde heldere taal. Drosinis had nooit de ambitie of de reikwijdte van Palamas, en dat wist hij; wat hij had was tact, muzikaliteit en liefde voor gewone dingen, en de gave om ze te zeggen in woorden die een kind kan lezen.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
De beste manier om Drosinis te leren kennen is waar de Grieken hem tegenkomen: in het leesboek van de basisschool, waar zijn korte gedichten over de seizoenen en het platteland al generaties lang staan, en in de serenades van het oude Athene. Zijn gedicht Ανθισμένη αμυγδαλιά (De bloeiende amandelboom) werd een klassieke καντάδα, een lied dat studenten nog steeds met een gitaar zingen, en gaf zijn titel aan een film uit 1959. Zijn huis in Kifisia, op weg naar het station, is eigendom van de gemeente en herbergt sinds 1997 het Drosinis-museum, met zijn werkkamer, portretten en manuscripten, naast de openbare bibliotheek die zijn naam draagt. Veel Griekse steden hebben een Οδός Δροσίνη, meestal vlak bij een straat die naar Palamas is genoemd. Omdat hij in 1951 stierf, is zijn werk rechtenvrij, en de Griekse teksten van zijn gedichten zijn vrij online beschikbaar.
Wist je dat?
- Hij publiceerde zijn eerste bundel op zijn twintigste, in 1880, en zijn laatste op zijn zevenentachtigste, in 1947.
- Vijftig jaar lang leidde hij de Vereniging voor de Verspreiding van Nuttige Boeken, die in heel Griekenland goedkope uitgaven van klassiekers en praktische handleidingen verkocht.
- Vrienden speelden met zijn naam: δροσιά betekent dauw of koelte, en zijn verzen werden juist om die frisheid geprezen.
- Hij overleefde alle andere dichters van de generatie van 1880 en stierf in 1951 op eenennegentigjarige leeftijd.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Ιστοί αράχνης | Spinnenwebben | 1880 |
| Σταλακτίται | Stalactieten | 1881 |
| Αμαρυλλίς | Amaryllis (novelle) | 1886 |
| Αμάραντα | Amaranten | 1890 |
| Φωτερά σκοτάδια | Lichte duisternis | 1915 |
| Θα βραδιάζει | Het zal avond worden | 1930 |
Uit het werk



Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Στίχους ποτέ δεν έγραψες εσύ; / Καλότυχος!… αν θες να με πιστέψεις, / μη γράψεις, είν' η τύχη σου χρυσή· / τον ποιητή καθόλου μη ζηλέψεις.
Stichous pote den egrapses esy? / Kalotychos!… an thes na me pistepseis, / mi grapseis, ein' i tychi sou chrysi; / ton poiiti katholou mi zilepseis.
Heb jij nooit verzen geschreven? / Gelukkige!… als je me wilt geloven, / schrijf niet, je lot is van goud; / benijd de dichter helemaal niet.
Uit het origineel
De tekst zoals Georgios Drosinis hem schreef, rechtenvrij, met onze eigen vertaling ernaast.
«Πίστη»Geloof
Een volledig kort gedicht, gebouwd op één refrein: geloof is niet verwachten wat de natuur toch al geeft, maar het onmogelijke verwachten. De eenvoudige volkstaal toont hoe ver Drosinis' taal was gekomen sinds de door de katharevousa gekleurde verzen van zijn bundels uit de jaren 1880.
«Πίστη», complete poem · Tekst uit het publieke domein, bron: el.wikisource.org













