Leven
Vrettakos werd op 1 januari 1912 geboren in Krokees (Κροκεές), een dorp in Lakonië op enkele kilometers van Sparta, aan de voet van de Taygetos; zijn familie had ook grond in Ploumitsa, een gehucht tussen de olijfgaarden, waar hij zijn hele leven van hield. Hij maakte zijn school af in Gythio en vertrok in 1929, op zijn zeventiende, met het manuscript van zijn eerste gedichten naar Athene; de bundel Κάτω από σκιές και φώτα (Onder schaduwen en lichten) verscheen datzelfde jaar. De hoofdstad was hard voor hem. Hij verdiende de kost op kantoren, in de journalistiek en in de uitgeverij, en leerde de armoede goed kennen.
Hij vocht in de winter van 1940–41 aan het Albanese front en maakte de Duitse bezetting in Athene mee. Zoals veel Griekse schrijvers van zijn generatie sloot hij zich aan bij links, en de jaren van de burgeroorlog kostten hem zijn baan en vrienden; later nam hij afstand van de Communistische Partij, maar hij bleef bij zijn socialistische overtuigingen. De gedichten uit die jaren, zoals 33 ημέρες (33 dagen, 1945) over de gevechten van december 1944 in Athene, zijn zijn donkerste. Tijdens de militaire dictatuur van 1967–74 bracht hij meerdere jaren in het buitenland door, in Zwitserland en Italië, en keerde hij na de val van de kolonels terug naar Griekenland.
In de laatste decennia van zijn leven werd hij alom geëerd, en in 1987 werd hij gekozen tot lid van de Academie van Athene. Hij stierf op 4 augustus 1991 in Ploumitsa, op het Lakonische platteland waar hij geboren was, en ligt daar begraven, onder de berg waarover hij zijn hele leven had geschreven.
Werk

Vrettakos publiceerde meer dan twintig dichtbundels, en daarnaast romans en essays; zijn verzamelde Τα ποιήματα (De gedichten) beslaan meerdere delen. Aanvankelijk schreef hij onder invloed van de symbolisten en van Palamas lange, retorische gedichten; de oorlog en de bezetting kleedden zijn taal uit. Vanaf Ο Ταΰγετος και η σιωπή (De Taygetos en de stilte, 1949) vond hij de stem die men kent: korte regels, concrete beelden, zon, sneeuw op de berg, olijfbomen, vogels, de handen van een moeder, en een geloof in menselijke goedheid dat alles overleefde wat hij had gezien. Critici noemden hem de dichter van het licht; zelf noemde hij zich een man aan wie de poëzie was gegeven om iets te hebben om van te leven.
Zijn terugkerende onderwerpen zijn drie. Het landschap van Lakonië, vooral de Taygetos, die hij behandelt als een levende aanwezigheid, bijna een ouder. Zijn moeder, aan wie hij enkele van zijn tederste gedichten opdroeg. En vrede: in de decennia van de Koude Oorlog schreef hij voortdurend tegen de oorlog en de atoombom, en Οδύνη (Pijn, 1969), geschreven in ballingschap, is een lange klaagzang om een gewond Griekenland. De late werken zijn het breedst: Ο Προμηθέας ή το παιχνίδι μιας μέρας (Prometheus, of het spel van een dag, 1978) is een dramatisch gedicht over de Titaan die de mensheid liefhad, en Λειτουργία κάτω από την Ακρόπολη (Liturgie onder de Akropolis, 1981) is een gedicht-cantate waarin de dichter Griekenland en de mensheid viert als in een kerkdienst. Zijn proza omvat Το αγρίμι (Het wilde dier) en essays over Palamas en over poëzie.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Vrettakos is een schoolboekdichter in de beste zin: korte gedichten van hem staan in het Ανθολόγιο van de basisschool en in de leesboeken van het gymnasium, en generaties leerlingen hebben zijn verzen over de zon, de moeder en de vrede uit het hoofd geleerd. Verscheidene gedichten zijn door Griekse componisten op muziek gezet en worden op schoolfeesten gezongen. In Sparta draagt een straat zijn naam, en zijn dorp Krokees en het gehucht Ploumitsa, waar zijn graf tussen de olijfgaarden ligt, zijn de plekken voor wie het landschap achter de gedichten wil zien. De Academie van Athene, die hem in 1987 koos, bewaart zijn archief. Een leerling kan beginnen met het gedicht dat opent met «Αν δε μου 'δινες την ποίηση, Κύριε» (Als u mij de poëzie niet had gegeven, Heer), een van de meest geciteerde regels uit de moderne Griekse poëzie, en met de korte gedichten over de Taygetos, die het eenvoudigste Grieks gebruiken dat er bestaat.
Wist je dat?
- Zijn eerste bundel verscheen in 1929, toen hij zeventien was, het jaar waarin hij vanuit Lakonië in Athene aankwam.
- Een deel van de dictatuur van 1967–74 bracht hij in ballingschap door in Zwitserland en Italië, en daar schreef hij enkele van zijn bekendste late gedichten.
- Hij werd in 1987 gekozen in de Academie van Athene, vier jaar voor zijn dood.
- Hij stierf in hetzelfde hoekje van Lakonië waar hij geboren was, onder de Taygetos, de berg die zestig jaar lang in zijn gedichten voorkomt.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Κάτω από σκιές και φώτα | Onder schaduwen en lichten | 1929 |
| 33 ημέρες | 33 dagen | 1945 |
| Ο Ταΰγετος και η σιωπή | De Taygetos en de stilte | 1949 |
| Οδύνη | Pijn | 1969 |
| Ο Προμηθέας ή το παιχνίδι μιας μέρας | Prometheus, of het spel van een dag | 1978 |
| Λειτουργία κάτω από την Ακρόπολη | Liturgie onder de Akropolis | 1981 |
Uit het werk

Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
Αν δε μου 'δινες την ποίηση, Κύριε, / δε θα 'χα τίποτα για να ζήσω.
An de mou 'dines tin poiisi, Kyrie, / de tha 'cha tipota gia na ziso.
Als u mij de poëzie niet had gegeven, Heer, / zou ik niets hebben om van te leven.













