Leven
Valaoritis werd in 1824 geboren op Lefkada, dat toen deel uitmaakte van de Ionische Eilanden onder Brits protectoraat. Zijn familie was rijk en had haar wortels in Epirus, op het vasteland tegenover, het land van de klephten en van Ali Pasja dat zijn gedichten zou vullen. Hij studeerde aan de Ionische Academie op Korfoe en daarna in West-Europa, in Zwitserland, Frankrijk en Italië, waar hij afstudeerde in de rechten. Zijn eerste dichtbundel, Στιχουργήματα (Verzen), verscheen in 1847.
Terug op de Ionische Eilanden ging hij de politiek in. In de jaren 1850 gekozen in het Ionische Parlement, werd hij een van de welsprekendste stemmen van de radicale eis tot vereniging met het Koninkrijk Griekenland, tegen het Britse bewind, en toen de eilanden in 1864 eindelijk bij Griekenland kwamen, zat hij als afgevaardigde in het Griekse parlement in Athene, beroemd om zijn vurige toespraken.
In zijn laatste jaren trok hij zich steeds meer terug uit het openbare leven op Madouri, een klein groen eilandje voor de oostkust van Lefkada dat van zijn familie was. Daar werkte hij aan Φωτεινός, het gedicht dat hij als zijn beste beschouwde, en daar bracht hij zijn tijd door tussen olijfbomen, boten en vissers. Hij stierf in 1879 en liet Φωτεινός onvoltooid achter.
Werk

Valaoritis schreef na Solomos en Kalvos en wilde net als zij een nationale poëzie voor de nieuwe Griekse staat, maar zijn stem is luider en theatraler. Hij koos het volksgrieks, de levende taal van het volk, in een tijd waarin veel schrijvers in Athene de geleerde katharevousa verkozen, en hij vulde zijn verzen met de beelden en ritmes van de δημοτικά τραγούδια, de volksliederen van de klephten: adelaars, rotsen, bergbronnen, zwarte kleren en heldhaftige doden.
Zijn onderwerpen zijn de strijd van de Grieken tegen de Ottomaanse macht. Κυρά Φροσύνη (Vrouwe Frosyni, 1859) vertelt het verhaal van een vrouw uit Ioannina die in 1801 op bevel van Ali Pasja met andere vrouwen in het meer werd verdronken. Αθανάσιος Διάκος (1867) volgt de diaken die in 1821 bij de brug van Alamana vocht en na zijn gevangenneming wreed werd terechtgesteld. Αστραπόγιαννος (Astrapogiannos, 1867) is een ballade over een klepht en zijn trouwe metgezel. Zijn bundel Μνημόσυνα (Herdenkingen, 1857) eerde de doden van de strijd.
Φωτεινός, na zijn dood uitgegeven, verplaatst het verhaal naar de middeleeuwen: een arme boer van Lefkada komt in opstand tegen de buitenlandse heren van het eiland. De soberdere, hardere taal ervan wordt door veel critici bewonderd als het beste wat hij schreef.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
Op Lefkada is Valaoritis de grote man van het eiland: zijn standbeeld staat in de stad, het eilandje Madouri met zijn huis is te zien vanaf de kustweg bij Nydri, en plaatselijke culturele evenementen dragen zijn naam. Straten met de naam Βαλαωρίτου zijn er in Athene, Thessaloniki en veel andere steden. Griekse schoolboeken bevatten lang fragmenten uit zijn gedichten, waaronder «Ο βράχος και το κύμα» (De rots en de golf), en zijn naam is verbonden met de vieringen van de Revolutie op 25 maart. Voor een leerling is een goede ingang om eerst het volkslied over Athanasios Diakos te lezen en daarna een paar regels uit Valaoritis' gedicht over dezelfde held. Zijn achterkleinzoon Nanos Valaoritis (1921–2019) werd een bekende surrealistische dichter.
Wist je dat?
- Hij bracht zijn laatste jaren door op Madouri, een piepklein privé-eilandje voor Lefkada dat nog steeds van zijn familie is.
- Als afgevaardigde was hij een van de krachtigste stemmen voor de aansluiting van de Ionische Eilanden bij Griekenland, die in 1864 werd bereikt.
- Zijn onvoltooide gedicht Φωτεινός speelt niet in 1821 maar in de middeleeuwen.
- De moderne surrealistische dichter Nanos Valaoritis was zijn achterkleinzoon.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Στιχουργήματα | Verzen | 1847 |
| Μνημόσυνα | Herdenkingen | 1857 |
| Κυρά Φροσύνη | Vrouwe Frosyni | 1859 |
| Αθανάσιος Διάκος | Athanasios Diakos | 1867 |
| Αστραπόγιαννος | Astrapogiannos | 1867 |
| Φωτεινός | Fotinos (onvoltooid, postuum) |
Uit het werk


Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
«Μέριασε βράχε να διαβώ!» το κύμα ανδρειωμένο / λέγει στην πέτρα του γυαλού θολό, μελανιασμένο.
«Meriase vrache na diavo!» to kyma andreiomeno / legei stin petra tou gyalou tholo, melaniasmeno.
‘Ga opzij, rots, laat mij erdoor!’ zegt de vermetele golf, / troebel en blauw als een kneuzing, tegen de steen van de kust.
























