Leven
Krystallis werd in 1868 geboren in Syrrako, een stenen dorp hoog in het Tzoumerkagebergte in Epirus, dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. De bewoners waren Vlachisch sprekende herders en ambachtslieden die hun kudden tussen de zomerweiden en de vlakten verplaatsten, en de jongen groeide op tussen de liederen, verhalen en gewoonten van dat bergleven. Hij studeerde aan de beroemde Zosimaia-school in Ioannina, de belangrijkste Griekse school van de streek, en begon al vroeg gedichten te schrijven.
Als jonge man publiceerde hij een lang patriottisch gedicht, Αι σκιαί του Άδου (De schimmen van de Hades, 1887), over episodes uit de Onafhankelijkheidsoorlog. De Ottomaanse autoriteiten vonden het gevaarlijk en een rechtbank veroordeelde hem bij verstek, dus in januari 1889 vluchtte hij over de grens naar Athene. Daar leefde hij in armoede; hij werkte als letterzetter in een drukkerij, korte tijd als redacteur van het tijdschrift Εβδομάς (De Week) en ten slotte als klerk bij de spoorwegen van de Peloponnesos. Hij publiceerde gedichten en proza in Atheense tijdschriften en werd bekend in literaire kringen, waar Kostis Palamas en andere schrijvers van de nieuwe generatie zijn frisse, volkse stem waardeerden.
Het stadsleven paste nooit bij hem. Hij miste de bergen, de schone lucht en de wereld van de herders, en die gevoelens lopen door alles wat hij schreef. Begin jaren 1890 werd hij ziek van tuberculose. Hij verliet Athene en ging naar Arta, dicht bij zijn geboortestreek, in de hoop dat de verandering van lucht hem zou redden, maar hij stierf daar in april 1894, pas zesentwintig jaar oud.
Werk

Krystallis schreef op het moment dat Griekse dichters overstapten van de formele, geleerde katharevousa naar de gesproken volkstaal, de dimotiki. Zijn eerste werk, het lange gedicht Αι σκιαί του Άδου (De schimmen van de Hades), gebruikt nog de oudere stijl, maar al snel vond hij zijn eigen stem in de vorm en het ritme van het Griekse δημοτικό τραγούδι (volkslied), vooral de liederen uit Epirus die hij als kind had gehoord. Hij gebruikt de vijftienlettergrepige versregel van de volksliederen, eenvoudige rijmen en de woordenschat van herders: de στάνη (schaapskooi), de τσέλιγκας (opperherder), de fluit, de bron, het dennenbos, de adelaar.
Zijn twee belangrijkste bundels zijn Αγροτικά (Landelijke gedichten, 1891) en Ο τραγουδιστής του χωριού και της στάνης (De zanger van het dorp en de schaapskooi, 1893). Daarin beschrijft hij dorpsfeesten, bruiloften, het vertrek van de kudden, het leven van de herder op de hoge weiden en, steeds weer, de pijn van ver van huis te zijn. In gedichten als Στο σταυραητό (Aan de steenarend) wordt de vrije vogel van de bergen een symbool van de vrijheid die hij in de stad had verloren. Hij schreef ook korte prozastukken over de gewoonten en mensen van Epirus, die vandaag waardevol zijn als verslag van een verdwenen wereld.
Zijn poëzie is niet ingewikkeld: haar kracht is haar oprechtheid en haar muziek. Critici hebben hem een brug genoemd tussen het anonieme volkslied en de moderne volkstalige poëzie van Palamas en zijn kring.
Nalatenschap in het Griekenland van nu
De gedichten van Krystallis over bergen en herders worden al lang op Griekse scholen gelezen, en veel Grieken herinneren zich een paar regels uit hun jeugd. In zijn geboortedorp Syrrako, nu een beschermd traditioneel dorp dat door wandelaars wordt bezocht, staat een monument voor hem, en het dorp houdt zijn nagedachtenis in ere. Straten met de naam Κρυστάλλη zijn er in Athene, Ioannina, Arta en vele andere steden. Musici hebben enkele van zijn gedichten op muziek gezet in de stijl van het volkslied uit Epirus. Een leerder kan een van zijn korte gedichten uit Αγροτικά hardop lezen: het regelmatige ritme van de vijftienlettergrepige regel maakt de verzen makkelijk uit te spreken, en de woordenschat van bergen, dieren en natuur is nuttig voor elke reis door het Griekse platteland.
Wist je dat?
- Hij moest rond zijn twintigste uit zijn geboortestreek vluchten omdat de Ottomaanse autoriteiten een van zijn gedichten gevaarlijk vonden.
- In Athene werkte hij voor een spoorwegmaatschappij, ver van de bergen waarover hij schreef.
- Hij publiceerde zijn belangrijkste boeken in slechts drie jaar, tussen 1891 en 1893.
- Hij stierf op zijn zesentwintigste, jonger dan bijna elke andere bekende Griekse dichter.
Belangrijkste werken
| Griekse titel | Titel | Jaar |
|---|---|---|
| Αι σκιαί του Άδου | De schimmen van de Hades (episch gedicht over 1821) | 1887 |
| Αγροτικά | Landelijke gedichten | 1891 |
| Ο τραγουδιστής του χωριού και της στάνης | De zanger van het dorp en de schaapskooi | 1893 |
| Στο σταυραητό | Aan de steenarend (gedicht uit de bundel van 1893) | 1893 |
Uit het werk

Rechtenvrije afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Een zin om te onthouden
κι απλώνεις πήχες τα φτερά και σπιθαμές τα νύχια, / και μες στα σύγνεφα πετάς, μες στα βουνά ανεμίζεις!
ki aploneis piches ta ftera kai spithames ta nychia, / kai mes sta sygnefa petas, mes sta vouna anemizeis!
en je spreidt je vleugels el na el en je klauwen span na span, / en je vliegt tussen de wolken, je zeilt op de winden tussen de bergen!
























