
Een huis voor een god
Een Griekse tempel, een ναός, was geen plek waar grote groepen mensen kwamen bidden. Het was het huis van het beeld van een god, en een geschenk van de hele stad aan de goden. Mensen vereerden de goden buiten, in de open lucht. Voor de ingang stond het altaar, de βωμός. Daar brachten mensen gaven en offers: fruit, honing, wijn of dieren. Het altaar stond zo dat het beeld binnen het kon „zien”. De voorkant van de meeste tempels lag op het oosten.
In Athene besloten de burgers of er een tempel kwam. Iemand stelde het voor in de Volksvergadering, en de burgers stemden. Daarna kozen ze een commissie die het werk en het geld controleerde, en een architect, de ἀρχιτέκτων. Hij schreef een precieze beschrijving van het gebouw. De rekeningen werden in marmeren platen gehakt en op openbare plekken neergezet, zodat elke burger kon lezen hoe het geld was besteed.
Test jezelf: 4 woorden van deze pagina
1 / 4
Wat betekent dit woord?
Het plan: treden, ruimtes en zuilen
Een tempel had drie lagen, van onder naar boven: een onderbouw, een lichaam en een dak.
Onder de grond lag het fundament, de θεμέλια: grote stenen die het hele gewicht droegen. Daarop stond de κρηπίς (krepis), een stenen platform met drie treden. De bovenste trede heette στυλοβάτης (stylobaat), omdat de zuilen er direct op stonden.
Achter de zuilen stond een gesloten gebouw met muren. De belangrijkste ruimte was de σηκός (in het Latijn cella), waar het beeld van de god stond. Daarvoor lag een voorhal, de πρόναος, en grote tempels hadden achteraan een tweede hal, de ὀπισθόναος.
De grootste tempels hadden aan alle vier de kanten een rij zuilen. Aan de lange zijden stonden meestal twee keer zoveel zuilen als aan de voorkant, plus één. Het Parthenon in Athene heeft 8 zuilen aan elke korte kant en 17 aan elke lange kant.
Van de steengroeve naar de bouwplaats
Het werk begon ver weg, in de steengroeve, het λατομείο. De beste steen was wit marmer, maar weinig tempels werden van marmer gebouwd. De meeste waren van goedkopere steen uit de buurt, zoals kalksteen. De tempel van Zeus in Olympia was bijvoorbeeld van plaatselijke steen, maar de dakpannen waren van marmer. De daken hadden houten balken, en veel tempels hadden pannen van gebakken klei.
Om een blok los te maken, hakten de arbeiders diepe sleuven in de rots. Dan sloegen ze met hamers ijzeren wiggen in de sleuven, tot de steen losbrak. Elk blok werd bijna op zijn eindmaat gehakt, want steen vervoeren was erg duur. Er bleef een dun extra laagje op zitten, om het oppervlak onderweg te beschermen.
Op sleden gleden de blokken over een geplaveide weg de groeve uit. Daarna brachten karren, getrokken door veel paren ossen of muildieren, ze naar de bouwplaats. Op de Akropolis van Athene gingen de vrachten via hellingen omhoog. Het marmer van het Parthenon kwam van de berg Pentelikon, minder dan 20 kilometer verderop.
Stenen optillen en verbinden
Zware blokken werden opgetild met kranen, houten machines met touwen. De bouwers legden de touwen in groeven die in de steen waren gehakt, of om kleine knobbels die ze expres lieten zitten. Na het hijsen werden die knobbels weggehakt.
Griekse bouwers gebruikten geen mortel, geen „lijm” tussen de stenen. De blokken waren zo perfect gehakt dat hun gewicht ze op hun plaats hield. Sommige voegen van het Parthenon zijn dunner dan een honderdste millimeter! IJzeren klampen in de vorm van een dubbele T verbonden elk blok met het volgende. De arbeiders goten heet lood om het ijzer, om het tegen roest te beschermen en de schokken van aardbevingen op te vangen.
Een zuil was een stapel stenen trommels. In het midden van elke trommel zat een vierkant gat met een houten blokje en een houten pen, die de trommels precies op één lijn hielden. Bij het Erechtheion in Athene werden de groeven van de zuilen pas uitgehakt toen de zuilen al overeind stonden. De rekeningen uit 408/7 v.Chr. noemen de ploegen die het werk deden: burgers en slaven werkten zij aan zij, voor hetzelfde loon.
Belangrijke jaartallen
- 620 BCGriekse bouwers beginnen tempels te bouwen van gehakte steenblokken in plaats van hout en leemsteen.
- 6th c. BCSteen wordt het gewone materiaal voor de belangrijkste tempels.
- 447–438 BCDe Atheners bouwen het Parthenon op de Akropolis.
- 408/7 BCDe rekeningen van het Erechtheion noteren het loon van de arbeiders die de groeven in de zuilen hakken.
- 1975Griekenland richt een commissie op om de monumenten van de Akropolis te beschermen en te restaureren.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| architect (hoofdbouwer) | ||
| fundament | ||
| getrapte voet van de tempel | ||
| bovenste trede onder de zuilen | ||
| ruimte van het godenbeeld | ||
| altaar (ook in kerken) | ||
| steengroeve (ook νταμάρι) | ||
| kraanvogel, later hijskraan |
Het Parthenon: bouw, beeldhouwwerk en geschiedenis
Griekse zuilenorden: Dorisch, Ionisch en Korinthisch
Olympia, het heiligdom van Zeus