Een stad op een heuvel
Mycene (Μυκῆναι) ligt in het noordoosten van de Peloponnesos, op een lage heuvel tussen twee hogere. Van daaruit konden de heersers de vlakte van Argos en de wegen over land en zee beheersen. De eerste mensen woonden hier meer dan 8000 jaar geleden. Maar bijna alles wat je nu ziet, werd gebouwd tussen 1350 en 1200 v.Chr., in de late bronstijd. Een hele beschaving, de Myceense, is naar deze stad genoemd.
Homerus noemt Mycene πολύχρυσος, ‘rijk aan goud’ (Ilias 7.180 en 11.46). In zijn gedichten is het de stad van koning Agamemnon, die de Grieken naar Troje leidt. Het Griekse ministerie van Cultuur noemt Agamemnon ‘mythisch’: we kennen hem uit verhalen.
De Grieken vertelden ook verhalen over de naam van de stad. De reisschrijver Pausanias (2e eeuw n.Chr.) vertelt dat de held Perseus de stad stichtte op de plek waar de dop van zijn zwaard, de μύκης, eraf viel. Hij hoorde ook dat de dorstige Perseus een paddenstoel, eveneens μύκης genoemd, uit de grond trok en dat er water uit stroomde (2.16.3). Dit zijn legenden, geen geschiedenis. Maar het woord leeft nog: μύκητας is in het Nieuwgrieks een schimmel.
Test jezelf: 4 woorden van deze pagina
1 / 4
Wat betekent dit woord?
Muren van reuzen, een poort van leeuwen
Een enorme muur, een τεῖχος, loopt om de top van de heuvel. Helemaal rond was hij bijna 900 meter lang. Aan de noordkant is hij tot 7,5 meter dik en bijna 12 meter hoog. Hij werd in fasen gebouwd, vanaf ongeveer 1350 v.Chr., met enorme ruwe stenen blokken. Pausanias zegt dat de mensen de muren en de poort het werk noemden van de Κύκλωπες, de Cyclopen, reuzen uit de mythen (2.16.5). Archeologen spreken nog altijd van cyclopische muren.
Rond 1250 v.Chr. (sommige boeken zeggen iets eerder) voegden de bouwers een prachtige nieuwe ingang toe, de Leeuwenpoort. In het Grieks is dat «Πύλη των Λεόντων»: πύλη betekent poort en λέων betekent leeuw. Het gewone woord is nu λιοντάρι, van λεοντάριον, letterlijk ‘leeuwtje’.
Twee hoge stenen dragen één reusachtige steen, de bovendrempel. Die is ongeveer 4,5 meter lang en weegt ongeveer 18 ton. Daarboven lieten de bouwers een lege driehoek open, zodat de muur niet op de bovendrempel zou drukken. Een gebeeldhouwde plaat vult de driehoek: twee leeuwen staan aan weerszijden van een zuil. Hun koppen zijn verloren gegaan. Die werden apart gemaakt en vastgezet, en ze keken naar iedereen die naar de poort kwam.
De poort is een van de oudste grote beeldhouwwerken die in Europa bekend zijn. Ook Pausanias zag hem: «λέοντες δὲ ἐφεστήκασιν αὐτῇ», ‘er staan leeuwen op’.
Goud uit de koningsgraven
Vlak achter de poort ligt Grafcirkel A, een ring van zes diepe graven. Een graf is een τάφος, in het Oudgrieks en in het Nieuwgrieks. In de 16e eeuw v.Chr. werden hier heersers begraven met goud, bekers, ringen en wapens. Toen de nieuwe muur werd gebouwd, kwam de oude cirkel binnen de stad te liggen. Hij werd hersteld en gebruikt om de voorouders te eren.
In 1876 begon Heinrich Schliemann, die gefascineerd was door Homerus, hier te graven en legde hij vijf graven bloot. P. Stamatakis, die het werk voortzette, vond het zesde. De graven bevatten een schat aan χρυσός, goud, met onder meer vijf gouden maskers. Het Griekse woord προσωπεῖον, ‘masker’, komt van πρόσωπον, ‘gezicht’. Het Nieuwgrieks heeft προσωπείο en ook het gewone woord μάσκα.
Schliemann dacht dat hij het lichaam van Agamemnon had gevonden, en daarom heet een van de maskers nog steeds het masker van Agamemnon. Moderne studies dateren het op ongeveer 1550–1500 v.Chr., zo’n drie eeuwen vóór de tijd waarin Agamemnon geleefd zou hebben. De naam klopt dus niet, maar hij is gebleven. Enkele onderzoekers hebben zich afgevraagd of Schliemann dit masker heeft vervalst of veranderd. Anderen antwoorden dat daarvoor geen bewijs is.
Na het paleis
Rond 1200 v.Chr. werd Mycene zwaar verwoest, waarschijnlijk door een aardbeving. De muren werden opnieuw uitgebreid om bij een ondergrondse watervoorraad te komen. Er volgden meer verwoestingen en branden, en rond 1100 v.Chr. werd de grote stad verlaten. Daarna woonden er nog maar weinig mensen op de heuvel.
Mycene speelde nog een kleine rol in de geschiedenis. Pausanias zegt dat het tachtig man naar Thermopylae stuurde tegen de Perzen, terwijl Argos thuisbleef. Uit jaloezie, zegt hij, verwoestten de Argivers Mycene (2.16.5). Het ministerie van Cultuur dateert de verovering in 468 v.Chr. Toen Pausanias in de 2e eeuw n.Chr. kwam, lag de stad in puin, maar delen van de muur en de poort met de leeuwen stonden nog overeind.
In 1841 maakte K. Pittakis van het Griekse Archeologisch Genootschap de Leeuwenpoort vrij. Sinds 1999 staan Mycene en het nabije Tiryns op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Belangrijke jaartallen
- c. 1600 BCGrafcirkel A wordt op de heuvel aangelegd.
- c. 1350 BCBegin van de bouw van het paleis en de eerste cyclopische muur.
- c. 1250 BCEen nieuwe muur en de Leeuwenpoort worden gebouwd.
- c. 1200 BCGrote verwoesting, waarschijnlijk door een aardbeving.
- c. 1100 BCDe grote stad wordt verlaten.
- 468 BCArgos verovert Mycene.
- 1841K. Pittakis maakt de Leeuwenpoort vrij.
- 1876Schliemann begint Grafcirkel A op te graven.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| leeuw (formeel: λέων) | ||
| poort | ||
| stadsmuur | ||
| eenogige reus | ||
| goud | ||
| graf | ||
| masker (gewoonlijk: μάσκα) | ||
| museum (ooit Muzenheiligdom) |
De Myceense beschaving: de wereld van Agamemnon
De Trojaanse Oorlog: mythe of geschiedenis?
Lineair B: het oudste Griekse schrift