Wat instortte, en waarom de naam omstreden is
De Myceense wereld begon eind 13e eeuw v.Chr. uiteen te vallen. Het Nationaal Archeologisch Museum in Athene noemt onder de oorzaken onrust, economische neergang, volksverhuizingen en aardbevingen; het paleis van Pylos brandde rond 1200 v.Chr. af, en de Myceense tijd eindigde in de 11e eeuw. Met de paleizen verdwenen de schrijvers en met hen Lineair B, een schrift dat vooral voor lijsten en inventarissen diende. Scarre en Fagan spreken van een ‘onthoofding’: de elite verdween, terwijl dorpelingen en boeren bleven, met hun mondelinge tradities.
De periode daarna heet de Donkere Eeuwen, in het Grieks «σκοτεινοί χρόνοι» (σκότος, duisternis). De data verschillen: 1100–800 v.Chr. in de Homerus-gids van het Centrum voor de Griekse Taal, ca. 1200–800 v.Chr. in de World History Encyclopedia. Bevolking en landbouw namen af, en monumentale bouw in steen hield op. Twee punten blijven open. De Griekse gids verbindt de periode nog met de komst van de Doriërs, terwijl de Encyclopedia meldt dat het idee van een invasie is verworpen ten gunste van een migratie. En ‘donker’ zegt misschien meer over ons gebrek aan geschreven bronnen dan over het leven in die tijd.
Test jezelf: 4 woorden van deze pagina
1 / 4
Wat betekent dit woord?
Niet zo donker: Lefkandi en Cyprus
Het sterkste bewijs tegen een eenvoudig beeld komt uit Lefkandi op Euboea. In Toumba vonden Britse en Griekse archeologen in 1981 een gebouw van 50 m lang en 10 m breed, gedateerd rond 950 v.Chr. Onder de centrale ruimte lagen een gecremeerde man in een Cypriotische bronzen amfoor, met een ijzeren zwaard en speerpunt; naast hem een vrouw met gouden sieraden, waaronder een Syrisch halssnoer van rond 1700 v.Chr.; en vier paarden. Irene Lemos, die het project leidt, schrijft dat het gebouw als grafgebouw is geïnterpreteerd. Sommigen noemen het een heroön, ἡρῷον, heiligdom van een held; in het huidige Grieks is een ηρώο meestal een monument voor de oorlogsdoden.
Het ijzer zelf tekent de tijd. Hesiodus zegt over zijn bronzen geslacht μέλας δ᾽ οὐκ ἔσκε σίδηρος, ‘zwart ijzer was er niet’ (Werken en dagen 151). En ergens werd Grieks geschreven: een bronzen spit uit een graf in Palaepaphos-Skales op Cyprus, gedateerd 1050–950 v.Chr., draagt de naam Opheltas in een lettergreepschrift, en Yves Duhoux noemt het de oudste Cypriotische tekst in het Grieks.
Herinnering in het lied: de ἀοιδός
Zonder schrift moest wat men onthield gezongen worden. De Odyssee toont de zanger aan het werk: de heraut brengt Demodocus, de θεῖον ἀοιδόν, aan wie de Muze het zoete lied gaf (8.43, 8.62–64). Volgens de theorie die Milman Parry rond 1930 voorstelde, dichtte zo'n zanger terwijl hij optrad, uit een traditionele voorraad zinswendingen die in de hexameter pasten. De taal van de epen vermengt lagen van het Grieks van de Myceense tijd tot ongeveer 700 v.Chr.; dat werkelijke gebeurtenissen uit de Myceense periode via deze traditie bewaard bleven, blijft een hypothese. Volgens de heersende opvatting kregen beide gedichten een vaste vorm tussen het midden en het einde van de 8e eeuw.
Het epos was niet de enige mondelinge kunst. In Ilias 24.720–723 zetten zangers naast het lichaam van Hector de klaagliederen in (ἀοιδοὺς θρήνων ἐξάρχους), de vrouwen antwoorden en Andromache begint de weeklacht. Margaret Alexiou oppert dat het vroege gebruik de vaste θρῆνος van zulke zangers onderscheidde van de γόος van de verwante vrouwen. En in Ilias 6.168–169 stuurt Proetus Bellerophon weg met σήματα λυγρά, ‘noodlottige tekens’ gekrast op een opvouwbaar tablet; Homerus zegt niet wat die tekens waren.
De terugkeer van het schrift
Herodotus (5.58) vertelt dat Feniciërs die met Cadmus kwamen de Grieken de γράμματα brachten, en dat de Ioniërs er enkele veranderden en ze Φοινικήια noemden. Wat men ook van Cadmus denkt, de Semitische achtergrond van het Griekse alfabet staat niet ter discussie, en aan de Grieken wordt de toevoeging van tekens voor klinkers toegeschreven. De datering is minder zeker. De heersende opvatting plaatst de overdracht in of vlak voor de 8e eeuw v.Chr., wanneer de eerste inscripties verschijnen. Willemijn Waal verdedigt op grond van indirecte aanwijzingen ongeveer de 11e eeuw en neemt aan dat de vroegste teksten op vergankelijk materiaal verloren zijn.
De eerste bewaarde alfabetische teksten zijn geen paleislijsten. Een kan van de Dipylon in Athene (740–730 v.Chr.) noemt ‘wie van alle dansers nu het bevalligst speelt’, in een versregel die volgens de pagina van het Griekse ministerie van Cultuur aan Homerus doet denken. Een beker uit Pithekoussai op Ischia, van rond 725 v.Chr., draagt versregels over de beker van Nestor. De woorden tonen dezelfde geschiedenis: γράμμα betekent nog altijd een letter van het alfabet en ook een brief, terwijl ἀλφάβητος, dat de LSJ alleen uit late grammaticale bronnen aanhaalt, het jongere woord is.
Belangrijke jaartallen
- c. 1200 BCHet paleis van Pylos wordt door brand verwoest.
- 11th c. BCDe Myceense wereld komt aan haar einde.
- 1100–800 BCEen gangbare datering van de Donkere Eeuwen; andere werken laten ze eerder beginnen.
- 1050–950 BCDatering van het Cypriotische graf met het spit dat de naam Opheltas draagt.
- c. 950 BCHet monumentale gebouw in Toumba, Lefkandi, met zijn rijke graven.
- 740–730 BCDe Dipylonkan uit Athene, een van de oudste alfabetische Griekse inscripties.
- c. 725 BCDe beschreven beker van Pithekoussai, op het eiland Ischia.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| zanger-dichter (nu: operazanger) | ||
| epos (vroeger: woord) | ||
| klaaglied, weeklacht | ||
| duisternis (σκοτάδι: verkleinvorm ervan) | ||
| ijzer (dagelijks: σίδερο) | ||
| heldenheiligdom (nu: oorlogsmonument) | ||
| letter, brief | ||
| alfabet (laat woord) |
De Myceense beschaving: de wereld van Agamemnon
Lineair B: het oudste Griekse schrift