
Wie waren de hoplieten?
Een hopliet (ὁπλίτης) was een zwaarbewapende Griekse voetsoldaat. De naam komt van ὅπλα, ‘wapens’ of ‘uitrusting’. Sommige boeken zeggen dat hij komt van een schild dat hoplon heette, maar Griekse schrijvers noemden het schild meestal ἀσπίς. In de 6e eeuw v.Chr. werden de hoplieten de belangrijkste strijdmacht van de Griekse stadstaten.
Een hopliet was een burger van de stad waarvoor hij vocht. Hij moest zijn uitrusting zelf kopen, en brons was duur. Daarom konden alleen rijkere mannen hopliet zijn. Armere mannen vochten als lichtbewapenden, met slingers, bogen of werpsperen. Alleen de heel rijken konden paarden houden, dus Griekse legers hadden weinig ruiters.
Hoplieten uit dezelfde stad droegen niet allemaal hetzelfde uniform: ieder bracht de wapenrusting mee die hij had. De Spartanen waren de uitzondering, want hun uitrusting was helemaal gelijk.
Van top tot teen: de uitrusting van de hopliet
Musea over de hele wereld bewaren onderdelen van hoplietenuitrustingen, en Griekse vazen laten hoplieten zien die zich klaarmaken voor de oorlog. Dit droeg een hopliet, van top tot teen:
- Helm (κράνος): van brons. Het meest voorkomende type, de Korinthische helm, bedekte het hele gezicht behalve de ogen en de mond. Hij beschermde het hoofd goed, maar de soldaat kon niet zo goed zien en horen. Veel helmen hadden een kam van paardenhaar.
- Borstkuras (θώραξ): een zware van brons in de vorm van een klok, of een lichtere van lagen linnen die op elkaar geplakt waren.
- Scheenplaten (κνημῖδες): bronzen beschermers voor de onderbenen.
- Schild (ἀσπίς): groot en rond, van hout en bedekt met een plaat brons. De hopliet stak zijn linkerarm door een riem in het midden en hield een handgreep vlak bij de rand vast. Veel schilden hadden een geschilderd teken, zodat vrienden ze herkenden of om de vijand bang te maken.
- Speer (δόρυ): ongeveer 2 meter lang, met een bronzen punt. Hij was om mee te steken, meestal niet om te gooien. Een zware bronzen punt aan het andere eind hield hem in evenwicht.
- Zwaard (ξίφος): een kort tweede wapen, dat aan zijn linkerkant hing.
Vechten in de falanx
Hoplieten vochten niet alleen. Ze stonden schouder aan schouder in lange rijen over het slagveld. Deze opstelling heette de falanx (φάλαγξ). Het schild van elke man bedekte zijn eigen linkerkant en de rechterkant van zijn buurman. Zo had elke hopliet zijn buurman nodig, en had zijn buurman hem nodig.
De Atheense geschiedschrijver Thucydides zag hier iets opvallends. Elke soldaat probeerde zijn onbeschermde rechterkant te verstoppen achter het schild van zijn buurman. Daardoor, schreef hij, schoven legers altijd een beetje naar rechts als ze ten strijde trokken (Thucydides 5.71).
Als de twee rijen botsten, duwden de hoplieten met hun schilden en staken ze met hun speren. Daarvoor waren samenwerking en training nodig. Wie wegrende, liet een gat achter dat de vijand kon gebruiken, dus je schild houden was heel belangrijk. Plutarchus, die eeuwen later schreef, vertelt over een Spartaanse moeder die haar zoon zijn schild gaf en zei: ‘Met dit of erop.’ Ze bedoelde: kom terug met je schild, of laat je erop terugdragen.
Hoplietenwoorden in het Grieks van nu
Veel woorden van de hopliet leven nog. In het Griekse leger van nu is een οπλίτης een soldaat zonder rang, anders dan de officieren. De militaire dienst heet θητεία; in het oud-Grieks betekende θητεία betaald werk voor iemand anders. Een jonge Griek in militaire dienst is dus een «οπλίτης θητείας».
Ook de uitrusting leeft voort in woorden. Een motorrijder of een brandweerman draagt een κράνος. De oproerpolitie heeft een ασπίδα. Θώρακας is ook het woord voor de borstkas: een arts kan om een «ακτινογραφία θώρακος» vragen, een röntgenfoto van de borst. De uitdrukking «η αιχμή του δόρατος», ‘de punt van de speer’, betekent het eerste en scherpste deel van een aanval, een beetje zoals het Nederlandse ‘speerpunt’. En όπλο is het gewone Griekse woord voor elk wapen.
Belangrijke jaartallen
- 6th c. BCDe hoplieten worden de belangrijkste strijdmacht van de Griekse stadstaten.
- 490 BCSlag bij Marathon: volgens Herodotus sneuvelden 192 Atheners.
- 480 BCLeonidas en zijn Spartaanse hoplieten vechten bij Thermopylae tegen de Perzen.
- 479 BCSlag bij Plataeae: Herodotus telt 38.700 Griekse hoplieten.
- 418 BCSlag bij Mantinea, waar Thucydides uitlegt waarom een falanx naar rechts afdrijft.
- 4th c. BCPhilippus II en Alexander de Grote zetten ook veel ruiters in.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| bewapende voetsoldaat (nu: soldaat zonder rang) | ||
| wapen | ||
| helm | ||
| schild | ||
| speer | ||
| borstkuras; ook de borstkas | ||
| scheenplaat (beschermt het onderbeen) | ||
| dichte slagorde |