
Veel goden en hun heilige plaatsen
De Grieken hadden niet één god. Ze hadden er veel, en elke god zorgde voor iets anders. Zeus was de koning van de goden, Athena beschermde de stad Athene en Poseidon heerste over de zee. De mensen geloofden dat de goden hen konden helpen of straffen. Daarom probeerden ze de goden tevreden te houden met gebeden en geschenken.
Elke god had heilige plaatsen. Een heilige plaats heette een ἱερόν, een heiligdom. Het was een open terrein dat bij de god hoorde. Daarin stonden meestal een tempel en een altaar. Overal eromheen stonden de geschenken van de gelovigen, de wijgeschenken: beelden en stenen platen met inscripties. Sommige steden bouwden ook kleine gebouwen, schatkamers, om kostbare wijgeschenken veilig te bewaren. Een beroemd heiligdom was dat van Apollo in Delphi, maar elke stad had haar eigen heilige plaatsen.
De tempel: een huis voor de god
Het mooiste gebouw in een heiligdom was de tempel, de ναός. Maar een Griekse tempel was geen plek waar mensen naar binnen gingen om samen te bidden. Het was het huis van de god, en zijn belangrijkste taak was het beeld van de god te bewaren.
De bekendste tempel is het Parthenon op de Akropolis van Athene. De Atheners bouwden het tussen 447 en 438 v.Chr. voor hun godin Athena. Binnen stond een enorm beeld van Athena van goud en ivoor, gemaakt door de beeldhouwer Phidias. Vlakbij, in een andere tempel, het Erechtheion, bewaarde men een oud houten beeld van Athena. Het stond centraal in het grootste feest van de stad, de Panathenaeën. Eeuwen later werd het Parthenon zelf een christelijke kerk.
Waar baden de mensen dan? Buiten! Het altaar, de βωμός, stond in de open lucht voor de ingang van de tempel, zodat het beeld van de god het van binnenuit kon „zien“. Daar vonden de plechtigheden plaats, onder de hemel.
Het offer op het altaar
De belangrijkste religieuze handeling was de θυσία, het offer. Vaak werd op het altaar een dier geslacht, bijvoorbeeld een rund. De delen die je niet kon eten, zoals de botten, werden op het altaar voor de goden verbrand, en de rook steeg op naar de hemel. Het vlees werd gekookt en onder de mensen verdeeld, dus een offer was ook een grote gezamenlijke maaltijd.
De Grieken vertelden een verhaal om dit uit te leggen. De dichter Hesiodos zegt dat de slimme Titaan Prometheus ooit probeerde Zeus te bedriegen. Hij sneed een rund in stukken. Het goede vlees verstopte hij in de maag van het dier, en de witte botten bedekte hij met glanzend vet. Zeus nam het vet en vond eronder alleen botten. Daarom, zegt Hesiodos, verbranden de mensen witte botten voor de goden op hun altaren.
Niet elk offer was bloedig. Men gaf ook vruchten, bloemen, honing, melk en olie. Men goot wijn of honing op het altaar of op de grond. Dat heette een σπονδή, een plengoffer.
Priesters, priesteressen en feesten
Elk heiligdom had een priester, de ἱερεύς, of een priesteres, de ἱέρεια. Zij zorgden voor het huis van de god en leidden de plechtigheden. In het Oudgrieks betekende ἱερεύς eerst „degene die het offer brengt“. Vrouwen waren heel belangrijk in de Griekse godsdienst, en veel godinnen werden door priesteressen gediend.
In Athene was een van de hoogste religieuze functies in handen van een vrouw: de priesteres van Athena Polias, de godin die de stad beschermde. Ze kwam uit een oude Atheense familie. Een van deze priesteressen, Lysimache, diende de godin 64 jaar lang, en op de Akropolis stond een beeld van haar.
Godsdienst was ook vreugde. Een ἑορτή, een feest, bracht de hele stad samen om een god te eren. Vandaag leeft het woord voort als γιορτή, een feest of een naamdag. Ook veel andere tempelwoorden leven voort in Griekse kerken: de ιερέας is de priester, het ιερό is de heilige ruimte achter de iconenwand, en βωμός kan de altaartafel van de kerk aanduiden.
Belangrijke jaartallen
- 447–438 BCHet Parthenon wordt voor Athena gebouwd op de Akropolis
- 421–406 BCHet Erechtheion wordt gebouwd, thuis van het oude beeld van Athena Polias
- 1205Het Parthenon, nu een kerk, wordt gewijd aan de Moeder Gods
- 1979Het reglement van de Kerk van Griekenland over kerken heet „Περί Ιερών Ναών και Ενοριών“
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| tempel; nu kerk | ||
| altaar | ||
| offer | ||
| priester | ||
| priesteres | ||
| heiligdom, heilige plaats | ||
| plengoffer, uitgegoten gave | ||
| feest, feestdag |