
De goden van de Olympus
De oude Grieken geloofden in veel goden. De belangrijkste goden woonden op de Olympus, de hoogste berg van Griekenland. Daarom heten ze de Olympische goden. De Grieken dachten dat de goden eruitzagen als mensen, maar dat ze veel sterker waren en nooit doodgingen.
De koning van de goden was Zeus, de god van de hemel en de donder. De dichter Hesiodos vertelt zijn verhaal in een lang gedicht, de Theogonie, „het ontstaan van de goden”. Na een grote oorlog tegen de Titanen vroegen de andere goden aan Zeus om hun koning te worden, en Zeus verdeelde de eerbewijzen onder hen (Theogonie 881–885). Elke god zorgde voor iets anders. Hera was de koningin van de goden, Poseidon heerste over de zee, Athena was de godin van de wijsheid, en Hermes bracht de boodschappen van de goden. Het Griekse woord voor een god is θεός, en de Grieken gebruiken nog altijd hetzelfde woord.
Waarom de Romeinen andere namen gebruikten
De Romeinen woonden in Italië. Ze hadden hun eigen oude goden, met Latijnse namen. Jupiter was hun god van de hemel, en Juno was zijn vrouw. De Romeinen leerden de Grieken kennen via de handel en via de Griekse steden in Zuid-Italië. Ze hoorden Griekse verhalen en zagen Griekse beelden. Langzaam besloten ze dat hun goden dezelfde waren als de Griekse. Zo werd Jupiter gekoppeld aan Zeus, Juno aan Hera, en Mercurius aan Hermes.
Sommige namen zijn zelfs familie van elkaar. De naam Jupiter komt van een oude vorm, Jovis-pater, „vader Jovis”. Woordenboeken van het Latijn verbinden Jovis met de Griekse naam Ζεύς en met een heel oud woord dat „stralen” betekent, zoals de heldere hemel. Eén Griekse god, Apollo, had helemaal geen nieuwe naam nodig. In de 5e eeuw v.Chr., tijdens een vreselijke epidemie, beloofden de Romeinen Apollo een tempel en vroegen ze hem de gezondheid van het volk te beschermen. Ze hielden zijn Griekse naam (Livius 4.25 en 4.29).
De twaalf goden, Grieks en Romeins
In 217 v.Chr. was Rome in groot gevaar, in een oorlog tegen Hannibal. De Romeinen hielden een feestmaal voor twaalf goden, die per twee op zes rustbedden werden gelegd: Jupiter met Juno, Neptunus met Minerva, Mars met Venus, Apollo met Diana, Vulcanus met Vesta, en Mercurius met Ceres (Livius 22.10). Hier zijn dezelfde twaalf goden, eerst met hun Griekse en dan met hun Romeinse naam:
- Zeus (Ζεύς) – Jupiter, koning van de goden
- Hera (Ἥρα) – Juno, koningin van de goden
- Poseidon (Ποσειδῶν) – Neptunus, god van de zee
- Athena (Ἀθηνᾶ) – Minerva, godin van de wijsheid
- Ares (Ἄρης) – Mars, god van de oorlog
- Aphrodite (Ἀφροδίτη) – Venus, godin van de liefde en de schoonheid
- Apollo (Ἀπόλλων) – Apollo, god van de muziek en het licht
- Artemis (Ἄρτεμις) – Diana, godin van de jacht
- Hephaistos (Ἥφαιστος) – Vulcanus, god van het vuur en de smeden
- Hestia (Ἑστία) – Vesta, godin van het haardvuur
- Hermes (Ἑρμῆς) – Mercurius, boodschapper van de goden
- Demeter (Δημήτηρ) – Ceres, godin van het graan en de oogst
De koppeling is niet perfect. Elke Romeinse god hield ook oude Romeinse gewoonten en eigen verhalen.
Griekse goden aan de nachthemel
Kijk 's nachts naar de hemel. Sommige heldere „sterren” bewegen langzaam van nacht tot nacht. De Grieken noemden ze πλανῆται, „zwervers”, en daar komt het woord planeet vandaan. In het Oudgrieks kreeg een planeet de naam van een god: „de ster van Zeus”, „de ster van Hermes”, „de ster van Aphrodite”. De Romeinen gaven de planeten de namen van hun eigen goden, en het Nederlands, het Engels en veel andere talen namen de Romeinse namen over: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus.
Het moderne Grieks hield de Griekse namen. Een Griekse leerling leert dat de planeten Ερμής (Mercurius), Αφροδίτη (Venus), Γη (Aarde), Άρης (Mars), Δίας (Jupiter), Κρόνος (Saturnus), Ουρανός (Uranus) en Ποσειδώνας (Neptunus) heten. Neptunus werd pas in 1846 ontdekt en kreeg de Latijnse naam van de zeegod, dus het Grieks vertaalde die gewoon als Ποσειδώνας. En de moderne naam Δίας komt van Δία, een andere oude vorm van de naam Zeus.
Belangrijke jaartallen
- 5th c. BCRome belooft Apollo een tempel en houdt zijn Griekse naam
- 217 BCTijdens de oorlog tegen Hannibal houdt Rome een feestmaal voor twaalf goden in zes paren
- 1846De planeet Neptunus wordt ontdekt; in het Grieks heet hij Ποσειδώνας
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| god | ||
| Zeus; de planeet Jupiter | ||
| Hera, koningin van de goden | ||
| Poseidon; de planeet Neptunus | ||
| Aphrodite; de planeet Venus | ||
| Hermes; de planeet Mercurius | ||
| Ares; de planeet Mars | ||
| planeet, een „zwerver” |