
Baby’s, rammelaars en piepkleine kannetjes
Een baby, een βρέφος, bracht zijn eerste jaren thuis door bij zijn moeder en bij voedsters. Baby’s en kleine kinderen hadden rammelaars. De filosoof Aristoteles schreef dat de rammelaar van Archytas een goede uitvinding was. Ouders gaven hem aan kinderen om ze bezig te houden, zodat ze in huis niets kapotmaakten. Kleine kinderen, zei hij, kunnen niet stilzitten.
In Athene hadden kleine kinderen ook een plaats op een groot feest. Op de Anthesteria, een lentefeest van de nieuwe wijn, kregen de jongste kinderen waarschijnlijk een piepklein kannetje, een χοῦς. Veel van die kannetjes zijn beschilderd met spelende kinderen. Op één kannetje, nu in een museum in Chicago, trekt een jongetje een klein karretje. Op een ander kruipt een baby naar een vogel toe.
De filosoof Plato zag dat kleine kinderen zelf spelletjes verzinnen zodra ze bij elkaar komen. In het Grieks van nu zou je zeggen: τα παιδιά παίζουν, de kinderen spelen. Het woord παιδί (kind) komt van het oude παιδίον, ‘klein kind’.
Ballen, tollen, hoepels en poppen
Veel oud speelgoed komt ons heel bekend voor. Kinderen gooiden en vingen een bal, een σφαῖρα. Ze lieten een tol draaien, een στρόβιλος. Ze rolden een hoepel, een τροχός, door de straat. Sommigen hadden een schijf aan een touwtje die op en neer ging als een jojo. Er waren ook schommels en wippen.
Meisjes en jongens hadden poppen, πλαγγόνες genoemd, en kleine dieren, vooral paardjes, sommige op wieltjes. Bijna al het speelgoed dat we nog hebben is van klei. Kinderen hadden vast ook speelgoed van hout, leer en stof, maar die materialen vergaan, dus daarvan is bijna niets bewaard gebleven.
Speelgoed heet in het Grieks van nu παιχνίδι. Het woord komt van het oude παίγνιον, ‘speelding’, via de latere vorm παιγνίδιον. Het woord σφαίρα bestaat nog, maar het is veranderd. In het dagelijks leven heet een bal meestal μπάλα, en een σφαίρα is een bol, of de kogel uit een geweer.
Bikkelen, het lievelingsspel
Het populairste spel van allemaal was bikkelen, de ἀστράγαλοι. Een ἀστράγαλος is een klein botje uit de enkel van een schaap of een geit. Het kan op vier verschillende kanten vallen. Kinderen speelden op twee manieren met deze botjes. Ze gooiden ze in de lucht en probeerden er zoveel mogelijk op de rug van hun hand op te vangen. Of ze gooiden ze als dobbelstenen, om te zien welke kant boven lag.
Meisjes en jongens bikkelden, en volwassenen ook. Het spel komt zelfs voor in de Ilias van Homerus. Daar herinnert de geest van Patroklos zich een droevige dag uit de tijd dat hij een kleine jongen was. Bij een ruzie over de bikkels doodde hij de zoon van een zekere Amphidamas, zonder dat hij het wilde. Daarom moest hij van huis weg, en groeide hij op in het huis van de vader van Achilles.
De geschiedschrijver Herodotos schreef dat de Lydiërs, een volk in Klein-Azië, zeiden dat zij bikkelen en balspelen hadden uitgevonden tijdens een lange hongersnood. Ze speelden de hele dag, zodat ze hun honger vergaten. Het is een mooi verhaal, maar niemand weet echt wie het spel heeft uitgevonden.
Afscheid van het speelgoed
Als kinderen groot werden, gaven sommigen hun speelgoed aan een god. Een kort gedicht van Leonidas van Tarente, geschreven in de 3e eeuw v.Chr., vertelt over een jongen die Philokles heette. Hij hing voor de god Hermes het speelgoed uit zijn kindertijd op: zijn bal, zijn rammelaar van buxushout, de bikkels waar hij zo dol op was, en zijn tol.
Een ander gedicht vertelt over een meisje dat Timarete heette. Voor haar bruiloft geeft ze de godin Artemis haar bal, haar tamboerijn en haar poppen met hun kleine jurkjes. Kenners discussiëren nog over hoe je sommige woorden in dit gedicht moet lezen, maar het laat zien hoe meisjes hun kindertijd achter zich lieten als ze trouwden.
Bikkelen hield niet op met de oude Grieken. Kinderen bleven nog heel lang met de botjes spelen. In het Nieuwgrieks heten de botjes κότσια, en het spel ook. Het oude woord ἀστράγαλος wordt ook nog gebruikt: bij de dokter betekent het je enkel.
Belangrijke jaartallen
- 5th c. BCHerodotos vertelt het verhaal van de Lydiërs, die zeiden dat zij bikkelen en balspelen hadden uitgevonden.
- 440–380 BCAtheense pottenbakkers maken piepkleine kannetjes (choes) met schilderingen van spelende kinderen.
- 4th c. BCPlato schrijft over kinderspelletjes, en Aristoteles prijst de rammelaar van Archytas.
- 3rd c. BCLeonidas van Tarente schrijft het gedicht over het speelgoed van de jongen Philokles.
- 1998Het woordenboek van het Nieuwgrieks van het Triantafyllidis-instituut noemt κότσια een oud kinderspel.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| kind | ||
| spelen | ||
| speelgoed, spel | ||
| bikkel (nu: enkel) | ||
| bal (nu ook: kogel) | ||
| hoepel, wiel | ||
| tol (nu: wervelwind) | ||
| baby |