
De oorlog in het kort
Na de Perzische Oorlogen werd Athene erg rijk en machtig. Het had de grootste vloot, de στόλος, van Griekenland, en veel steden op de eilanden en aan de kusten betaalden het geld als bondgenoten. Sparta, in het zuiden van Griekenland, had de beste soldaten op het land en leidde een eigen groep bondgenoten op de Peloponnesos. Elke stad was bang voor de andere.
In 431 v.Chr. begon de oorlog. Hij heet de Peloponnesische Oorlog omdat Athene vocht tegen Sparta en zijn bondgenoten van de Peloponnesos. Hij duurde 27 jaar, met een pauze van een paar jaar onzekere vrede, εἰρήνη. Bijna elke zomer trok het Spartaanse leger het platteland rond Athene binnen en verbrandde de akkers. De Atheners bleven veilig achter hun Lange Muren en stuurden hun schepen om de vijandelijke kusten aan te vallen.
Er gebeurden veel vreselijke dingen: een ziekte doodde veel Atheners, steden werden belegerd en een enorm Atheens leger ging op Sicilië verloren. In 404 v.Chr. gaf Athene zich, uitgehongerd en zonder schepen, over aan Sparta.
Waarom de oorlog begon, en het plan van Perikles
De geschiedschrijver Thucydides, een Athener die de hele oorlog meemaakte, onderscheidt de ruzies die openlijk als redenen werden genoemd van de echte oorzaak. De ruzies gingen over Korinthe en zijn oude kolonie Kerkyra, over de stad Potidaia in het noorden en over een Atheens besluit dat Megara buitensloot van de markten van het rijk. Maar de ware oorzaak, schrijft hij (1.23.6), was de groei van de macht van Athene en de angst die dat in Lacedaemon, dat wil zeggen Sparta, opwekte. De oorlog verbrak de Dertigjarige Vrede die beide partijen zo’n veertien jaar eerder hadden gesloten.
Perikles, de belangrijkste veldheer, στρατηγός, van Athene, had een plan: veldslagen op het land vermijden, de plattelandsbevolking binnen de muren halen, op de vloot vertrouwen en niets nieuws veroveren (Thucydides 2.65.7). Maar in 430 v.Chr. brak in de overvolle stad een dodelijke epidemie uit, de λοιμός die meestal de pest van Athene wordt genoemd (2.47). Artsen konden niets doen en velen van hen stierven zelf. Perikles stierf in 429 v.Chr., twee jaar en zes maanden na het begin van de oorlog (2.65.6).
Kleon, de demagoog, en een onzekere vrede
Na Perikles, zegt Thucydides, waren de leiders van Athene ‘meer elkaars gelijken’ en, omdat ieder de eerste plaats wilde, lieten ze de staatszaken over aan de wensen van de massa (2.65.10). De bekendste van hen was Kleon. Toen in 427 v.Chr. Mytilene op het eiland Lesbos in opstand kwam, overtuigde hij de volksvergadering om te stemmen voor de dood van alle mannen van de stad; de volgende dag bedachten de Atheners zich en stuurden ze een tweede schip, dat net op tijd aankwam. Thucydides noemt hem ‘de gewelddadigste man van Athene’ (3.36.6).
In 425 v.Chr. sloten de Atheners Spartaanse soldaten in op het eiland Sphakteria, bij Pylos. Hier stelt Thucydides (4.21.3) Kleon voor als ἀνὴρ δημαγωγός, een volksleider, de overtuigendste bij de massa. Kleon beloofde de Spartanen binnen twintig dagen mee te brengen, en dat lukte. Een jaar later dreef Aristophanes in zijn komedie De Ridders (424 v.Chr.) de spot met een nauwelijks vermomde Kleon en grapte dat δημαγωγία geen werk meer was voor ontwikkelde, fatsoenlijke mannen.
In 422 v.Chr. sneuvelden zowel Kleon als de Spartaanse veldheer Brasidas in de slag bij Amphipolis (5.10). Zonder hen sloten beide partijen in 421 v.Chr. de Vrede van Nikias. Toch telt Thucydides alles als één oorlog van 27 jaar (5.26).
Sicilië, Dekeleia en de val van Athene
De vrede hield geen stand. In 416 v.Chr. belegerde Athene het kleine eiland Melos, dat neutraal wilde blijven, en na de overgave doodde het de mannen en maakte het de vrouwen en kinderen tot slaaf; Thucydides geeft de gesprekken vóór de belegering, de πολιορκία, weer als de beroemde Melische dialoog (5.84–116). In 415 v.Chr. stuurde Athene een grote expeditie tegen Syracuse op Sicilië. In 413 v.Chr. was die volledig mislukt: minstens 7000 gevangenen zaten in de steengroeven, en ‘weinigen van de velen keerden naar huis terug’ (7.87).
In hetzelfde jaar bouwde Sparta een fort bij Dekeleia in Attika, binnen zichtafstand van Athene, en hield daar het hele jaar een leger (7.19). Perzië, de oude vijand, betaalde nu via Kyros, de zoon van de koning, een Spartaanse vloot (2.65.12). In 405 v.Chr. overviel de Spartaanse vlootvoogd Lysander de Atheense schepen op het strand van Aigospotamoi en veroverde er bijna alle (Xenophon, Hellenika 2.1.28).
Belegerd en uitgehongerd gaf Athene zich in 404 v.Chr. over. Het moest de Lange Muren en de muren van Piraeus afbreken en mocht maar twaalf schepen houden (Hellenika 2.2.20). Sparta stelde de Dertig aan, bekend gebleven als de Dertig Tirannen, maar in 403 v.Chr. keerde de democratie terug.
Belangrijke jaartallen
- 431 BCDe oorlog breekt uit; eerste Spartaanse inval in Attika
- 430 BCDe pest breekt uit in Athene
- 429 BCDood van Perikles
- 425 BCAtheens succes bij Pylos en Sphakteria
- 421 BCVrede van Nikias
- 415–413 BCDe Siciliaanse expeditie eindigt in een ramp
- 405 BCLysander vernietigt de Atheense vloot bij Aigospotamoi
- 404 BCAthene geeft zich over aan Sparta
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| oorlog | ||
| vrede | ||
| belegering | ||
| volksleider; nu demagoog | ||
| pest, epidemie (nu formeel) | ||
| bondgenoot | ||
| vloot | ||
| alleenheerser; nu tiran |