
Een theater in het heiligdom van de god van de geneeskunde
Epidauros was een kleine stadstaat aan de Saronische Golf. Een paar kilometer landinwaarts, in een groen dal, had het een beroemd heiligdom van Asklepios, de god van de geneeskunde. Zieken reisden erheen uit heel Griekenland. Ze baden en sliepen daarna in een speciale hal, het ἄβατον, een plek waar alleen wie toestemming had naar binnen mocht. Ze hoopten dat de god hen in een droom zou bezoeken en hun een geneesmiddel zou tonen.
Het heiligdom was niet alleen een plek om te bidden. Er waren tempels, baden, gastenverblijven, een stadion en een theater. De Grieken geloofden dat muziek, wedstrijden en toneelstukken deel waren van de θεραπεία van de god, zijn zorg voor de zieken. In de tijd van Pausanias (2e eeuw n.Chr.) noemden stenen platen in het heiligdom nog de namen van genezen mannen en vrouwen, hun ziekte en hun genezing. UNESCO ziet de plek als een vroeg voorbeeld van de overgang van goddelijke genezing naar medische wetenschap en zette haar in 1988 op de Werelderfgoedlijst.
Hoe het theater gebouwd is
De zitplaatsen lopen op tegen de helling van de berg Kynortion als een reusachtige stenen kom. Dit deel heet het κοῖλον, de ‘holte’. Het heeft twee delen. Het onderste deel, gebouwd in de 4e eeuw v.Chr., heeft 34 rijen stenen banken. Het bovenste deel, met nog 21 rijen, kwam er rond het midden van de 2e eeuw v.Chr. bij. Daartussen loopt een gebogen looppad, het διάζωμα. Smalle trappen verdelen de rijen in wigvormige blokken zitplaatsen, elk een κερκίς. In totaal bood het theater plaats aan zo’n 13.000 tot 14.000 toeschouwers; sommige bronnen noemen een lager getal, ongeveer 12.000.
Onderaan ligt een volmaakt ronde dansvloer van ongeveer 19,5 meter doorsnede. Daarachter stond het toneelgebouw, waarvan alleen de onderste delen over zijn. Anders dan de meeste Griekse theaters werd Epidauros niet door de Romeinen verbouwd, en daarom heeft het nog zijn oorspronkelijke vorm.
De reiziger Pausanias (Beschrijving van Griekenland 2.27.5) prees de symmetrie en schoonheid ervan en zei dat Polykleitos het gebouwd had. De meeste geleerden denken dat hij een jongere architect met die naam bedoelde, niet de beroemde beeldhouwer uit de 5e eeuw, maar dat valt niet te bewijzen. Het theater werd vanaf 1881 opgegraven door Panagis Kavvadias en in de 20e eeuw gerestaureerd.
Hoor je echt een fluistering?
Gidsen laten graag een munt vallen of scheuren een vel papier in het midden van de dansvloer, terwijl bezoekers vanaf de bovenste rijen luisteren. De akoestiek van het theater, in het Grieks ακουστική, is beroemd. Het woord gaat terug op ἀκούω, ‘ik hoor’, en kwam via het Frans in het Nieuwgrieks. Maar waarom klinkt het er eigenlijk zo goed?
In 2007 publiceerden twee onderzoekers van het Georgia Institute of Technology, Nico Declercq en Cindy Dekeyser, een antwoord in de Journal of the Acoustical Society of America. Hun proeven en computermodellen wezen erop dat de rijen kalkstenen zitplaatsen werken als een filter. Ze houden lage geluiden tegen, zoals het geroezemoes van het publiek, en kaatsen de hogere klanken van een stem terug naar de toeschouwers. Onze hersenen vullen de ontbrekende lage tonen zelf aan, zoals aan de telefoon.
In 2017 mat een team van de Technische Universiteit Eindhoven het theater op honderden punten. De uitkomsten waren bescheidener. Een vallende munt of scheurend papier was maar tot ongeveer halverwege herkenbaar, en een fluistering alleen vlak bij de voorste rijen; de ἠχώ uit de legende is dus deels een mythe. Een acteur die zijn stem goed draagt, hoor je wel ver. De onderzoekers benadrukten dat ze de versleten stenen van nu hadden gemeten: de gepolijste zitplaatsen uit de oudheid klonken misschien beter.
Antieke stukken, levend publiek
Eeuwenlang lag het theater onder aarde en bomen. De eerste moderne voorstelling kwam in 1938: Sophokles’ Elektra, geregisseerd door Dimitris Rontiris, gespeeld in het middaglicht omdat er geen elektriciteit was. De Tweede Wereldoorlog maakte een eind aan het plan voor een jaarlijks seizoen. In 1954 opende Euripides’ Hippolytos het festival, en vanaf 1955 werd het een jaarlijks evenement, nu onderdeel van het Festival van Athene en Epidauros.
Sindsdien kwamen hier grote namen. De sopraan Maria Callas zong in 1960 Bellini’s Norma en in 1961 Cherubini’s Médée. In 1975 bracht het Kunsttheater van Karolos Koun Aristophanes’ Vogels en Aischylos’ Perzen.
Nu komt het festival elke zomer terug. Duizenden toeschouwers beklimmen bij zonsondergang de oude treden, en op speeldagen vertrekken bussen uit Athene naar het theater. De meeste stukken worden gespeeld in Nieuwgriekse vertaling, vaak een nieuwe, met Griekse en Engelse boventiteling; buitenlandse gezelschappen spelen soms in hun eigen taal. Zo ontmoeten stukken die 2500 jaar geleden voor Athene geschreven zijn nog altijd een levend, Griekssprekend publiek.
Belangrijke jaartallen
- 4th c. BCDe onderste zitkom (34 rijen) wordt gebouwd in het heiligdom van Asklepios.
- 2nd c. BCEen bovenste ring van 21 rijen komt erbij, rond het midden van de eeuw.
- 2nd c. ADPausanias bezoekt het theater en prijst de symmetrie en schoonheid.
- 1881Panagis Kavvadias begint de opgraving.
- 1938Eerste moderne voorstelling: Sophokles’ Elektra.
- 1955Het Festival van Epidauros wordt een jaarlijks evenement.
- 1988Het heiligdom van Asklepios komt op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
- 2007Een studie van Georgia Tech verklaart de akoestiek met de zitrijen.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| echo | ||
| akoestiek (via het Frans) | ||
| zitkom van het theater | ||
| zitvak; tribune | ||
| looppad tussen de ringen | ||
| toeschouwer | ||
| plek waar niemand in mag | ||
| behandeling (eerst: dienst) |