
Van tirannie naar de partij van het volk (510–507 v.Chr.)
In 510 v.Chr. werd de tiran Hippias, zoon van Peisistratos, met Spartaanse hulp uit Athene verdreven. Daarna streden twee aristocraten om de macht: Kleisthenes, uit het geslacht van de Alkmeoniden, en Isagoras, zoon van Teisandros. Herodotos (5.66) vertelt dat Kleisthenes, die aan het verliezen was, ‘de δῆμος bij zijn partij haalde’ (τὸν δῆμον προσεταιρίζεται). De Staatsinrichting van de Atheners (Ἀθηναίων Πολιτεία 20–21) vertelt hetzelfde en dateert de hervormingen in het archontaat van Isagoras, 508/7 v.Chr.
Isagoras riep daarop koning Kleomenes van Sparta te hulp. Kleisthenes verliet de stad, en Kleomenes verbande zevenhonderd Atheense families die Isagoras aanwees en probeerde de Raad te ontbinden (Herodotos 5.70–72). De Raad weigerde, het volk kwam in opstand, en Kleomenes en Isagoras werden twee dagen op de Akropolis belegerd; op de derde dag vertrokken de Spartanen onder een wapenstilstand. Kleisthenes en de ballingen werden teruggeroepen. Wat zijn persoonlijke motieven ook waren, zijn programma werd uitgevoerd door een volk dat zich net met wapens had verdedigd. Daarom spreken veel historici eerder van een volksrevolutie dan van een hervorming van bovenaf.
Phylen, trittyen en demen
Kleisthenes verving de vier oude Ionische phylen door tien nieuwe (φυλαί). Elke phyle kreeg de naam van een heros, allemaal uit Attika behalve Aias (Herodotos 5.66); volgens de Staatsinrichting van de Atheners (21.6) koos de Pythia in Delphi de tien uit een lijst van honderd namen. Om de phylen te vormen verdeelde hij Attika in drie gebieden, de stad (ἄστυ), de kust (παραλία) en het binnenland (μεσόγειος), en elk gebied in tien ‘derden’ (τριττύες). Elke phyle kreeg door loting één trittys uit elk gebied (21.4). Een phyle mengde zo stedelingen, kustbewoners en boeren uit het binnenland, en geen regionale clan kon haar beheersen.
De basiseenheid was de demos (δῆμος), een dorp of een wijk van de stad. De gangbare moderne telling, gereconstrueerd uit latere raadslijsten, komt op 139 demen; de antieke getallen lopen uiteen, en de opmerking van Herodotos (5.69) dat Kleisthenes elke phyle ‘tien demen’ gaf, is nog altijd omstreden. Elke demos had een hoofd, de δήμαρχος, en hield het register van zijn leden bij, de δημόται. Burgers werden voortaan officieel naar hun demos genoemd in plaats van naar hun vader, zodat nieuwe burgers niet opvielen (21.4): Kallikrates uit de demos Paiania, Καλλικράτης Παιανιεύς. Het lidmaatschap was erfelijk, dus een familie hield haar demos ook na een verhuizing.
De Raad van 500, de strategen en het ostracisme
De nieuwe phylen werden het geraamte van de staat. De oude Raad van 400 maakte plaats voor een Raad van 500 (βουλή), vijftig leden uit elke phyle (Staatsinrichting van de Atheners 21.3), waarbij elke demos een vast aantal leverde. De Raad bereidde de zaken voor de Volksvergadering voor. Later vormden de vijftig raadsleden van één phyle gedurende een tiende van het jaar het dagelijks bestuur, de πρυτανεία, maar het is onzeker of die rotatie al teruggaat op Kleisthenes zelf.
Er volgden meer maatregelen. In 501/0 v.Chr. werd de raadseed ingevoerd, en de Atheners begonnen tien strategen (στρατηγοί) te kiezen, één uit elke phyle (22.2). De Staatsinrichting van de Atheners (22.1) schrijft Kleisthenes ook de wet op het ostracisme (ὀστρακισμός) toe: eens per jaar kon het volk stemmen, door namen op potscherven te schrijven, om iemand voor tien jaar te verbannen. Die wet werd pas in 488/7 v.Chr. voor het eerst toegepast, tegen Hipparchos, zoon van Charmos, een verwant van de tirannen (22.3–4). Door die kloof van twintig jaar, en door een fragment van de vierde-eeuwse historicus Androtion dat de wet later lijkt te dateren, twijfelen sommige historici eraan of Kleisthenes haar invoerde.
Isonomia of democratie?
Stichtte Kleisthenes de democratie? Herodotos, die ongeveer twee generaties later schrijft, noemt hem de man ‘die voor de Atheners de phylen en de democratie instelde’ (6.131: τὰς φυλὰς καὶ τὴν δημοκρατίην). Maar het woord δημοκρατία is uit de tijd van Kleisthenes niet overgeleverd, en veel historici denken dat de leus van 508/7 v.Chr. eerder ἰσονομία was, ‘gelijkheid voor de wet’ of ‘gelijk aandeel in de politieke orde’. Het woord staat in het Attische drinklied over de tirannendoders Harmodios en Aristogeiton, die ‘Athene ἰσονόμους maakten’, en Herodotos zelf prijst de Atheense ἰσηγορίη, het gelijke recht van spreken, als de reden waarom Athene na de tirannie sterk werd (5.78).
Ook de grenzen tellen. Alleen volwassen mannelijke burgers deden mee; vrouwen, slaven en metoiken niet, en de archonten kwamen nog uit de rijkere klassen. Toch gaf Kleisthenes, door het burgerschap te koppelen aan het register van een plaatselijke demos, gewone Atheners een plaats, een stem en een aandeel in de ambten: de basis waarop de democratie van Ephialtes en Perikles werd gebouwd.
Belangrijke jaartallen
- 510 BCDe tiran Hippias wordt met Spartaanse hulp uit Athene verdreven.
- 508/7 BCIsagoras is archont; Kleomenes van Sparta grijpt in en moet na een beleg van twee dagen vertrekken.
- 508/7 BCHervormingen van Kleisthenes: tien phylen, dertig trittyen, de demen en de Raad van 500.
- 501/0 BCDe raadseed wordt ingevoerd; er worden tien strategen gekozen, één per phyle.
- 490 BCHet Atheense leger, ingedeeld in tien phyle-regimenten, wint bij Marathon.
- 488/7 BCEerste ostracisme: Hipparchos, zoon van Charmos, wordt verbannen.
- 1834De moderne Griekse staat deelt zijn lokaal bestuur in δήμοι in.
Acht woorden, toen en nu
| Oudgrieks | Grieks van nu | Betekenis |
|---|---|---|
| phyle, stam (nu: ras, volk) | ||
| demos (nu: gemeente) | ||
| hoofd van de demos (nu: burgemeester) | ||
| demoslid, ingeschreven burger | ||
| gelijkheid voor de wet | ||
| raad (nu: parlement) | ||
| strateeg, generaal | ||
| ostracisme, verbanning bij stemming |