Ontkenning en vragen
δεν vóór het werkwoord, de puntkomma als vraagteken en de vraagwoorden met π-.
δεν + werkwoord
In eenvoudige mededelende zinnen staat « δεν » vóór het werkwoord: «Δεν καταλαβαίνω » (ik begrijp het niet), «Δεν έχω χρόνο» (ik heb geen tijd). Voor een ontkennend bevel gebruik je «μη(ν)»: «Μην τρέχεις!» (ren niet!). In zinnen met «να» komt de ontkenning erachter: «Να μην αργήσεις» (zorg dat je niet te laat komt).
Choose the negative command: “Don’t run!”
δεν + werkwoord
In eenvoudige mededelende zinnen staat «δεν» vóór het werkwoord: «Δεν καταλαβαίνω» (ik begrijp het niet), «Δεν έχω χρόνο» (ik heb geen tijd). Voor een ontkennend bevel gebruik je «μη(ν)»: «Μην τρέχεις!» (ren niet!). In zinnen met «να» komt de ontkenning erachter: «Να μην αργήσεις» (zorg dat je niet te laat komt).
- Δεν καταλαβαίνω.Ik begrijp het niet.
- Δεν έχω χρόνο σήμερα.Ik heb vandaag geen tijd.
- Μην τρέχεις!Ren niet!
Het Griekse vraagteken: ;
Een ja/nee-vraag kan dezelfde woordvolgorde hebben als een mededeling: «Μιλάς ελληνικά;» (Spreek je Grieks?). De intonatie en het Griekse vraagteken «;» tonen dat het een vraag is. In Griekse tekst schrijf je hiervoor niet het Latijnse «?».
- Μιλάς ελληνικά.Je spreekt Grieks.
- Μιλάς ελληνικά;Spreek je Grieks?
- — Θέλεις καφέ; — Ναι, ευχαριστώ.— Wil je koffie? — Ja, dank je.
Vraagwoorden
De belangrijkste vraagwoorden zijn «ποιος» (wie/welke), «τι» (wat), «πού» (waar), «πότε» (wanneer), «πώς» (hoe), «γιατί» (waarom) en «πόσος» (hoeveel). «Ποιος» en «πόσος» veranderen naar geslacht en getal: «Ποια είναι;» (wie is zij?), «Πόσα παιδιά έχεις;» (hoeveel kinderen heb je?). «Πού» en «πώς» krijgen als vraagwoord een accent; «που» en «πως» zonder accent hebben andere functies.
- Πού μένεις;Waar woon je?
- Πώς σε λένε;Hoe heet je?
- Πόσο κάνει;Hoeveel kost het?
- Πόσα παιδιά έχεις;Hoeveel kinderen heb je?
| λέξη | σημασία | παράδειγμα |
|---|---|---|
| ποιος / ποια / ποιο | για πρόσωπο ή επιλογή | Ποιος είναι; |
| τι | για πράγμα ή πράξη | Τι κάνεις; |
| πού | για τόπο | Πού μένεις; |
| πότε | για χρόνο | Πότε φεύγεις; |
| πώς | για τρόπο ή κατάσταση | Πώς σε λένε; |
| γιατί | για αιτία | Γιατί όχι; |
| πόσο | για ποσότητα ή τιμή | Πόσο κάνει; |
«Δεν ξέρω τίποτα»: ontkennende woorden
In een ontkennende zin staan woorden als «τίποτα» (niets), «κανείς» (niemand), «ποτέ» (nooit) en «πουθενά» (nergens) normaal samen met «δεν»: «Δεν ξέρω τίποτα» (ik weet niets), «Δεν ήρθε κανείς» (niemand kwam), «Δεν πάω ποτέ εκεί» (ik ga daar nooit heen), «Δεν τον βρήκα πουθενά» (ik vond hem nergens). Zonder «δεν» kunnen ze in sommige vragen of voorwaarden voorkomen: «Θέλεις τίποτα;» (wil je iets?), «Αν δεις κανέναν, τηλεφώνησέ μου» (als je iemand ziet, bel me).
- Δεν ξέρω τίποτα.Ik weet niets.
- Δεν ήρθε κανείς.Niemand kwam.
- Δεν πάω ποτέ εκεί.Ik ga daar nooit heen.
Nu jij
Kies de juiste vorm.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een Griekse zin ontkennend?
Zet in een gewone mededelende zin «δεν» vóór het werkwoord: «Δεν καταλαβαίνω» (ik begrijp het niet), «Δεν έχω χρόνο» (ik heb geen tijd). Voor een ontkennend bevel gebruik je «μη(ν)»: «Μην τρέχεις!» (ren niet!).
Waarom eindigen Griekse vragen op «;»?
Omdat «;» het Griekse vraagteken is: «Μιλάς ελληνικά;» (Spreek je Grieks?). Een ja/nee-vraag kan dezelfde woordvolgorde hebben als een mededeling; de intonatie en in geschreven taal het teken «;» maken duidelijk dat het een vraag is.
Kunnen er twee ontkennende woorden in één Griekse zin staan?
Ja. In een ontkennende zin staan woorden als «τίποτα», «κανείς», «ποτέ» en «πουθενά» gewoon samen met «δεν»: «Δεν ξέρω τίποτα» (ik weet niets), «Δεν ήρθε κανείς» (niemand kwam). Zonder «δεν» kunnen zulke woorden wel in bepaalde vragen of voorwaarden voorkomen.