Kies een taal

grecfacilegrecfacile
Β2

Bepalingen bij het zelfstandig naamwoord

Bijstelling, bijvoeglijke bepaling en genitief: hoe het ene zelfstandig naamwoord het andere nader bepaalt — in dezelfde of een andere naamval.

Bepalingen bij het zelfstandig naamwoord

Dezelfde naamval: bijstelling

Het tweede zelfstandig naamwoord krijgt dezelfde naamval als het eerste: «ο φίλος μου ο Νίκος» (mijn vriend Nikos). In de genitief worden beide delen verbogen: «του φίλου μου του Νίκου».

  • Ο φίλος μου ο Νίκος μένει στη Θεσσαλονίκη.Mijn vriend Nikos woont in Thessaloniki.
  • Είδα χθες τον φίλο μου τον Νίκο.Ik heb mijn vriend Nikos gisteren gezien.
  • Το αυτοκίνητο του φίλου μου του Νίκου είναι κόκκινο.De auto van mijn vriend Nikos is rood.

Een andere naamval: de genitiefbepaling

De genitief kan bezit, een relatie of een eigenschap uitdrukken: «το κλειδί του σπιτιού» (de huissleutel), «άνθρωπος μεγάλης καρδιάς» (iemand met een groot hart). Vergelijk «ποτήρι κρασιού» (wijnglas, bedoeld voor wijn) met «ποτήρι κρασί» (een glas wijn, een hoeveelheid wijn).

  • Έχασα το κλειδί του σπιτιού.Ik ben de huissleutel kwijtgeraakt.
  • Είναι άνθρωπος μεγάλης καρδιάς.Hij is iemand met een groot hart.
  • Βάλε στο τραπέζι τα ποτήρια του κρασιού.Zet de wijnglazen op tafel.
  • Ήπιαμε ένα ποτήρι κρασί.We hebben een glas wijn gedronken.

Het bijvoeglijk naamwoord als bepaling

Het bijvoeglijk naamwoord kan vóór het zelfstandig naamwoord staan, tussen lidwoord en zelfstandig naamwoord: «ο ψηλός άντρας» (de lange man). Door het lidwoord na het zelfstandig naamwoord te herhalen, leg je nadruk of maak je een tegenstelling: «ο άντρας ο ψηλός». In «Ο άντρας είναι ψηλός» is het bijvoeglijk naamwoord een naamwoordelijk deel van het gezegde. De plaats van het lidwoord hangt dus af van de zinsbouw en de betekenis.

  • Ο ψηλός άντρας περιμένει στην πόρτα.De lange man wacht bij de deur.
  • Ο άντρας ο ψηλός, όχι ο κοντός.De lange man, niet de kleine.
  • Ο άντρας είναι ψηλός.De man is lang.

Nu jij

Kies de juiste vorm.

Hetzelfde onderwerp op andere niveaus

Veelgestelde vragen

Wat is een bijstelling in het Grieks, zoals in «ο φίλος μου ο Νίκος»?

Een tweede zelfstandig naamwoord geeft nadere informatie over het eerste en staat in dezelfde naamval: «Ο φίλος μου ο Νίκος μένει στη Θεσσαλονίκη» (mijn vriend Nikos woont in Thessaloniki). Beide delen worden samen verbogen: «τον φίλο μου τον Νίκο» in de accusatief en «του φίλου μου του Νίκου» in de genitief.

Wat is het verschil tussen «ποτήρι κρασιού» en «ποτήρι κρασί»?

De genitief geeft hier het doel aan: «ποτήρι κρασιού» is een wijnglas, een glas bestemd voor wijn. «Ποτήρι κρασί» is een glas wijn, dus de hoeveelheid drank in het glas. De genitief kan ook bezit of een eigenschap uitdrukken: «το κλειδί του σπιτιού» (de huissleutel), «άνθρωπος μεγάλης καρδιάς» (iemand met een groot hart).

Wat verandert er als het lidwoord wordt herhaald, zoals in «ο άντρας ο ψηλός»?

De herhaling onderscheidt en benadrukt: «Ο άντρας ο ψηλός, όχι ο κοντός» (de lange man, niet de kleine). De neutrale volgorde plaatst het bijvoeglijk naamwoord tussen lidwoord en zelfstandig naamwoord: «ο ψηλός άντρας». In «Ο άντρας είναι ψηλός» is «ψηλός» een naamwoordelijk deel van het gezegde; dat is een zin, geen naamwoordgroep.