Eigennamen: ο Νίκος, η Ελλάδα
In het Grieks krijgen voornamen, landen en steden een lidwoord: Η Μαρία μένει στην Ελλάδα. Een kleine regel die veel verandert.

Het lidwoord voor eigennamen
In alledaagse taal krijgen persoonsnamen meestal een bepaald lidwoord: Ο Νίκος δουλεύει. Η Μαρία διαβάζει. Het lidwoord en verbuigbare namen veranderen met de naamval: ο Νίκος → βλέπω τον Νίκο → το σπίτι του Νίκου. Bij aanspreken, ondertekeningen, lijsten en sommige formele of korte formuleringen kan het lidwoord wegblijven.
- Ο Νίκος δουλεύει.Nikos is aan het werk.
- Η Μαρία διαβάζει.Maria leest.
- Βλέπω τον Νίκο κάθε μέρα.Ik zie Nikos elke dag.
Landen, steden en talen
Namen van landen en steden worden meestal met een lidwoord gebruikt: η Ελλάδα, η Ελβετία, το Παρίσι, η Αθήνα. Met «σε» zeg je: Μένω στην Ελβετία. Πάω στην Αθήνα. Als je zegt welke taal je spreekt, gebruik je vaak een onveranderlijke onzijdige meervoudsvorm met kleine letter: Μιλάω ελληνικά και γαλλικά. Als bijvoeglijk naamwoord verbuigt het woord wel: η ελληνική γλώσσα.
- Μένω στην Ελβετία.Ik woon in Zwitserland.
- Πάω στην Αθήνα.Ik ga naar Athene.
- Μιλάω ελληνικά και γαλλικά.Ik spreek Grieks en Frans.
Iemand aanspreken: Νίκο! Μαρία!
Als je iemand rechtstreeks aanspreekt, gebruik je de aanspreekvorm zonder lidwoord: Νίκο, έλα εδώ! Veel mannelijke namen veranderen van uitgang: ο Νίκος → Νίκο!, ο Γιάννης → Γιάννη!, ο Κώστας → Κώστα! Veel vrouwelijke namen blijven gelijk: Μαρία! Ελένη! Beleefd zeg je: Κύριε Παπαδόπουλε! Κυρία Δήμου!
- Νίκο, έλα εδώ!Nikos, kom hier!
- Γιάννη, τι κάνεις;Giannis, hoe gaat het?
- Ελένη, πού είσαι;Eleni, waar ben je?
- Καλημέρα, κύριε Παπαδόπουλε!Goedemorgen, meneer Papadopoulos!
Nu jij
Kies de juiste vorm.
Veelgestelde vragen
Waarom krijgen eigennamen in het Grieks een lidwoord?
Omdat een eigennaam in het Grieks meestal als een ander zelfstandig naamwoord wordt gebruikt: «Ο Νίκος δουλεύει» (Nikos werkt), «Η Μαρία διαβάζει» (Maria leest). De naam kan ook verbuigen: «Βλέπω τον Νίκο» (ik zie Nikos).
Krijgen namen van landen en steden een lidwoord?
Meestal wel: «η Ελλάδα» (Griekenland), «η Ελβετία» (Zwitserland), «η Αθήνα» (Athene), «το Παρίσι» (Parijs). Vaak zie je ze met «σε»: «Μένω στην Ελβετία» (ik woon in Zwitserland), «Πάω στην Αθήνα» (ik ga naar Athene). Voor talen gebruik je vaak een onveranderlijke onzijdige meervoudsvorm met kleine letter: «Μιλάω ελληνικά» (ik spreek Grieks).
Hoe spreek je iemand in het Grieks bij de naam aan?
Zonder lidwoord, in de aanspreekvorm. Veel mannelijke namen verliezen de slot-ς: «Νίκο, έλα εδώ!» (Nikos, kom hier!), «Γιάννη, τι κάνεις;» (Giannis, hoe gaat het?). Veel vrouwelijke namen blijven gelijk: «Μαρία!», «Ελένη!». Beleefd: «Κύριε Παπαδόπουλε!» (meneer Papadopoulos!), «Κυρία Δήμου!» (mevrouw Dimou!).