Bijvoeglijke naamwoorden en congruentie
Bijvoeglijke naamwoorden op -ος / -η / -ο passen zich aan het zelfstandig naamwoord aan in geslacht, getal en naamval; leer de verbuiging van καλός en het onregelmatige πολύς.

Het patroon -ος / -η / -ο
Een veelvoorkomend patroon is καλός, καλή, καλό. Het bijvoeglijk naamwoord heeft vormen voor de drie geslachten en verandert ook met getal en naamval. De tabel toont dit specifieke patroon; andere bijvoeglijke naamwoorden hebben bijvoorbeeld een vrouwelijke vorm op -α (ωραίος, ωραία, ωραίο) of andere uitgangen.
- Ο Νίκος είναι καλός μαθητής.Nikos is een goede leerling.
- Η Άννα είναι καλή φίλη.Anna is een goede vriendin.
- Αυτό είναι ένα καλό βιβλίο.Dit is een goed boek.
| πτώση | αρσενικό | θηλυκό | ουδέτερο |
|---|---|---|---|
| ονομαστική εν. | καλός | καλή | καλό |
| αιτιατική εν. | καλό | καλή | καλό |
| γενική εν. | καλού | καλής | καλού |
| ονομαστική πληθ. | καλοί | καλές | καλά |
| αιτιατική πληθ. | καλούς | καλές | καλά |
| γενική πληθ. | καλών | καλών | καλών |
Overeenstemming
Het bijvoeglijk naamwoord past zich in geslacht, getal en naamval aan het zelfstandig naamwoord aan: ο καλός φίλος, οι καλές φίλες, είδα τους καλούς φίλους. Staat het na «είμαι», dan past het zich nog steeds aan het onderwerp aan: Ο καιρός είναι καλός. Τα νέα είναι καλά.
- Ο καιρός είναι καλός σήμερα.Het weer is vandaag mooi.
- Είδα μια ωραία ταινία.Ik heb een leuke film gezien.
- Τα νέα είναι καλά.Het nieuws is goed.
De plaats van het bijvoeglijk naamwoord
De gebruikelijkste volgorde is lidwoord + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord: ο καλός φίλος. Het bijvoeglijk naamwoord kan ook achter het zelfstandig naamwoord staan, maar dan wordt het lidwoord herhaald: ο φίλος ο καλός. Deze volgorde benadrukt vaak één persoon of ding tegenover andere: Θέλω το ποτήρι το μεγάλο. Zonder tweede lidwoord kan het bijvoeglijk naamwoord een naamwoordelijk deel zijn: Ο φίλος είναι καλός.
- Η μικρή πλατεία έχει δύο καφενεία.Op het kleine plein zijn twee cafés.
- Θέλω το ποτήρι το μεγάλο.Ik wil het grote glas.
- Ο φίλος είναι καλός.De vriend is aardig.
Het onregelmatige πολύς
«Πολύς» heeft onregelmatige vormen die soms hetzelfde lijken: πολύς καφές, πολλή δουλειά, πολύ νερό; πολλοί άνθρωποι, πολλές ώρες, πολλά βιβλία. Let ook op de accusatief: πίνω πολύ καφέ. Als «πολύ» een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord bepaalt, verandert het niet: δουλεύω πολύ, πολύ καλός, πολύ γρήγορα.
- Έχω πολλή δουλειά αυτή την εβδομάδα.Ik heb deze week veel werk.
- Ήρθαν πολλοί τουρίστες φέτος.Dit jaar kwamen veel toeristen.
Veelgestelde vragen
Hoe past een Grieks bijvoeglijk naamwoord zich aan het zelfstandig naamwoord aan?
Het neemt het geslacht, getal en de naamval van het zelfstandig naamwoord over, ook als «είμαι» ertussen staat: «Ο Νίκος είναι καλός μαθητής» (Nikos is een goede leerling), «Η Άννα είναι καλή φίλη» (Anna is een goede vriendin), «Αυτό είναι ένα καλό βιβλίο» (dit is een goed boek).
Waar staat het bijvoeglijk naamwoord ten opzichte van het zelfstandig naamwoord?
Meestal tussen lidwoord en zelfstandig naamwoord: «ο καλός φίλος» (de goede vriend), «Η μικρή πλατεία έχει δύο καφενεία» (het kleine plein heeft twee cafés). Staat het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord, dan wordt het lidwoord herhaald om iets te benadrukken: «Θέλω το ποτήρι το μεγάλο» (ik wil het grote glas).
Wat is het verschil tussen «πολύ» en «πολύς»?
«Πολύς» is een onregelmatig bijvoeglijk naamwoord dat zich aanpast: «πολύς καφές» (veel koffie), «πολλή δουλειά» (veel werk), «πολύ νερό» (veel water); meervoud «πολλοί, πολλές, πολλά». Als «πολύ» een ander woord versterkt, is het een onveranderlijk bijwoord: «Είναι πολύ καλός» (hij is heel goed).