De zes soorten bijwoordelijke bijzinnen
Oorzaak, gevolg, doel, voorwaarde, tijd en toegeving — elk verband heeft eigen voegwoorden en een eigen werkwoordsvorm. Dit vormt het geraamte van elke betoogtekst.

Oorzaak en gevolg
Oorzakelijke voegwoorden zijn «επειδή», «γιατί» (heel gebruikelijk in spreektaal), «καθώς», «αφού» en het formele «δεδομένου ότι». Zowel «επειδή» als «γιατί» kan, afhankelijk van de zinsbouw, vooraan staan. Voor een werkelijk opgetreden gevolg gebruik je «ώστε» met de indicatief; «ώστε να» met de conjunctief duidt een beoogd gevolg of doel aan.
- Δεν ήρθε επειδή αρρώστησε.Hij kwam niet omdat hij ziek was geworden.
- Κουράστηκε τόσο, ώστε αποκοιμήθηκε στην πολυθρόνα.Hij werd zo moe dat hij in de fauteuil in slaap viel.
- Μίλησε αργά, ώστε να τον καταλάβουν όλοι.Hij sprak langzaam zodat iedereen hem zou begrijpen.
- Δεδομένου ότι η προθεσμία έχει λήξει, η αίτηση δεν εξετάζεται.Aangezien de termijn is verstreken, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
| είδος | σύνδεσμοι | έγκλιση | παράδειγμα |
|---|---|---|---|
| αιτιολογική | επειδή, γιατί, καθώς, αφού | οριστική | Δεν ήρθε επειδή αρρώστησε. |
| αιτιολογική (λόγια) | δεδομένου ότι, λόγω του ότι | οριστική | Δεδομένου ότι ισχύει ο νόμος… |
| συμπερασματική (πραγματικό) | ώστε, που | οριστική | Κουράστηκε τόσο, ώστε αποκοιμήθηκε. |
| συμπερασματική (επιδιωκόμενο) | ώστε να, για να | υποτακτική | Μίλησε αργά, ώστε να τον καταλάβουν. |
Doel en voorwaarde
Doelzinnen met «για να», «να» en «ώστε να» gebruiken de conjunctief. In voorwaardelijke zinnen laat de combinatie van werkwoordstijden zien of het gaat om iets algemeens of werkelijks, iets mogelijks, een onwerkelijke situatie in het heden of een onwerkelijke situatie in het verleden. Er is dus niet één vaste vorm voor elke zin met «αν».
- Έφυγε νωρίτερα για να προλάβει τη συνεδρίαση.Hij vertrok eerder om op tijd bij de vergadering te zijn.
- Αν βρέξει, θα μείνουμε μέσα.Als het regent, blijven we binnen.
- Αν είχα χρόνο, θα ερχόμουν μαζί σας.Als ik tijd had, zou ik met jullie meekomen.
- Αν είχα διαβάσει την ανακοίνωση, θα είχα καταλάβει το πρόβλημα.Als ik de aankondiging had gelezen, had ik het probleem begrepen.
| υποθετικός λόγος | υπόθεση | απόδοση | σημασία |
|---|---|---|---|
| το πραγματικό | αν + οριστική | οριστική / μέλλοντας | Αν βρέχει, μένουμε μέσα. |
| το πιθανό | αν + υποτακτική | θα + οριστική | Αν βρέξει, θα μείνουμε μέσα. |
| το μη πραγματικό (παρόν) | αν + παρατατικός | θα + παρατατικός | Αν είχα χρόνο, θα ερχόμουν. |
| το μη πραγματικό (παρελθόν) | αν + υπερσυντέλικος | θα + υπερσυντέλικος | Αν είχα ξέρει, θα είχα έρθει. |
Tijd en toegeving
Tijdsbepalende voegwoorden zijn «όταν», «μόλις», «αφού», «πριν» (eventueel met «να»), «ενώ» en «καθώς». Let op het verschil tussen «πριν να» met de conjunctief en «αφού» met de indicatief. Toegeving druk je uit met «αν και», «παρόλο που», het formele «μολονότι» of «και ας». Een toegevende bijzin noemt een feit dat je als belemmering zou verwachten, maar dat de hoofdzin niet verhindert.
Hetzelfde onderwerp op andere niveaus
Veelgestelde vragen
Welke voegwoorden drukken in het Grieks een oorzaak uit?
«Επειδή» is neutraal en kan vooraan staan; «γιατί» komt veel voor in spreektaal en kan, afhankelijk van de zinsbouw, ook vooraan staan. «Καθώς» en «αφού» zijn eveneens gebruikelijk, terwijl «δεδομένου ότι» formeel is: «Δεν ήρθε επειδή αρρώστησε» (‘Hij kwam niet omdat hij ziek was geworden’).
Wat is het verschil tussen «ώστε» met de indicatief en «ώστε να» met de conjunctief?
De indicatief geeft een werkelijk gevolg aan, de conjunctief een beoogd resultaat: «Κουράστηκε τόσο, ώστε αποκοιμήθηκε στην πολυθρόνα» (‘Hij werd zo moe dat hij in de fauteuil in slaap viel’) tegenover «Μίλησε αργά, ώστε να τον καταλάβουν όλοι» (‘Hij sprak langzaam zodat iedereen hem zou begrijpen’).
Hoe vorm je een onwerkelijke voorwaardelijke zin in het Grieks?
Voor een onwerkelijke situatie in het heden gebruik je «αν» met de verleden onvoltooide tijd in de bijzin en «θα» met dezelfde tijd in de hoofdzin: «Αν είχα χρόνο, θα ερχόμουν μαζί σας» (‘Als ik tijd had, zou ik met jullie meekomen’). Voor een onwerkelijke situatie in het verleden is de combinatie anders.