Gisteren en morgen: πήγα — θα πάω
Een eerste kennismaking met de aoristus en de beknopte toekomende tijd via acht veelgebruikte werkwoorden: πήγα, είδα, έφαγα — θα πάω, θα δω, θα φάω.

Twee vormen om samen te leren
De aoristus stelt een handeling meestal voor als een afgerond gebeuren in het verleden: «Χθες πήγα στην Αθήνα» (gisteren ging ik naar Athene). De beknopte toekomende tijd stelt een handeling als één geheel in de toekomst voor: «Αύριο θα πάω στην Αθήνα» (morgen ga ik naar Athene). Beide vormen hebben vaak een verwante stam — «πήγα / θα πάω», «είδα / θα δω», «έφαγα / θα φάω» — en zijn daarom handig om samen te leren. De toekomst ontstaat niet door eenvoudig «θα» vóór de aoristus te zetten.
- Χθες πήγα στην Αθήνα.Gisteren ging ik naar Athene.
- Αύριο θα πάω στην Αθήνα.Morgen ga ik naar Athene.
- Χθες έφαγα ψάρι, αύριο θα φάω κρέας.Gisteren at ik vis, morgen eet ik vlees.
| σήμερα | χθες | αύριο |
|---|---|---|
| πηγαίνω | πήγα | θα πάω |
| βλέπω | είδα | θα δω |
| τρώω | έφαγα | θα φάω |
| λέω | είπα | θα πω |
| πίνω | ήπια | θα πιω |
| κάνω | έκανα | θα κάνω |
| έρχομαι | ήρθα | θα έρθω |
| γράφω | έγραψα | θα γράψω |
«Πήγα, πήγες, πήγε»: de basisuitgangen
Veel veelgebruikte actieve aoristusvormen volgen deze reeks: «-α, -ες, -ε, -αμε, -ατε, -αν»: «πήγα, πήγες, πήγε, πήγαμε, πήγατε, πήγαν». Niet alle aoristusvormen hebben precies deze uitgangen; later kom je ook «κοιμήθηκα» en «γεννήθηκα» tegen.
- Πήγα στον γιατρό.Ik ging naar de dokter.
- Πήγες μόνος σου;Ben je alleen gegaan?
- Πήγαμε στο σινεμά.We gingen naar de bioscoop.
Tijdwoorden als aanwijzing
«Χθες πήγα στη θάλασσα» (gisteren ging ik naar zee). «Αύριο θα πάω στη δουλειά» (morgen ga ik naar mijn werk). «Το Σάββατο θα δω τους φίλους μου» (zaterdag zie ik mijn vrienden). «Πέρσι ήπια τον πρώτο μου ελληνικό καφέ!» (vorig jaar dronk ik mijn eerste Griekse koffie!). «Χθες» en «πέρσι» wijzen naar het verleden, «αύριο» en «μεθαύριο» (overmorgen) naar de toekomst. Ze bepalen niet op zichzelf de grammaticale tijd, maar zijn in deze eerste zinnen nuttige aanwijzingen.
- Χθες πήγα στη θάλασσα.Gisteren ging ik naar zee.
- Αύριο θα πάω στη δουλειά.Morgen ga ik naar mijn werk.
- Το Σάββατο θα δω τους φίλους μου.Zaterdag zie ik mijn vrienden.
- Πέρσι ήπια τον πρώτο μου ελληνικό καφέ!Vorig jaar dronk ik mijn eerste Griekse koffie!
Nu jij
Kies de juiste vorm.
Veelgestelde vragen
Hoe vorm je in het Grieks de toekomende tijd?
Zet «θα» vóór de juiste toekomstige werkwoordsvorm: «Αύριο θα πάω στην Αθήνα» (morgen ga ik naar Athene). De aoristus en de beknopte toekomende tijd hebben vaak verwante stammen, zoals «πήγα / θα πάω», maar je vormt de toekomst niet door simpelweg «θα» voor de aoristus te zetten.
Welke uitgangen hebben veel actieve aoristusvormen?
Veel veelgebruikte actieve aoristusvormen volgen de reeks «-α, -ες, -ε, -αμε, -ατε, -αν», zoals «πήγα, πήγες, πήγε, πήγαμε, πήγατε, πήγαν». Niet alle aoristusvormen hebben precies deze uitgangen; later leer je ook vormen als «κοιμήθηκα» en «γεννήθηκα».
Hoe weet je of je in deze voorbeelden verleden tijd of toekomst nodig hebt?
Tijdwoorden geven een aanwijzing: «χθες» (gisteren) en «πέρσι» (vorig jaar) wijzen naar het verleden, zoals in «Χθες πήγα στη θάλασσα» (gisteren ging ik naar zee). «Αύριο» (morgen) wijst naar de toekomst, zoals in «Αύριο θα πάω στη δουλειά» (morgen ga ik naar mijn werk). Het tijdwoord alleen bepaalt de werkwoordsvorm niet altijd, maar helpt je in deze eerste zinnen.