Woordvolgorde
De gebruikelijke volgorde in het Grieks is onderwerp–werkwoord–voorwerp, maar woorden kunnen vrij bewegen; daarmee verandert de nadruk. De enige strikte regels gelden voor korte voornaamwoorden.

Onderwerp–werkwoord–voorwerp als uitgangspunt
«Ο Νίκος αγαπάει τη Μαρία» heeft een neutrale volgorde. Dankzij de naamvallen is ook «Τη Μαρία αγαπάει ο Νίκος» begrijpelijk en kan het Maria benadrukken. Maar je kunt de woorden niet in elke context willekeurig verplaatsen: de volgorde beïnvloedt wat bekend of belangrijk is.
- Ο Νίκος αγαπάει τη Μαρία.Nikos houdt van Maria.
- Τη Μαρία αγαπάει ο Νίκος.Het is Maria van wie Nikos houdt.
- Τον Νίκο αγαπάει η Μαρία.Het is Nikos van wie Maria houdt.
Een vaste plaats voor korte voornaamwoorden
Korte vormen als «μου», «σου», «τον», «την» en «το» staan gewoonlijk vóór het vervoegde werkwoord: «Μου το έδωσε» (hij gaf het mij). Bij «θα» staan ze tussen «θα» en het werkwoord: «Θα της το πω» (ik zal het haar vertellen). Na een bevestigende gebiedende wijs en na een vorm op -οντας staan ze achter het werkwoord: «Δώσε μου το!», «βλέποντάς την».
- Σου το είπα χθες.Ik heb het je gisteren verteld.
- Πες μου την αλήθεια!Vertel me de waarheid!
Nieuwe informatie staat vaak achteraan
Wat nieuw is, staat in het Grieks vaak naar het eind; wat al bekend is, kan vooraan staan. «Ήρθε ο Νίκος» kan de vraag ‘wie kwam er?’ beantwoorden. «Ο Νίκος ήρθε» kan een gesprek over Nikos voortzetten. Het is een tendens, geen vaste regel.
- Ήρθε ο Νίκος.Nikos was degene die kwam.
- Ο Νίκος ήρθε.Nikos is gekomen.
- Ο Νίκος ήρθε χθες.Nikos kwam gisteren.
Bijvoeglijk naamwoord en genitief: waar staan ze?
Het bijvoeglijk naamwoord staat vaak vóór het zelfstandig naamwoord: «το κόκκινο φόρεμα» (de rode jurk). Met een herhaald lidwoord kan het ook erna staan en een tegenstelling benadrukken: «το φόρεμα το κόκκινο» (de rode jurk, niet de blauwe). De genitief volgt gewoonlijk op het zelfstandig naamwoord: «το σπίτι του φίλου μου» (het huis van mijn vriend). Korte bezittelijke vormen staan er ook achter: «ο πατέρας μου» (mijn vader).
- το κόκκινο φόρεμαde rode jurk
- το φόρεμα το κόκκινοde rode jurk, niet de blauwe
- το σπίτι του φίλου μουhet huis van mijn vriend
- ο πατέρας μουmijn vader
Nu jij
Kies de natuurlijkste volgorde.
Veelgestelde vragen
Is de woordvolgorde in het Grieks vrij?
Tot op zekere hoogte, dankzij de naamvallen. De neutrale volgorde is onderwerp–werkwoord–voorwerp: «Ο Νίκος αγαπάει τη Μαρία» (Nikos houdt van Maria). In «Τη Μαρία αγαπάει ο Νίκος» laten de naamvallen nog steeds zien wie van wie houdt, maar de andere volgorde legt de nadruk op Maria. De context bepaalt welke volgorde natuurlijk klinkt.
Waar staan korte, onbeklemtoonde voornaamwoorden in het Grieks?
Korte vormen als «μου», «σου», «τον», «την» en «το» staan gewoonlijk vóór de vervoegde werkwoordsvorm: «Σου το είπα χθες» (ik heb het je gisteren verteld). Na een bevestigende gebiedende wijs of een vorm op -οντας staan ze erachter: «Πες μου την αλήθεια!» (vertel me de waarheid), «βλέποντάς την» (terwijl je haar ziet).
Wat is het verschil tussen «Ήρθε ο Νίκος» en «Ο Νίκος ήρθε»?
Nieuwe informatie staat in het Grieks vaak aan het eind. «Ήρθε ο Νίκος» kan antwoord geven op ‘wie is er gekomen?’, terwijl «Ο Νίκος ήρθε» een gesprek over Nikos voortzet: ‘wat is er met Nikos gebeurd?’. Het gaat om een tendens, niet om een absolute regel; ook de context en intonatie spelen mee.