Persoonlijke voornaamwoorden
Sterke en zwakke vormen (εμένα / με, μου), plaatsing van korte voornaamwoorden vóór het werkwoord (μου το έδωσε) en ná de gebiedende wijs (δώσε μού το).

Beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen
Persoonlijke voornaamwoorden hebben beklemtoonde vormen, zoals «εμένα» en «εσένα», en onbeklemtoonde vormen, zoals «με», «σε», «μου» en «σου». De beklemtoonde vorm staat na een voorzetsel («για εσένα», «με εμένα») of geeft nadruk en contrast aan. Een benadrukt lijdend voorwerp wordt vaak herhaald met een onbeklemtoonde vorm: «Εμένα δεν με ρώτησε κανείς». De onbeklemtoonde vorm staat dicht bij het werkwoord en is zonder nadruk gebruikelijk.
- Εμένα δεν με ρώτησε κανείς.Niemand vroeg het aan mij.
- Αυτό το δώρο είναι για εσένα.Dit cadeau is voor jou.
| πρόσωπο | δυνατός (αιτιατική) | αδύνατος (αιτιατική) | αδύνατος (γενική) |
|---|---|---|---|
| εγώ | εμένα | με | μου |
| εσύ | εσένα | σε | σου |
| αυτός | αυτόν | τον | του |
| αυτή | αυτήν | την | της |
| αυτό | αυτό | το | του |
| εμείς | εμάς | μας | μας |
| εσείς | εσάς | σας | σας |
| αυτοί/ές/ά | αυτούς/ές/ά | τους/τις/τα | τους |
Vóór het werkwoord
Bij de aantonende en aanvoegende wijs staan onbeklemtoonde vormen vóór het vervoegde werkwoord: «με είδε», «θα με δει», «να με δει», «δεν με είδε». Met twee voornaamwoorden staat de indirecte genitief vóór de directe accusatief: «Μου το έδωσε», «Θα σου τη στείλω». «θα», «να», «ας» en de ontkenning staan vóór de hele groep voornaamwoorden.
- Μου το έδωσε χθες.Hij gaf het me gisteren.
- Σου το είπα ήδη.Ik heb het je al verteld.
Na de gebiedende wijs
Na een bevestigende gebiedende wijs en een deelwoord op «-οντας/-ώντας» staan onbeklemtoonde vormen achter het werkwoord: «Δώσε μου το βιβλίο», «Βλέποντάς τον, χαμογέλασα». Met twee voornaamwoorden zijn «δώσε μού το» en «δώσ’ το μου» mogelijk. Een ontkennend bevel gebruikt geen gebiedende wijs; de voornaamwoorden staan dan weer vóór het werkwoord: «Μην το δώσεις», niet «μην δώσ’ το».
- Πάρε με τηλέφωνο απόψε.Bel me vanavond.
- Δώσ’ το μου, σε παρακαλώ.Geef het me, alsjeblieft.
Nadruk en identiteit: «ο ίδιος», «μόνος μου»
«ο ίδιος» benadrukt dat het om precies die persoon of zaak gaat: «Ήρθε ο ίδιος ο διευθυντής». «το ίδιο» kan ‘hetzelfde’ betekenen: «Σκέφτηκα το ίδιο». «μόνος» met een bezittelijk voornaamwoord betekent ‘zonder gezelschap’ of ‘zonder hulp’: «Πήγα μόνος μου», «Το έφτιαξα μόνη μου». «ίδιος» en «μόνος» passen zich aan geslacht, getal en naamval aan.
- Ήρθε ο ίδιος ο διευθυντής.De directeur kwam persoonlijk.
- Σκέφτηκα ακριβώς το ίδιο.Ik dacht precies hetzelfde.
- Το έφτιαξα μόνη μου.Ik heb het zelf gerepareerd.
Veelgestelde vragen
Waar staan onbeklemtoonde voornaamwoorden in een Griekse zin?
Direct vóór het vervoegde werkwoord: «Μου το έδωσε χθες» (Hij gaf het me gisteren). Bij twee voornaamwoorden staat de genitief vóór de accusatief. Na de gebiedende wijs staan ze achter het werkwoord: «Δώσε μου το βιβλίο», «Πάρε με τηλέφωνο απόψε».
Wanneer gebruik je «εμένα» in plaats van «με»?
Voor nadruk of contrast en altijd na een voorzetsel: «Εμένα δεν με ρώτησε κανείς» (Mij heeft niemand gevraagd), «Αυτό το δώρο είναι για εσένα» (Dit cadeau is voor jou). In de dagelijkse spreektaal is de onbeklemtoonde vorm gebruikelijker.
Wat betekenen «ο ίδιος» en «μόνος μου»?
«ο ίδιος» benadrukt de identiteit: «Ήρθε ο ίδιος ο διευθυντής» (De directeur kwam persoonlijk); «το ίδιο» betekent ‘hetzelfde’. «μόνος» met een bezittelijk voornaamwoord benadrukt dat niemand hielp: «Το έφτιαξα μόνη μου» (Ik heb het zelf gemaakt). Beide passen zich aan geslacht en getal aan.