Kies een taal

grecfacilegrecfacile
Α1

Bijwoorden en vergelijken: καλά, πιο καλά

Waar, wanneer, hoe — en het handige woord πιο om alles te vergelijken: πιο γρήγορα, πιο ωραία, πιο καλός από…

Bijwoorden en vergelijken: καλά, πιο καλά

De belangrijkste bijwoorden

Bijwoorden geven extra informatie zonder van vorm te veranderen. Plaats: εδώ, εκεί, πάνω, κάτω, μέσα, έξω. Tijd: τώρα, σήμερα, αύριο, χθες, μετά, νωρίς, αργά. Wijze: καλά, ωραία, γρήγορα, σιγά, μαζί. Hoeveelheid of mate: πολύ, λίγο. Vraag ‘waar?’, ‘wanneer?’, ‘hoe?’ of ‘hoeveel?’ om te zien wat het bijwoord aangeeft.

  • Έλα εδώ, σε παρακαλώ.Kom hier, alsjeblieft.
  • Σήμερα δουλεύω πολύ.Vandaag werk ik veel.
  • Μιλάς πολύ γρήγορα.Je spreekt erg snel.

Van bijvoeglijk naamwoord naar bijwoord: -ος → -α

Veel bijwoorden van wijze worden gevormd uit bijvoeglijke naamwoorden op -ος met de uitgang -α: γρήγορος → γρήγορα, καλός → καλά, ωραίος → ωραία, ήσυχος → ήσυχα. Dit is een nuttig patroon, geen regel voor elk bijvoeglijk naamwoord. Vergelijk «Το φαγητό είναι καλό»: het bijvoeglijk naamwoord beschrijft het eten; «Μαγειρεύει καλά»: het bijwoord zegt hoe iemand kookt.

  • Το φαγητό είναι καλό.Het eten is goed.
  • Μαγειρεύει καλά.Hij of zij kookt goed.
  • Η Μαρία τραγουδάει ωραία.Maria zingt mooi.

πιο… από: vergelijken

Voor een eenvoudige vergelijking gebruik je «πιο + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord + από»: Ο Νίκος είναι πιο ψηλός από τον Γιάννη. Η Άννα τρέχει πιο γρήγορα από εμένα. Το τρένο είναι πιο ακριβό από το λεωφορείο. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan («πιο ψηλή γυναίκα»); het bijwoord blijft onveranderd («τρέχει πιο γρήγορα»). Na «από» gebruik je de accusatief.

  • Ο Νίκος είναι πιο ψηλός από τον Γιάννη.Nikos is langer dan Giannis.
  • Η Άννα τρέχει πιο γρήγορα από εμένα.Anna rent sneller dan ik.
  • Το τρένο είναι πιο ακριβό από το λεωφορείο.De trein is duurder dan de bus.

Nu jij

Kies de juiste vorm.

Veelgestelde vragen

Hoe maak je een vergelijking in het Grieks?

Zet «πιο» vóór het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord en gebruik daarna «από»: «Ο Νίκος είναι πιο ψηλός από τον Γιάννη» (Nikos is langer dan Giannis), «Η Άννα τρέχει πιο γρήγορα από εμένα» (Anna rent sneller dan ik). Na «από» volgt de accusatief.

Hoe maak je van een Grieks bijvoeglijk naamwoord een bijwoord?

Veel bijwoorden van wijze komen van bijvoeglijke naamwoorden op -ος met de uitgang -α: «γρήγορος» → «γρήγορα», «καλός» → «καλά», «ωραίος» → «ωραία». Vergelijk «Το φαγητό είναι καλό» (bijvoeglijk naamwoord: het eten is goed) met «Μαγειρεύει καλά» (bijwoord: iemand kookt goed). Dit patroon geldt niet voor elk bijvoeglijk naamwoord.

Welke Griekse bijwoorden leer ik het best eerst?

Begin met veelgebruikte woorden voor plaats: «εδώ» (hier), «εκεί» (daar), «μέσα» (binnen), «έξω» (buiten); tijd: «τώρα» (nu), «σήμερα» (vandaag), «αύριο» (morgen), «χθες» (gisteren); wijze: «καλά» (goed), «γρήγορα» (snel), «σιγά» (zachtjes/langzaam); en hoeveelheid: «πολύ» (veel), «λίγο» (weinig).